Vaderlandse Geschiedenis
De Onoverwinnelijke Vloot. (1588). Het moest Philips tot grote ergernis zijn, dat de ketterse Elizabeth zich zo met de Nederlandse zaken inliet. Daarom zette hij een plan in elkaar, dat, verrijkt met de zegen des pausen, beslist moest slagen: zijn aspiraties naar wereldbeheersing voldoen en de heilige moederkerk tot glorie verstrekken.
Die twee ketterse landen moesten grondig gezuiverd worden. Het gemaakte plan scheen in alle opzichten aan de verwachtingen te zullen voldoen. De koning begon te begrijpen, dat daarvoor nodig was, behalve een landingsleger, een grote vloot.
In Parma had hij een alleszins bekwaam legerhoofd,
Santa Cruz zou de organisator en leider van de vloot zijn. Voorts droomde hij, bij een inval te kunnen rekenen op de engelse, schotse en ierse katholieken. De Schotten waren boos op Elzabeth, omdat deze hun ko-
ningin, Maria Stuart, had laten ter dood brengen. Er was er echter één die zeer tegen het hele plan was en dat was de zeer deskundige Parma. Hij waarschuwde tegen het roekeloze van het bedrijf, telkens weer en hij heeft — tot onze grote vreugde — gelijk
gekregen! Voorheen wezen wij reeds op de grote vorderingen, die Parma in 10 jaar tijds gemaakt had. Hij mocht verwachten, dat de krijg in onze landen op een eind liep, er hier een uitstekend bruggenhoofd kon gevormd worden, waarna Engeland aan de beurt kon komen.
den, waarna Engeland aan de beurt kon komen. Philips wist het natuurlijk — tot grote ergernis van Parma — weer beter. De hele onderneming is voor Spanje een nationale ramp geworden.
Spanje een nationale ramp geworden. Wij zien in dit ganse gebeuren de voorzienige en zorgende hand des Heeren, die altijd het x*oer der volken in handen houdt, ze stuurt naar Zijn wil, ten bate van Zijn kerk. Soli Deo Gloria!
Zijn kerk. Soli Deo Gloria! Het bouwen van de Armada en de plannen er mee moesten natuurlijk zo lang mogelijk geheim blijven, of anders beduid worden. Daarom hield men Elizabeth een heel jaar lang aan de lijn met vredesonderhandelingen, om, als alles klaar was, toe te slaan.
De uitrusting kostte natuurlijk schatten gelds; en daardoor kreeg Parma de nodige gelden niet, die hij voor zijn onderneming in de Nederlanden broodnodig had. Hij moest bovendien een landingsleger gereed maken en de nodige landingsvaartuigen. Het wachten was dan op Santa Cruz met zijn Armada; het trachten bij Dover een bruggenhoofd te vormen en dan opmarcheren naar Londen.
Maar wat doet men zonder contanten!
Maar wat doet men zonder contanten! Najaar 1587 was de Armada klaar, eilacy Parma was niet klaar, nog lang niet.
Wel zaten hollansde en Zeeuwse vrijbuiters benevens onze vloot op de Vlaamse kusten, totaal 100 schepen. Ja, ze durfden het bestaan de Schelde op te varen tot bij Antwerpen. Zo kwam er van Parma's toerustingen in de havens van Nieuwpoort en Duinkerken niet veel terecht. Het kon tenslotte ook niet verborgen blijven, dat er in Spanje en hier wat gaande was. Trouwens de koene engelse zeevaarder en piraat Drake wist er alles van. Herhaaldelijk had hij met zijn collega's de engelse regering gewaarschuwd: natuurlijk tevergeefs.
En Parma vertelde aan de engelse vredesonderhandelaars, dat al zijn toebereidselen dienden om de zeeroverijen van Drake te keren.
Ondertussen was het Juni 1588 geworden en nu kwam men er beter achter. Er verscheen een bul van paus Sixtus V, waarin koningin Elizabeth in de ban werd gedaan, zij vervallen werd verklaard van de engelse troon en deze overgedragen werd aan Philips. Parma zou de uitvoerder zijn. Nu wisten de geruste Engelsen, waar ze aan toe waren. Gelukkig, dat men hier te lande minder gerust was geweest en op alles voorbez-eid. Men had ook samenwerking met de engelse vloot aangeboden.
Eind Mei 1588 was de Armada vertrokken. Haar sterkte bedroeg 130 grote en kleine schepen, 4 galjassen en 4 galeien. De laatste waren zo weelderig ingericht, dat het wel leek of men parade ging houden. De gevechtswaarde van de grote schepen zou blijken zeer miniem te zijn.
De bemanning bestond uit 10.000 matrozen, de galeislaven inbegrepen. Zij vervoerde verder 20.000 man landingstroepen; en 300 priesters en monniken voor de „bekering" der ketters. Ook de nodige „bekeringswerktuigen" ontbraken niet. Het aantal stukken geschut bedroeg 2400. De jonge spaanse en portugese adel was sterk vertegenwoordigd.
Maar één bekwaam man werd gemist en dat was Santa Cruz; hij was in 't voorjaar overleden. Zijn plaats was ingenomen door de totaal onbekwame Medina Sidonia. Maar dat was niet zo erg: de landing zou hoofdzaak zijn en hierbij zou Parma de leiding hebben.
De tocht is geen pleziertocht geworden. Bij kaap Finisterre werd de vloot overvallen door een hevige storm, die haar noodzaakte de haven van La Coruna binnen te lopen, ook om de stormschade te herstellen.
De Engelsen meenden al, dat zij haar wel niet te zien zouden krijgen en minderden hun toebereidselen voor de ontvangst. Maar eind Juli verscheen zij, zeilend in de vorm van een halve maan in het gezicht van de Zuidkust van Engeland.
Met koortsachtige haast versterkte men de kust, maakte men meer schepen gereed en met deze zeilde admiraal Howard de Armada tegemoet.
Hij zorgde er echter wel voor niet tot de aanval over te gaan, maar zwermde met zijn vlugge schepen heen en weer en viel de achterhoede en de flanken aan.
De logge schepen der Spanjaarden waren niet in staat de vlugge zeilers te achtervolgen. Het moet voor de Engelsen een grappig gezicht geweest zijn, toen zij merkten dat de spaanse kogels over hen heen vlogen!
Zo dreef men het Nauw van Galais binnen en hier werden bij nacht de bekende branders („het vuur van Antwerpen") ingezet, waardoor grote verwarring ontstond. Het ging nu in de richting van de zeer gevaarlijke vlaamse banken, waar onze schepen haar hevig bestookten.
Waar nu heen? Bericht op bericht was naar Parma gegaan, maar deze kon geen hulp bieden. Hij zat muurvast opgesloten in de havens van Nieuwpoort en Duinkerken, bewaakt door de Hollanders en Zeeuwen. Geen schip kon er uit.
Zo dreef de Armada de Noordzee in. Medina Sidonia was geheel in de war. Hij achtte het maar het beste om Schotland heen naar huis te zeilen.
om Schotland heen naar huis te zeilen. Toen heeft God de krijg overgenomen door middel van zijn knechten: de storm en de golven.
Bij de Faroër, Orkaden, Schotland en Ierland wierp een hevige Noordwester verscheidene schepen op de rotsen. Wat levend aan wal spoelde, werd door de ruwe eilandbewoners afgemaakt.
Slechts een derde der vloot kwam totaal ontredderd thuis. Bijna elke familie had een dode te betreuren, maar Philips verbood het openbaar rouwen. Nederland en Engeland hebben echter God gedankt en daarvoor was overvloedige reden. Het was volkomen juist, wat op de geslagen gedenkpenning stond: „Gods adem heeft ze verstrooid."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1952
Daniel | 8 Pagina's