VOOR ONZE Militairen
DE LAND-, ZEE- EN LUCHTMACHT
Ik heb van een familie uit M. een brief ontvangen, die geschreven werd naar aanleiding van een gesprek dat die familie had over het vrijwillig dienst nemen bij de Luchtmacht. Als ik uw brief goed heb gelezen, dan was tenslotte dit de conclusie: „Vrijwillig dienst nemen bij de landmacht is niet geoorloofd maar bij de luchtmacht wel." Daar moet het dus over gaan, hè fam. te M. ? Er zijn mensen die zeggen: . „vrijwillig in dienst gaan is nonsens. Ik heb geen vaderland te dienen. Mijn vaderland is dat land, waar ik het meeste van m'n leven kan genieten." Ik geloof niet dat deze familie er ook zo over denkt.
We gaan eerst eens kijken of het geoorloofd is „vrijwilliger" te worden. Ik heb al dikwijls genoeg geschreven, dat ik ook een vrijwilliger ben. Ik ben bovendien lid van de Geref. Gemeenten in Nederland. Zou dat kunnen als vrijwilliger zijn ongeoorloofd was? Ik denk het niet. Er zijn wel beroepen, ingeval men die uitoefent, dat men beslist geen lid van de Geref. Gemeente kan zijn. Daar zit al wat in. Maar we gaan eens verder onderzoeken. Ik ben vrijwilliger bij de landmacht en niet bij de luchtmacht. Dat klopt dus niet met jullie conclusie. Hoe zit dat nu toch? Laten we er samen eens over praten.
Wij hebben een vaderland, Nederland geheten. Dat
is niet toevallig. Dat is ontstaan onder en door de Goddelijke Voorzienigheid. God stelt de palen der landen vast. De stichting van ons vaderland is geen product van menselijke inzetting of menselijke wijsheid. De plicht ons vaderland te verdedigen rust op iedere Nederlander. Die plicht kan men vrijwillig op zich nemen dan wel, de Overheid kan er ons toe verplichten. Dit alles is niet in strijd met Gods Woord. Vele voorbeelden van vrijwilligers kunt U vinden in Richteren. Het is niet nodig deze alle te noemen. Een paar zal U voldoende zijn. Lees dan eens Richteren 5. Daar worden ze genoemd Zebulon en Nafthali. Lees Richteren 7. De mannen van Efraïm, zo lees ik in Richteren 8, waren boos op Gideon, omdat hij hen niet geroepen had, toen hij heen toog om te strijden tegen de Midianieten". „Wat stuk is dit, dat ge ons gedaan hebt", zeggen ze, en ze twistten sterk met hem. Wat dunkt U, waren dat geen vrijwilligers? Ten slotte zegt de Heere Jezus zelf in Joh. 18 : 36. „Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden mijne dienaars gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd."
Het strijden voor het verdedigen van ons koninkrijk is dus niet in tegenspraak met Gods Woord. Dit moeten we vooraf goed vasthouden. Uit deze bovengenoemde voorbeelden die met nog vele andere kunnen worden uitgebreid, meen ik te mogen vaststellen, dat het „vrijwillig dienst nemen" zeker niet zondig is, ja, in Gods Woord soms geprezen wordt. Alleen, en dit laat ik er onmiddellijk op volgen, waarom, met welk oogmerk, neem ik vrijwillig dienst. Is het om bijoogmerken, die niet geoorloofd zijn. Daar komt het maar op aan. Dit geldt echter niet alleen voor beroepsmilitairen, maar dit geldt voor alle beroepen. Indien wij vrijwillig in dienst gaan, is het dan in de eerste plaats uit vaderlandsliefde ? Kunnen wij dan des Heeren Zegen en gunst vragen over deze zaak? Een ieder die een beroep uitoefent, onderzoekt dit maar eens. Dit is niet alleen de plicht van de vrijwilliger. Men moet nu niet komen aandragen over het „gevaarlijke" van een beroep. Bij alle beroepen is een gevaar. Die met een bijl omgaat verkeert ook in levensgevaar. Ook een machinist, een schipper, een chauffeur, ja noem maar op. Ja maar, hoor ik er een zeggen, het gevaar in de oorlog is veel groter dan in een ander beroep. Zeker, naar de mens gesproken heeft U gelijk, maar dan is het naar de mens hoor. Vergeet dan niet dat de oorlog niet gevoerd wordt enkel en alleen door vrijwilligers. Ook de dienstplichtigen. ook de burgers, staan in een oorlog bloot aan vele gevaren. Die gevaren worden echter veel minder als we de gestalte mogen bezitten van de dichter van Ps. 91. Lees die maar eens.
Ons land wordt verdedigd door een Zee-, een Landen een Luchtmacht. Dit zijn 3 machtsmiddelen die de Overheid als Gods dienaresse gegeven zijn. We lezen dat de Overheid het zwaard niet tevergeefs draagt. Die middelen zijn er om der zonde wille, vergeet dat nooit. Nochtans zijn het middelen om het leven op aarde draaglijk te maken. U schrijft me dat U wel gelooft, dat iemand vrijwilliger mag zijn bij de Luchtmacht, maar niet bij cle Landmacht, omdat ze bij de Landmacht dienst op Zondag moeten doen, wat niet geoorloofd is. Bij de Luchtmacht doen ze ook wel dienst op Zondag maar dit acht U geoorloofd omdat een land toch behoorlijk verdedigd moet zijn. Dit laatste snap ik niet. Ons land moet altijd behoorlijk verdedigd zijn. Dit geschiedt door die 3 machtsmiddelen. Wanneer er nu bij die 3 middelen op Zondag dienst wordt gedaan die niet noodzakelijk is dan is dit naar mijn bescheiden mening niet geoorloofd. Dan is het zonde. Moet er bij de Zee-, Land-of Luchtmacht op Zondag noodzakelijk dienst worden verricht dan is het bij alle drie geoorloofd. In vele gevallen, vooral in oorlogstijd zal het al of niet noodzakelijke uitgemaakt worden door onze Overheid, die dan ook de volle verantwoordelijkheid hiervoor draagt. Dit zal dikwijls ook weer, vooral in oorlogstijd, door lagere organen niet beoordeeld kunnen worden. Dit maakt juist de verantwoordelijkheid van onze Overheid zo groot en zo zwaar. M'n beste fam.: ik kan het niet met U eens zijn. Daar is in wezen en doelstelling tussen de Zee-, Land-en Luchtmacht geen wezenlijk onderscheid. Zij hebben alle drie tot doel de vijand buiten onze grenzen te houden. Een moeilijke en gewichtvolle taak. De Heere beware ons dat de middelen nooit in feite door de Overheid gebruikt moeten worden. Zien we echter om ons, .dan is er vreze. Al dieper zinkt ons volk weg in de zonde en de ijdelheid en wie onzer merkt het op ? Eens was ons land een Imperium. Haar vlag wapperde op alle zeeën. Wat is het nu? Men hield vroeger rekening met ons. Wat nu? Eens waren we rijk, zeer rijk. Wat nu? Eens was ons land een Christen-natie. Nu nog? We kunnen zo wel doorgaan. Daar is alleen verwachting, als ons voik nationaal in de schuld komt. Dan zegt de Heere: „Die Mij eren, zal Ik eren, maar die Mij versmaden, zullen licht geacht worden."
KRIJGSMAN.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1952
Daniel | 8 Pagina's