JOHN G. PATON
Namakei, eerst een kannibaal, sterft in vrede
Waren de heidenen eenmaal voor het Christendom gewonnen, dan werden ze ook moedige medestrijders voor de zaak des Heeren. Op hun beurt werden ze zendelingen, om hun eigen volk uit de duisternis te 'helpen voeren tot het licht.
Wanneer de bekering een zuiver werk van 's Heeren Geest was, dan wisten die arme heidenen uit welke grote nood ze waren verlost. Zouden ze daarvan dan kunnen zwijgen? Zouden ze hun volksgenoten niet gaan wijzen op de enige Naam die gegeven is tot zaligheid?
De bekeerde heidenen werden van stonde aan zendelingen, met een ijver, die vele blanken beschaamd deed staan. Zulke helpers waren bij zendeling Paton van harte welkom. Door hun krachtige hulp kon 's Heeren werk worden voortgezet.
Het oude opperhoofd van Aniwa, Namakei, kon wel in de eerste plaats genoemd worden als trouwe, ijverige strijder voor het Evangelie des kruises. Namakei werd Patons rechterhand.
De jaren van het opperhoofd begonnen echter al aardig te klimmen. Men kon het zien dat zijn lichaam langzaamaan werd gesloopt. Namakei zelf voelde ook wel, dat het niet lang meer kon duren. En nu zat hij maar steeds met een plan in zijn hoofd. O, als dat nog eens verwezenlijkt mocht worden!
De zendelingen op de verschillende eilanden der Nieuwe Hebriden hadden van tijd tot tijd hun zendingssynode, die op bepaalde plaatsen werd gehouden. Nu was het eiland Aneitium de plaats van samenkomst. En naar deze vergadering verlangde Namakei zo.
Paton probeerde het plan uit zijn hoofd te praten, want hij vreesde, dat het opperhoofd in de vreemde zou sterven en dan zouden er wellicht onaangename gevolgen ontstaan. Maar niets kon Namakei stuiten. Er werd dus besloten te vertrekken. In de haven lag de Dayspring, het zendingsschip, te wachten. Een grote menigte had zich aan de oever opgesteld. En zie, daar staan ze allen te luisteren naar de afscheidswoorden van hun opperhoofd. „Weest allen sterk voor Jezus5" roept de oude uit. „Zijt trouw en vriendelijk jegens Missi. Misschien zie ik u niet weer terug."
En hoor nu toch, hoe het volk jammert; hoe het weent bij het vertrek van hun oude „baas"!
„Wat is dat opperhoofd bemind bij zijn volk, " denkt de bemanning van de Dayspring.
Om kort te gaan, de reis naar Aneitium ging voorspoedig en Namakei was zeer ingenomen met de wijze waarop hij door de zendingsmannen werd ontvangen. Hij woonde de vergaderingen gedurende vier dagen bij, en toen hij bemerkte, dat op zovele eilanden de leer van Christus zo'n voortgang had gemaakt, riep hij uit: „Missi, ik hef mijn hoofd omhoog als een boom. Ik groei van blijdschap!"
De vijfde dag bleef hij van de vergadering weg; hij voelde zich niet al te goed. Tijdens de samenkomst werd Paton gehaald om bij Namakei te komen. Zodra de zendeling bij zijn trouwe vriend binnen was, sprak de oude: „Missi, nu ga ik sterven. Ik heb u laten roepen om afscheid van u te nemen. Zeg mijn dochter, mijn broeder en mijn volk, dat ze voortgaan met Jezus te dienen, dan zal ik hen in de schone Wereld wederzien."
.Wellicht zal God u nog oprichten en u tex*ug schenken aan uw volk, " zei Paton.
„Neen Missi, " was het zwakke antwoord, „de dood heeft mij reeds aangeraakt. Ik voel mijn voeten onder mij wegzinken. Help mij om onder de schaduw van die boom te gaan liggen."
Met veel moeite voldeed Paton aan dit verzoek. De stervende man lag nu in de koele schaduw en fluisterend zei hij: „Ik ga heen. O Missi, laat mij u nog eens horen bidden, dan zal mijn ziel kracht hebben om te gaan."
Met ontroerde stem bad Paton voor zijn vriend, die op zijn uiterste lag. Na enige ogenblikken greep Namakei de hand van de zendeling en drukte die aan zijn hart. Met heldere stem sprak hij: „O mijn Missi, mijn lieve Missi, ik ga u voor, maar ik zal u weerzien in het Huis van Jezus. Vaarwel!"
Dat waren zijn laatste woorden. De oude verloor zijn bewustzijn en enkele minuten later scheidde de ziel van het lichaam.
het lichaam. We zullen nu even Paton zelf aan het woord laten.
„Mijn hax*t dreigde te breken van droefheid over zijn verlies. Hij was mijn eerste bekeerling op Aniwa; de eerste wiens hart voor Jezus werd geopend. En terwijl zijn lichaam daar neerlag op gras en bladeren, was het of mijn ziel de zijne nasteeg, en al de hemelse harpen een lied aanstemden, toen Jezus dit zegeteken van Zijn verlossende liefde aan Zijn Vader toonde. Hij was onze trouwe vriend en helper in het Evangelie geweest, en de volgende morgen volgden al de leden van de Synode hem naar zijn laatste rustplaats. Daar mengden blanken en zwarten hun tranen op het graf van iemand, die nog slechts weinige jaren tevoren een bloeddorstige kannibaal was, maar die wij nu betreurden als een broeder, een heilige, een apostel onder zijn volk.
Hoe dit mogelijk was? De Heere Jezus kwam in zijn hart, en Namakei werd een nieuw schepsel. „Ziet, " zegt de Heere, „Ik maak alle dingen nieuw."
M. NIJS3E
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1952
Daniel | 8 Pagina's