Een Zon en Schild
Want God, de Heere, is een Zon en Schild; (Ps. 84 : 12a)
Wij leven tegenwoordig in een tijd van onrust en beroering, van oorlogsvrees en oorlogsdreiging. Wij weten niet wat de toekomst brengen zal. De tekenen der tijden zijn ontegenzeggelijk onheilspellend donker.
Het moge de Heere behagen de fiolen van Zijn toorn niet weder over ons uit te storten, opdat niet opnieuw zoveel bloed en tranen op aarde vergoten worden. Hij mocht ons genadig zijn. Och on ( ferme zich God over ons arm vaderland; dat het niet wegzinke in louter vleselijke beoging, welke vrucht is van, en gevoed wordt door een theorie, die de mens losrukt van God en Godsdienst en straks niets anders doet overblijven dan de leus: „Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij, ''
Hoe wordt van de andere zijde ook het Goddelijke Woord vervuld, dat de rechtvaardigen weggeraapt worden voor de dag des kwaads. De laatste dagen zijn er veel van des Heeren volk uit de strijdende Kerk heengegaan naar de triomferende Kerk, waardoor het klein getal der vromen steeds kleiner wordt bij het menselijk geslacht.
Is het dan geen donkere tijd, ja een. tijd in welke driest de banden des Woords worden losgemaakt door wat zich de wetenschap noemt; een wetenschap welke niet naar het Woord des Heeren, veel minder uit God is.
Welgelukzalig, die verwaardigd mag worden, die wetenschap te mogen inleven: Want God, de Heere, j.s een Zon en Schild". Wat nood dan voor dat volk; Christus sprak in Johannes 26 : 33: Vreest niet, Ik heb de wereld overwonnen".
Dat mocht ook de auteur van deze psalm ervaren, wat de Heere voor Zijn arm volk is, en wie Hij voor Zijn ellendigen wil zijn. Waarom behoeft dat volk te vrezen in duisternis, als het een Zon heeft om hen te geleiden ? Wat behoeft het te vrezen voor gevaar, als het een Schild heeft om hen te beschermen? Daarmede heeft Hij Abraham vertroost; Genesis 15 : 1: Vreest niet, Ik ben U een Schild".
Licht en kracht zijn samengevoegd; niemand kan onder dat geleide verkeerd uitkomen, noch reden hebben om ontmoedigd te zijn, want God de Heere is hun Zon en Schild. Dat hebben ze beide van node, zowel in de duisternis, als tegen de vijanden waar ze mee te strijden hebben.
Het pelgrimsvolk vond beide, Zon en Schild, in de wolk-en vuurkolom, welke het symbool was van Jehova.'s tegenwoordigheid. Wat de zon is in het natuurlijke, het leven, het licht, de vreugde der schepselen, is God en Christus in geestelijk opzicht. Hij is het licht op de weg des levens, welke door de donkere vallei der woestlijn loopt.
Maar hoevelen zijn er, die dat Licht missende zijn en zich met hun eigen licht of kunstlicht behelpen. Welk een wetenschap naar voren treedt, het is en blijft de vraag, aan wie wordt dat licht geopenbaard. God de Heere maakt scheiding in Zijn Woord; dat moeten wij ook doen, en dan is het alleen voor Zijn uitverkorenen. Die allen worden bestraald met dat hemelse Licht.
Alles ligt van nature in de duisternis der zonde en in de macht des doods. Maar op Zijn tijd, in het uur derminne, trekt de Heere ze uit de duisternis. Maakt hen onderwerpen als Efraïm, op de heupen kloppende en roepende: „Wat heb ik gedaan". Hij maakt ze als de tollenaar, die van schaamte niet op durfde zien en achterin de tempel op zijn borst sloeg en uitriep: „O God, wees mij zondaar genadig!"
Hoe maakt de Heere hen onderwerpen voor de vrije genade, waar ze bij het Goddelijk licht zichzelf leren kennen. Ziedaar, daar opent de Heere hun ogen voor dat Licht, voor de Zon der Gerechtigheid. Hoe is die Zon hun tot licht, maar ook tot warmte, wanneer die gezegende Zon met Zijn warme stralen en vruchtbaarheid afdaalt. Komt Hij met Zijn vertroostingen en met Zijn liefde in die ziel eens over, dan verheugen zij zich in Zijn heil.
Waar de zon komt, komt licht en waar het licht komt, daar komt leven. Het licht staat tegenover de duisternis. Die Zon verdrijft de nevelen van zonde en onkunde Dan wordt bevestigd Jesaja 60 : 2: Doch over u zal de Heere opgaan, en Zijn heerlijkheid zal over u. gezien worden".
Maar terwijl het volk hier op aarde cle strijd moet aandoen, zo zal God hun beschermer bevonden worden. „Simon, Simon, de satan heeft u zeer begeerd te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude".
Let wel, de Heere zegt niet: „Ik geef u een schild", neen, Hij is zelf hun Schild. Een Licht om hen de weg te wijzen en een Schild om deszelfs gevaren af te weren. Een Zon van boven en een Schild van rondom. Mozes zegt van Israël dat de Heere het Schild hunner huipe en het Zwaard hunner hoogheid was. Christus heeft de vurige pijlen van satan en wet op Hem doen aanlopen en Hij is staande gebleven. Hij is hun Schild. Zo is Hij voor Zijn volk oneindig meer dan alle schilden der wereld en alle bedekselen waarmede de mens zich bedekt.
Is God hun Schild, dan mogen ze in de bangste tijden
op Hem vertrouwen. „Mijn volk zal in een woonplaats des vredes wonen, in welverzekerde woningen en in stille geruste plaatsen". Dat heeft David mogen ervaren toen Saul hem vervolgde, Daniël in het midden der leeuwen en de jongelingen in de oven. Doch hier wordt ook uitgedrukt: „Is de Heere het Schild, dan in mij geen kracht". Dan niets van de mens; alleen in Hem, in God ligt het leven, ja in Hem het behoud. Dan alleen zal ervaren worden, dat Christus' gerechtigheid redt van de dood. In Hem alleen hun zaligheid, hun sterkte en blijdschap. Daar valt alles weg en is het: „Als ik zwak ben, dan ben ik machtig". En mogen ze wel eens zingen: „daar God mijn Schild en Hulp wil wezen, wat zal een nietig mens mij doen."
Al is het dan dat de kerk een bange toekomst op aarde te wachten heeft, dan mogen ze toch op het Schild zien. Ja, op die overste Leidsman en Voleinder des geloofs, die het kruis heeft gedragen en de schande veracht enz. Hij is niet alleen een Schild degenen die gerechtiglijk wandelen, maar Hij heeft hen ook een bestendig wezen weggelegd. Spreuken 2 : 4. Zo zullen ze voorttrekken onder de stralen van de Zon der Gerechtigheid, en onder de bescherming van het Schild. En eenmaal zullen ze onder de bedekking van dat Schild ingaan in het land van Immanuël, waar geen strijd meer wezen zal, maar waar ze zich eeuwig zullen verlustigen in de Zon der Gerechtigheid, en eeuwig onder de bedekking van het Schild zijn.
Lezers, de Heere geve U, dat enige nodige, waar Uw ziel wel bij vaart, dat gij alles mag verliezen en die Zon en Schild ook de Uwe moge worden. Om dan met dat volk eeuwig te mogen zingen:
„Door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1952
Daniel | 12 Pagina's