JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

JOHN G. PATON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JOHN G. PATON

5 minuten leestijd

Glazen ogen en sprekende boeken.

Welk een ommekeer kwam er op Aniwa na het houden van Namakei's preek! De toeloop tot de godsdienstoefeningen werd steeds groter, de meeste mensen gingen kledingstukken dragen; er werd gebeden en gedankt bij elke maaltijd en langzamerhand begon men godsdienstoefeningen in huis te houden.

En dan de Zondag! Op de meeste dorpen van Aniwa werd deze dag doorgebracht zoals het Zendingshuis aangaf: de dagelijkse werkzaamheden werden beperkt tot het noodzakelijkste. De Zondag werd „Gods dag" genoemd, terwijl Zaterdag de „kookdag" was.

Deze grote veranderingen moesten wel invloed hebben op de hele maatschappij. Niet langer werd meer naar de knots of strijdbijl gegrepen om een twist te beslechten of een diefstal te straffen. Er kwam een, eenvoudig wetboek, dat ten doel had de ondeugden te beteugelen en de deugden ingang te doen vinden. Wanneer voorheen iemand op reis ging, dan werden waardevolle dingen meegenomen uit vrees voor diefstal. Nu was dat niet meer nodig: de hutten en plantages waren veilig en zodoende nam dc welvaart toe.

Nu kon Paton ook rustiger werken aan het drukken. Op Tanna was zijn drukpers geroofd; nu was hij weer in het bezit van een andere pers gekomen, een oud „beestje", waarmede slechts vier bladzijden tegelijk gedrukt konden worden. Het was een zeer inspannend werk. Het opperhoofd Namaker hielp ijverig bij het vertalen en bij het afdrukken van het eerste Aniwaanse boek, dat korte gedeelten uit de Heilige Schrift bevatte.

De oude Namakei was zeer verlangend naar het ogenblik waarop het boek klaar was en hij het zou kunnen horen spreken, zoals hij het noemde. Verscheidene morgens had hij gevraagd:

„Missi, is het klaar? kan het spreken? "

Vele keren moest het antwoord ontkennend luiden, maar eindelijk was het dan zo ver.

„Spreekt het mijn woorden, Missi? Laat het tot mij spreken? " riep Namakei opgewonden. eens

De zendeling las hem een stukje in het Aniwaans voor. Met grote aandacht luisterde de oude man.

„Het spreekt!" riep hij uit. „Het spreekt mijn eigen taal. O, geef het mij!"

Hij nam het bock uit Patons handen en hield het tegen zijn hart. Hij deed het open en weer dicht, bladerde er wat in en gaf het toen weer aan de zendeling met deze woorden: „Ik kan het niet laten spreken, Missi. Tot mij zal het nooit spreken."

„Gij kunt het nog niet lezen, maar ik zal het u leren." „O lieve Missi, wijs mij toch hoe ik het moet laten spreken."

Hij tuurde zo ingespannen op de letters, dat de zendeling ging vermoeden dat de oude ogen van Namakei de letters niet konden onderscheiden.

Paton nam nu een bril, die na lang aarzelen op de neus van het opperhoofd werd gezet. Waarom durfde de man dat ding niet goed aanraken? Was hij bang voor toverij ?

Maar hoe de bril hielp! Uitgelaten riep Namakei: „Nu zie ik alles. Nu is het zoals gij ons van Jezus hebt verteld: Hij opende de ogen van een blinde. Het woord van Jezus is op Aniwa gekomen. Hij heeft mij deze glazen ogen gezonden. Ik kan weer even goed zien als toen ik een kleine jongen was. Laat nu het boek tot mij spreken, Missi!"

Nu volgde voor Namakei de eerste leesles. Op het dorsplein tekende Paton drie grote letters in het zand, de a, b en c. „Kijk nu in het boek, Namakei. Hier zijn ze!" En meteen wees de zendeling een a, b en c in het gedrukte boek aan.

„Zijn er nog meer op deze bladzijde, Namakei"

Het opperhoofd zocht ijverig naar die letters en blij als een kind wees hij ze aan. Nu wees hij naar zijn hoofd en sprak: „De a, b en c zitten hier in mijn hoofd en ik zal ze daar goed vasthouden. Geef nu maar drie andere letters."

Spelend leerde nu het oude opperhoofd al de letters die er waren en langzaamaan begon nu ook het samenvoegen van letters tot kleine woordjes. Paton moest een stukje zó lang voorlezen, dat Namakei, vóór hij het echt kon lezen, het lesje al van buiten kende.

Wat was de oude trots! Iedereen moest weten dat hij kon lezen. Wanneer vreemdelingen hem een bezoek brachten, dan werd het boek voor de dag gehaald en dan zei hij: , , Kom, ik zal u laten horen hoe het boek onze eigen taal spreekt. Het is niet moeilijk om lezen te leren en het boek te laten spreken. Probeer het ook maar. Als een oude man als ik het geleerd heeft, dan zal het u nog veel gemakkelijker vallen."

Zodoende werd Namakei de rechterhand van Paton. Zijn voorbeeld werkte aanstekelijk en velen deden moeite om ook het Aniwaanse boek te kunnen lezen. Op zo'n manier werd ook door middel van de drukpers het Woord Gods gebracht op het eiland Aniwa.

Nu was ook de tijd rijp om een nieuwe kerk te bouwen. Tot nu toe had een oude inlandse hut dienst gedaan. Paton kreeg het zó ver, dat de inlanders zelf de handen aan het werk sloegen, zonder er voor te worden betaald. Het moest een kerk worden, niet van het Zendingshuis, maar van het hele volk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1952

Daniel | 12 Pagina's

JOHN G. PATON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1952

Daniel | 12 Pagina's