Herfot
I.
Wij willen steeds maar zon en schone dagen, vol zomerloof en akkers golvend graan, en blauwe luchten ivaardoor wolken gaan die ijle dampen maar geen regen dragen.
Wij houden niet van felle neerslagvlagen en 't gieren van een vliegende orkaan; van kale bomen, van hun looi ontdaan die ziek in 't slijk voorgoed is neergeslagen.
Want diep in 't hart is drang tot eeuwig leven, dat niet kan stroken met het stil versterf, waardoor niets rest dan nutteloze nerf, waaraan het wond're leven was verweven.
Moet zomerweelde, eens zo gul gegeven, verschrompelen tot onnut vaal verderf?
II.
De milde zonneschijn werd ons geschonken met wisseling van regen en van dauiv, die daalden op een dorstige landouw, waarop de dorre planten leven dronken.
In lente lagen d' akkers dor en grauw, maar mul en vruchtbaar werden aardebonken, zodat de vruchten tussen blaacVren blonken, getuigenissen van Gods wond're trouw.
In voorraadschuren is de oogst geborgen, de blijde bloeitijd heeft nu afgedaan en d' akkers rusten tot de lentemorgen.
Rlijft onze levensboom bij d' aardse zorgen, die enkel over tijd'lijk welzijn gaan. nog immer zonder blad en vruchten staan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1952
Daniel | 12 Pagina's