JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Aan de Jongelui,

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aan de Jongelui,

5 minuten leestijd

Het is een uitnemende vertroosting die de Heere in Openb. 2 aan de Gemeente van Smyrna geeft: „Ik weet uw armoede, (doch gij zijt rijk); vrees geen der dingen die gij lijden zult"

Ik zou u toch over de wasvrouw schrijven? Nu, die had, door genade, vaak steun uil deze brief aan Smyrna. Wat ik nu vertel speelde zich zo'n 50 jaar geleden af en ik heb die vrouw gekend, want zij kivam onze tvas halen en brengen. Zij woonde in een klein huisje in een slop in Den Haag. IIaar man ivas een ruwe, boosaardige grondwerker, een vijand van al wat maar op godsdienst leek. Zij hadden één kind, een forse, 12 jarige jongen, maar, die was embecil, achterlijk. Hij kon dus niet leren, maar de vader vond dat hij niet achterlijk was en zou hem 's avonds ivel leren lezen en rekenen. Elke les van vader liep uil op een formele vechtpartij met de jongen, waar de moeder, een tengere vrouw, niet tussen kon komen. De man verdiende 12 gulden per week, gaf er zes aan zijn vrouw en zei dan, „leg ze maar voor de s])iegel, dan zijn 't er twaalf." Hoe die vrouw aan deze man gekomen was weet ik niet, maar wel doet het mij dikwijls denken hoe belangrijk onze keuze en ons ja-woord is: het beslist voor heel ons leven. En voor sommigen is er in die beker veel bitters gemengd. Maar daarnaast is, Gode zij dank, het huwelijk goed en rijk. als er maar liefde is en bovenal een wandelen in 's Hoeren wegen.

Vrouw L. moest dus wel met wassen er iets bij verdienen, want met „steun" stond men toen niet klaar en blijkbaar heeft de diaconie haar niet geheel onderhouden; zij had trouwens een werkende man.

Nu ivas in die vrouiv de ware vreze Gods, en daar wilde ze niet af en daar kon ze niet af ook. Zo veel zij kon kwam zij ter kerk en ze had veel vrienden en vriendinnen onder 's Heeren volk. Haar kruis was heel zwaar, maar vaak droeg ze het met vreugde achter haar Heere aan en dan wilde ze niet beklaagd zijn. Er ivas trouwens een innige band onder dat volk en zij torsten elkanders lasten mede. (Eigenaardig volkje; velen waren zelf maar arm. De tijden waren toen heel anders dan nu.) En wat er ook veranderd moge zijn, toch is die band der liefde er ook nu nog; een hij tijden gevoelde vereniging met allen die de Heere vrezen. Vader L. was een booswicht. Hij kon geen woord verdragen en zeide zelf dat hij een bittere afkeer had „van jouw vrienden en van God." Hier werd een kruis gedragen waarvan men het einde, wat dit leven betreft, niet zien kon. Soms gooide de man uit nijd de theepot of de kopjes stuk. De vrouw zelf was een zachtaardig, geduldig mens en vermaande haar man zacht en teder, maar alles vergeefs.

Totdat de maat vol ivas. Op zekere vroege wintermorgen ging de man naar zijn werk. De vrouw liet hem uit, hij draaide zich plotseling om. hief de vuisten omhoog en braakte nog de verschrikkelijkste verwensingen uit over God en Zijn volk. De vrouw wilde iets zeggen, maar de woorden bestierven op haar lippen; ze keek haar man na en kreeg een sterke indruk in haar hart dat dit het laatste was. Er viel ineens een afstand tussen haar en haaiman en zij kreeg te gevoelen dat zij hem niet meer in haar huis zou zien.

Enkele uren daarna kwam er een politieagent met een voorzichtig verhaal, maar zij was hem voor en zeide: mijn man is dood. hè? Ja, hij was in de duinen dodelijk verongelukt. Daarna kwam zijn patroon en stelde voor dat het beter was hem niet meer thuis te brengen; er stond daar een ledige villa, vandaar zou mijnheer hem maar laten begraven.

En zo kwam dus het vreselijke einde van deze goddeloze man. Wat is het onderscheid groot tussen deze twee en wat zal die Dag der dagen straks openbaren! Hoe blijft dan toch het gewicht der nodiging op u en mij liggen: bekeert U, zoekt den Heere en leeft. Want wij zullen om eigen schuld verloren aan. Daarom moeten verkiezing en verwerping met zoveel voorzichtigheid gepreekt worden, zoals de Dordtse vaderen ook hebben aanbevolen. Aan onze kant de schuld, aan Gods kant de volstrekte souvereiniteit. O, dat wij toch maar op onze knieën vallen en zeggen: Heere, denk ook eens aan mij! En lees nu eens art. 8 en 9 uit het 3e en 4e hfdst.uk van de 5 Art. tegen de Remonstranten, daar staat dit zo kostelijk beschreven. De leer der verkiezing ligt daar als „het hart der kerk, " wij moeten met die Raad Gods als het ons ernst is, niet beginnen, maar er in eindigen en dan baart het voor de ziel verwondering en aanbidding tot in de hemel toe.

Nu, dit was onze wasvrouw. Ik zou over die mensen van toen nog wel u-at kunnen schrijven; 't was een arm stelletje. Maar de openbaringen spreken van arm, doch rijk. Dat waren ze wel.

Met vr. groet,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1952

Daniel | 12 Pagina's

Aan de Jongelui,

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1952

Daniel | 12 Pagina's