JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

Correspondentie uoor deze rufiriefe a«n: | T MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid

C. K. te R. schrijft mij het volgende: Sedert enige jaren correspondeer ik met een meisje uit Amerika. Na enige brieven gewisseld te hebben, vroeg ik haar eens te vertellen wat haar godsdienst was.

Als antwoord schreef zij: „I am a member of the Church of Jesus Christ of Latter Day Saints".

Zoudt u mij daarover iets kunnen vertellen door middel van „Daniël".

Antwoord: Vooraf een opmerking. Hoewel ik wil geloven, dat U ter goeder trouw met een onbekend meisje in Amerika correspondeer, geloof ik toch, dat er bezwaren aan kleven. U kunt bij zo'n meisje verwachtingen wekken, die gezien de afstand en ook de godsdienst nooit in vervulling kunnen gaan. Dat acht ik verkeerd. Een meisjeshart is licht geraakt. Als u uw Engels v/at wilt opfrissen of uw kennis verrijken zijn daar nog wel andere middelen voor.

Maar nu ter zake.

Dat meisje schrijft, dat zij lid is van de kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen. U is dus in slecht gezelschap.

Laat ik van die sekte eens kort iets meedelen.

Hun hoofdkwartier is Salt Lake City in de staat Utah, waar zij leven in een soort gemeenschap van goederen.

De stichter van het Mormonisme was Josef Smith, een avonturier en bedrieger. Hij beweerde dat hem een engel was verschenen en dat hij op diens aanwijzing een aantal gouden platen had opgegraven, beschreven met een geheimzinnig schrift, dat hij had weten te ontcijferen met behulp van een kristallen bril, eveneens door hem gevonden. Zo ontstond het boek van Mormon. De inhoud van dat boek berust op fantasie en bedrog. De leer van Mormon is een wonderlijk mengsel van Christelijke, Mohammedaanse en Heidense elementen. Hun belijdenis, bestaat uit 13 artikelen, doch hun eigenlijke leer is vervat in „het Boek der leer en der verbonden" en zit vol ketterijen. De onder hen veel voorkomende veelwijverij wordt aannemelijk gemaakt en door hen verdedigd.

Het bovengenoemd boek van Mormon werd naast de Bijbel gesteld, en geloof in de inspiratie en autoriteit ervan werd vastgesteld als conditie van aanneming voor God zowel als voor gemeenschap met „de heiligen der laatste dagen." In hun anthropologie loochenen de Mormonen de erfzonde. Dat blijkt wel uit artikel 2 van de bovengenoemde 13 artikelen. Daar toch lezen wij: „Wij geloven, dat de mens voor zijn eigen zonden gestraft zal worden en niet voor Adams overtreding."

In hun christologie zijn ze besmet met de leer van Arius.

In hun leer van het priesterschap zijn „de heiligen der laatste dagen" erger dan de Roomsen.

Ze maken geweldige propaganda en proberen onkundigen en onvasten te misleiden met vertoon van waarheid, sprekende* over leerstukken, die algemeen worden aangenomen. Hun practijken om volgelingen te maken herinneren aan het woord van Paulus aan Timotheüs: „Want van dezen zijn het, die in de huizen insluipen en nemen de vrouwkens gevangen, die met zonden geladen zijn en door menigerlei begeerlijkheden gedreven worden."

Voorts is het aantrekkelijke van der Mormonen practijk dat de wereld gehuwd is aan de kerk in de zin, dat elke „meeting house" als regel een danszaal en theater er aan verbonden heeft.

Laat ik eindigen met het woord van Dr Henry Beets: „Het is te gemakkelijk een Mormoon te zijn en te blijven, met alleen voor het tegenwoordige, door vermenging van werelddienst en religie, maar ook door de verblindende belofte voor het toekomende, een belofte die sterk herinnert aan het satanswoord in Eden gesproken: „Gij zult als God wezen!"

C. J. R. te O. vraagt of het dragen van een toga door een dominé geoorloofd is.

Antwoord: Wanneer ambtsdragers zich in het openbaar vertonen kan het dragen van een bijzonder kleed drieërlei reden hebben.

le Om een gedachte uit te drukken welke in 't ambt besloten ligt. Hierbij denk ik aan de efod van de Hogepriester, het kostbare gewaad, wat hij droeg als hij de Heere raadpleegde.

2e Om onderscheid aan te geven tussen ambtsdragers en leken.

3e Om onderscheidend de ambtsdragers te midden van andere mensen kenbaar te maken.

Het ambtsgewaad genoemd onder 1 heeft in Christus' kerk geen recht van bestaan meer, sinds het voorhangsel scheurde en de dienst der schaduwen door de inwoning des Heiligen Geestes week. Vandaar dat de Zwitserse hervormer „Zwingli" van geen ambtsgewaad wilde weten, vrezende dat men weer tot de dienst der schaduwen zou terugkeren.

Het gewaad genaamd onder 2 is bij Rome zeer geliefd. Wanneer wij het ambt zuiver zien, naar Gods Woord bezien, dan is er geen verschil van geestelijken en leken, want dan zouden krachtens het ambt aller gelovigen of allen een ambtskleding moeten dragen of niemand.

Het gewaad genoemd onder 3 is een middelmatig ding, waarover men niet moet twisten, maar heeft te zoeken, wat tot stichting dient. De toga is en wordt dikwijls gebruikt als ambtsgewaad voor predikanten tijdens de verkondiging des Woords. Men vindt ze veel in de Hervormde kerk. Tegenwoordig wordt de toga ook wel gedragen door enkele Gereformeerde en Christelijk Gereformeerde predikanten.

Mij is niet bekend, dat er een predikant van de Gereformeerde Gemeente ooit een toga heeft gedragen. De toga was vroeger het kleed van studerende personen, een gewoonte, welke gehandhaafd bleef voor predikanten, toen ze afgestudeerd waren.

In 1854 beval de Synode de Nederlands Hervormde Kerk het dragen van de toga ten zeerste aan.

Luther was in tegenstelling van Zwingli vrij onverschillig, zodat het ons niet verwondert, dat het koorhemd in de Lutherse Kerk nog gedragen wordt.

Calvijn koos de middelweg en pleitte alleen voor een deftig gewaad.

Na de toga kwam in later jaren de rok met steek, bef, mantel en kuitbroek in zwang.

Aan het dragen van een ambtsgewaad heeft men vaak een bovenmatige waarde gehecht. Het heeft veel strijd gekost eer steek en kuitbroek verdwenen. Zo ook de witte das en de hoge hoed. Men late zich leiden door deze gedachte, dat een gezant van de Heere Jezus in gewaad eerbiedig en deftig moet zijn, welke hem betamelijk is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1952

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1952

Daniel | 8 Pagina's