Dokter en Domine
„Komt IJ toch eindelijk, dominee? 'k Ben over V maar half tevree! Mijn man was deze week zo naar, de dokter sprak van doodsgevaar."
„Zo moederzegt de leraar ras, „kwam er de dokier aan te pas? Wat wonder! Ei, hoe weel die man, precies toch waar hij helpen kan? "
„Maar dominee/" is 't antwoord nu, „hoe hebben wij het toch niet Ij? Mijn man ivas o zo naar gesteld, ik heb de dokter opgebeld."
De kwestie is thans opgeklaard: het lichaam is een boodschap waard. De ziel die laten wij gedwee d' alwetendheid van dominee.
Onbekend dichter.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1952
Daniel | 8 Pagina's