VOOR ONZE Militairen
DE GEESTELIJKE VERZORGING VAN ONZE MILITAIREN (3.)
DE GEESTELIJKE VERZORGING VAN ONZE MILITAIREN (3.)
We beginnen deze week met ons laatste punt van Art. 45 en wel met pt. 5. Dat gaat niet over het bijwonen van een godsdienstoefening maar over het volgen van catechetisch onderwijs. Over de catechisatie dus. Wat is daarover te lezen.
„Voor het verschaffen van gelegenheid om ter catechisatie te gaan, bepaalt de regimentscommandant, in overleg met de Hoofd-Legerpredikant, welke avond in de week, voor zover de dienstbelangen dit toelaten», voor dit doel moet worden vrijgehouden. Het. gestelde in pt. 4 is ook op het bijwonen van de catechisatie van toepassing."
Niet de compagniescommandant (C.C.) maar de regimentscommandant (R.C.) bepaalt de avond waarop catechisatie gegeven kan worden. Hij doet dit niet zelfstandig maar hij pleegt overleg met de Hoofd-Legerpredikant. Dat is dus met Ds Kluis. Hoe zit het jongens, volgen jullie wel de catechisatie? De mogelijkheid is er zelfs al heb je dienst. Lees dit punt nog maar eens want daar verwijzen ze naar pt. 4. Wellicht lezen ook onze predikanten deze artikeltjes. De mogelijkheid om een avond vrij te houden voor onze jongens kunt U misschien verkrijgen via Ds Kluis. Samenwerking op dit terrein is wel gewenst. Onze militairen hebben soms veel avondoefeningen en in onderling overleg kan dan bereikt worden dat tenminste één avond per week vrij gehouden wordt voor catechisatie.
Dit was ons laatste punt van Art. 45. Wat zegt ge er van lezer? Daar zullen er veel zijn die zeggen „ik wist niet dat dit alles zo geregeld is."
Men stelt het wel eens voor alsof in het leger voor de geestelijke verzorging niets geregeld is. Dat is persé niet waar. Een jongen die thuis geregeld naar de kerk en naar de catechisatie ging, kan deze regel ook in dienst volgen, zelfs al is hij gestraft, zelfs al heeft hij dienst. De grote vraag is of onze jongens ten volle gebruik maken van de hun geboden gelegenheid. De vrees bekruipt mij wel eens dat hieraan nog wel eens iets hapert. Tracht je dan niet te verontschuldigen jongens met te zeggen: „ik had dienst of ik was gestraft." Neem de wenken hier gegeven in acht en laat de onderlinge samenkomsten niet na evenmin de lessen welke gegeven worden op de catechisatie.
We beginnen met een nieuw artikel en wel Art. 46. Dat handelt over de godsdienstige bijeenkomsten. Men maakt in dit voorschrift onderscheid tussen „godsdienstoefeningen en godsdienstige bijeenkomsten." Zo'n godsdienstige bijeenkomst heeft zeer beslist niet het karakter van een godsdienstoefening. Ik zal 3 verschillen noemen. Op zo'n bijeenkomst wordt geen zegen uitgesproken, geen wet gelezen en sporadisch zal men er psalmgezang horen. Veelal wordt door de legerpredikant een of ander zedelijk onderwerp behandelt. Wat zegt nu art. 46 van deze bijeenkomsten.
In pt. 1 lees ik: „De protestantse militairen worden éénmaal per week, tijdens de normale diensturen, in de gelegenheid gesteld, gedurende één uur een godsdienstige bijeenkomst te hebben met de legerpredikant of diens vervanger, met dien verstande dat door onderling overleg een dusdanige regeling wordt getroffen, dat noch het aantal oefeningen waarbij moet worden uitgerukt, noch het aantal godsdienstige bijeenkomsten wordt verminderd en dat deze oefeningen en bijeenkomsten niet worden bekort. Bij manoeuvres en soortgelijke oefeningen zullen bijeenkomsten als bovenbedoeld te velde worden gehouden op daarvoor geschikte tijdstippen."
U ziet lezer, men spreekt steeds van godsdienstige bijeenkomsten en niet van godsdienstoefening. Daar is inderdaad een groot verschil tussen. Of ik aanraad of onze jongens deze bijeenkomsten moeten bijwonen? Lezers ik mag U het antwoord geven van Paulus." Beproef de geesten of ze uit God zijn."
Ik laat pt. 2 weg want dit handelt uitsluitend bijeenkomsten voor Rooms-Katholieke militairen.
Pt. 3 is niet erg belangrijk. Het zegt dat tijd en plaats der godsdienstige bijeenkomsten geregeld worden door de R.C. in overleg met de legerpredikant.
Pt. 4 van art. 46 is wel belangrijk. „Indien van de zijde van een kerkelijke gezindte tot de regimentscommandant het verzoek komt, om aan de tot die gezindte behorende militairen gedurende het uur, waarin de legerpredikanten hun bijeenkomsten houden, gelegenheid te geven voor het houden van een godsdienstige bijeenkomst onder leiding van eigen ambtsdragers, wordt die gelegenheid verschaft, met dien verstande, dat het beschikbaar stellen van lokaliteit zal afhangen van plaatselijke omstandigheden."
Wist U, dat dominee? Wist U dat ouderling? De mogelijkheid bestaat dat U onze eigen militairen één uur per week kunt toespreken. Wat U moet doen? Heel eenvoudig. U richt een verzoek tot de Reg. Comm.: van die jongens en het komt vast in orde. U kunt dan onderwijs geven in de kazerne als er plaats is of anders in uw eigen kerk. Wie weet hoeveel jongens U nog krijgt op zo'n bijeenkomst want de jongens zijn niet verplicht deze godsdienstige bijeenkomsten bij te wonen. Ik kom daar nader op terug. Ik zou het maar eens proberen Dommee, het kan U nog wel eens mee vallen. Wijlen Ds Kersten was legerpredikant in Breda en trok vele militairen.
We gaan naar pt. 5. „De diensten moeten zodanig worden geregeld, dat het bijwonen van de godsdienstige bijeenkomsten en van de godsdienstoefening voor de betrokkene geen werkzaamheden buiten de normale diensturen ten gevolge heeft."
Het programma moet met deze bijeenkomsten dus rekening houden. Het mag dus niet zo zijn, dat het uur, dezer godsdienstige bijeenkomst, 's avonds moet worden ingehaald.
Pt. 6 zegt: „Het bepaalde in pt. 3 van art. 45 is op de hierbedoelde godsdienstige bijeenkomsten en godsdienstoefeningen van overeenkomstige toepassing."
Zo wel in 5 als 6 spreekt men van godsdienstoefeningen. Dit slaat op pt. 2 waarin gesproken wordt tot de R.-K. militairen. Ook de gestraften mogen deze bijeenkomsten dus bijwonen. Dit is voor de ingewijde vreemd. De bijeenkomsten hebben plaats overdag en dan is het logisch dat de gestraften er bij mogen zijn. De zieken genoemd in pt. 2 van art. 45 worden in dit punt niet genoemd en daarvoor was meer reden.
De volgende keer hoop ik het laatste punt van art. 46 te behandelen.
Tot de volgende keer D.V. en allen de hartelijke groeten van
„KRIJGSMAN".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1952
Daniel | 12 Pagina's