JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

JOHN G. PATON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JOHN G. PATON

Verandering ten goede.

5 minuten leestijd

ZENDINGSVELD(94)

I-Iet spreekt wel vanzelf, dat er ook grote tegenstand was op het eiland Aniwa. Door de vijanden werden plannen beraamd om de zendeling kwaad te doen. Maar vaak gebeurde het, dat de kleine weesjes Paton waarschuwden tegen een wrede aanslag. De woedende vijanden stonden dan voor een raadsel, wanneer ze zagen dat hun toeleg telkens mislukte. Ze waren dan zo kinderlijk, dat ze aan de zendeling vroegen: „Wie heeft ons verraden? " Paton antwoordde dan, om de kinderen te sparen: „Een vogeltje uit het bos heeft jullie verklapt."

De kinderen merkten daardoor, dat ze hun pleegvader ten volste konden vertrouwen en er kwam een liefdeband, die de zendeling met de kinderen verbond.

Eens gebeurde het echter, dat niet de kinderen, maar het oude opperhoofd Namakei, het leven van Paton redde. In het holst van de nacht klopte hij op de deur en riep: „Missi, sta op en help! De heidenen willen uw huis in brand steken. De hele nacht hebben we hen al tegengehouden. Zij zijn met velen en wij zijn maar weinigen in getal. Sta gauw op en zet een brandende lamp voor elk raam. Laat ons tot Jehovah bidden en hard spreken, alsof we met ons velen waren. God zal ons helpen."

Paton deed dadelijk wat het opperhoofd wenste. Hij zag, dat al de emmers en vaten al gevuld waren met water om bij een mogelijke brand terstond aan het blussingswerk te kunnen beginnen.

Het bos was vol van wilden, die brandende fakkels droegen. De onderwijzers en de bewoners die aan Patons zijde stonden, hadden de wacht betrokken. De zendeling wilde ook op zijn beurt de wacht houden, maar de vrienden zeiden: „Als onze missi in het donker wordt gedood, waar moeten wij dan voor waken? Wij moeten Missi' 's avonds in huis zien te houden."

De zendeling nam de raad aan, maar van tijd tot tijd ging hij zijn trouwe helpers toch bezoeken om hen aan te moedigen.

De vijanden durfden hun snood plan niet uit te voeren, en langzamerhand dropen zij af. Hun vijandschap was echter nog niet uit. Het zendingswerk op Aniwa moest afgebroken worden. Een opperhoofd, vroeger tot Patons vrienden behorend, ging op het onverwachts weer naar de andere zijde over. Hij had maling aan de godsdienst van de zendeling. Op Zondag niet werken? Hij dacht er niet aan. Hij ging een kano maken, op een plaats waar iedereen het kon zien en horen, met opzet op de Zondag. Hij was een afvallige en dat stak hij niet onder stoelen of banken.

Maar wat gebeurde? De man werd ziek en stiei'f.

Nu kwam zijn broer, ook op Zondag, met een gewapende menigte de volgelingen van Paton uitdagen om te strijden.

De zendeling en de zijnen gaven te kennen, dat ze aan geen oorlog dachten. Zelfs toen een volgeling van Paton een klap met een knots kreeg, brandde de strijd nog niet los. De geslagene zei eenvoudig: „Ik laat de wraak aan Jehovah over."

En de Heere nam wraak. Slechts enkele dagen later stierf ook de broer van het opperhoofd. Dat sterfgeval gaf veel te denken. De meesten van de oproermakers werden bevreesd, maar anderen zouden de dood van die twee mannen wreken. Dat die twee gestorven waren was de schuld van Paton en zijn volgelingen. Wat moest er gebeuren? Men wist niet goed wat te doen. De mannen bleven kibbelen, totdat een opperhoofd opstond, dat vroeger op Tanna was geweest. In zijn handen had hij een snoer prachtige witte schelpen.

„Mannen, " sprak hij, „het grote opperhoofd van Port Resolution op Tanna, heeft mij tot zich geroepen, toen hij zag, dat hij Missi en zijn vrouw daar niet kon houden. Hij nam deze schelpen, het teken van zijn waardigheid, van zijn arm en bond ze om mijn arm en sprak: Beloof mij bij deze, dat gij mijn zendeling met zijn vrouw op Aniwa zult beschermen. Zorg dat hun geen kwaad wedervaart, want deze schelpen zijn het onderpand, dat ik en mijn volk het wreken zal."

Na deze woorden werd niet veel meer gesproken. De bui was spoedig afgedreven en Paton met zijn vrienden waren gered. De vrede bleef bewaard.

Vaak spraken de twee grote opperhoofden, Namakei en Naswei, over het volgen van Christus' voetstappen. „Wij zijn nu volgelingen van Christus. Wij moeten niet meer vechten. Wij moeten moorden en misdaden onder ons volk tegengaan."

Welk een grote ommekeer was zo'n uitspraak, als men bedenkt, dat moorden tot de geoorloofde zaken behoorden. Juist omdat iemand een moordenaar was, kon hij opperhoofd worden en tot hoog aanzien geraken. Het gebeurde eens, dat een jongeman tot Paton zei: „Missi, ik wou dat ik maar wat vroeger had geleefd. Dan had ik eer kunnen behalen door de een of andere voorname man te doden. Als Christenen hebben wij geen vooruitzichten. Waar zijn uw helden? Moeten wij altijd maar gewone mensen blijven? "

•Deze jongen werd later een inlands onderwijzer en trok het hele eiland door. Hij was toch een held geworden: Een held, strijdend voor de Naam van koning Jezus!

Er begon wel lets te veranderen op Anliwa!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1952

Daniel | 12 Pagina's

JOHN G. PATON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1952

Daniel | 12 Pagina's