JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het genadewonder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het genadewonder

5 minuten leestijd

„Voor een doorn zal een denneboom opgaan!" (Jes. 55 : 13a)

Voor het oude bondsvolk, dat in de Babylonische ballingschap verkeerde, opende dit profetisch woord een heerlijk vergezicht op bevrijding en verrijzenis. Schijnbaar ten ondergang gedoemd, zaten zij neder aan de oevers van de Chebar en weenden, als zij dachten aan Jerusalem, dat in puin lag. Maar werden zij smadelijk vertreden door de heidenen, glorierijk zouden zij uit hun graf opstaan. De hand des Heeren zjou verandering geven. Thans geknecht en vertrapt, zouden zij straks in blijdschap uittrekken en met vrede worden voortgeleid. Welk een wonder zou dat zijn, als zulk een verlossing zou aanbreken, daar zij toch, ziende op zichzelf, schuldig en zulks diep onwaardig waren. Dan zouden zij betuigen: „De Heere heeft bij ons wat groots gedaan!"

Dit woord was dus allereerst voor de gevangen Judaïeten bestemd, maar reikt toch oneindig veel verder. Deze belofte gaat telkens in vervulling, als de Heere een zon daar trekt uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Geen groter wonder kan er ooit op de aarde gebeuren, wanneer dat mag plaats grijpen. Wat in de natuur nooit kan, dat doet de Heere in Zijn souvereine genade. In de natuur blijft een doorn, wat men ook aanwendt, een dóórn! Maar in de genade geldt het, dat voor een doorn (d.w.z. een verloren zondaar) een denneboom (d.w.z. een begenadigd zondaar) zal opgaan. Geliefde lezers, is dat niet wat groots, dat zulks nog mogelijk is.

Hoe groot is die genade, welke vloeit uit de liefde des Vaders, die verdiend en verworven is door Jezus Christus, maar die ook noodzakelijk zal moeten worden toegepast door God den Heiligen Geest.

Hoe kostelijk is het ook voor u, mijn vrienden, dat gij nog leeft in die genadetijd en dat dat wonder ook bij U nog kan plaats grijpen. Straks, als uw levensboom wordt omgehouwen, is er geen mogelijkheid van zaligheid meer, want waar de boom valt, daar zal zij eeuwig blijven. Maar nu is het nog het heden, ja, hety heden der genade.

Vooral bij onze jonge mensen treffen wij menigmaal aan, dat er toekomstdromen gedroomd worden en luchtkastelen gebouwd, maar zou het voor alle dingen niet nodig zijn om eens bij onszelven stil te staan en te onderzoeken of dat genadewonder ook bij ons heeft plaats gegrepen?

Merkt eens op hoe in onze korte tekst onze diep droeve toestand vanwege de zonde beschreven wordt.

Een doorn.'... Het is een verachte, harde, stekelachtige plant. Hij groeit slechts om pijn te doen en moeite te veroorzaken. Raakt gij hem aan, gij zult er door verwond worden. Op de welige akker schiet hij op, om het goede kruid te verstikken. Hij verzwaart de arbeid van de landman, zo, dat hij nergens ander s voor deugt, dan om verbrand te worden. Is de doorn niet een deel van de vloek, die op het aardrijk rust? ... De weedoende doorn is in de profetische taal dan ook steeds het beeld van boosheid en vijandschap. Gebukt onder de trouweloosheid van het geslacht zijner dagen, weeklaagt de profeet Micha:

„Zelfs de beste van hen is als een doorn!"

Vermaant de Heere Ezechiël, om zich niet te laten afschrikken van zijn heilige taak, dan luidt Zijn Woord: „Mensenkind, vrees niet voor hen, en hunne woorden, hoewel weerbarstige doornen bij U zijn!"

Ziet, dat is ons aller toestand vanwege de zonden. Liggen wij allen niet onder vloek en toorn en dat door eigen schuld?

Maar nu het genadewonder, dat voor zulk een doorn een denneboom opgaat, hetwelk niet is een werk van de mens, maar een vrijvallend genadewerk.

Een denneboom heeft andere eigenschappen dan een doorn. Die denneboom is eigenlijk een eypres, want deze wordt bedoeld overal, waar onze vertaling denneboom heeft. Het is een schaduwrijke boom, die sierlijk omhoog gaat. Zij is altijd groen, al wordt zij met sneeuw

bedekt, zodat zij meewerkt om de heerlijkheid van de Libanon te verhogen. Van haar hout worden de sterkste schepen gebouwd en de vloer alsmede de wanden van Salomo's tempel waren overdekt met planken van die „denneboom".

En dit is nu het grootste wonder, dat de Heere door Zijn vrije genade hen, die liggen onder vloek en toorn, door wedergeboorte en door het zaligmakend geloof met de gezegende Christus verenigt en hen maakt tot een NIEUW schepsel. (Geen verbeterd schepsel). Dat zal onmisbaar zijn om getroost te kunnen leven en ook te sterven. Al degenen, waar die vernieuwing heeft plaats gegrepen, zullen dan pas bevindelijk leien de orde, die ons in de catechismus beschreven wordt, nl. ellende, verlossing en dankbaarheid. Dan is het niet een praten, o neen, maar dan wordt het een beleven daarvan. Om ons zelf als gans verloren te kennen en door de opening van het Evangelie, het heil in Christus, verklaart en toegepast in ons hart, tot Gods eer te ontvangen. Om uit Christus, door het geloof, onze levenssappen te mogen verkrijgen. Dat wonder krijgt Gods volk te bewonderen, ja, dat wonder zal hun eeuwigheidsstof geven om te jubelen:

„Alleen door U, om het eeuwig welbehagen!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1952

Daniel | 12 Pagina's

Het genadewonder

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1952

Daniel | 12 Pagina's