VOOR ONZE Militairen
DE GEESTELIJKE VERZORGING VAN ONZE MILITAIREN (2.)
Ik kom nog even terug op punt 1 van art. 45. Daar staan 2 woordjes in waarover ik nog iets zeggen wil. In de eerste plaats „wonende". Wie woont er nu in een kazerne? De militairen? Eigenlijk niet. Men woont daér, waar men z'n domicili' heeft. Dat wil zeggen in die gemeente w^iar ik ingeschreven sta in het bevolkingsregister.
Het komt wel eens voor dat militairen in de kazerne „wonen" maar beter ware het woord „gehuisvest" of gelegerd. Het komt meermalen in dit voorschrift voordat deze begrippen verkeerd worden gebruikt.
In dat zelfde punt staat ook „de godsdienstoefening." Een scherpzinnig lezer zou de conclusie kunnen trekken dat een militair die geen dienst heeft of niet gestraft is, slechts éénmaal naar de kerk mag. Dit is echter niet zo. Een jongen die aan beide voorwaarden voldoet mag net zo vaak ter kerk gaan als hij zelf verkiest. Ik kom daar in pt. 4 nog wel op terug.
We hebben dit punt een weinig toegelicht en we gaan eens kijken wat punt 2 van Art. 45 zegt. Ik lees daar:
„Aan kwartierzieken wordt deze gelegenheid gegeven, wanneer de behandelende officier van gezondheid daartegen geen bezwaar heeft."
Ik ben er van overtuigd dat vele soldaten van het bestaan van dit punt niet op de hoogte zijn. Hoe komt dat? Ten eerste omdat een soldaat in de regel niet in het bezit is van een voorschrift Inwendige Dienst. Dit wordt alleen verstrekt aan Officieren en Onderofficieren en aan soldaten die in opleiding zijn. Maar de gewone soldaat kent dit voorschrift niet. En toch staat in dit voorschrift zo ontzettend veel wat voor de gewone soldaat van veel belang is. Zeker, ze krijgen er theorie over maar het is zo gemakkelijk als men zelf over zo'n voorschrift beschikt. Nu ik begonnen ben aan de behandeling van de geestelijke verzorging dringt dit hoe langer hoe meer tot mij door. In doorsnee wordt over dit onderwerp weinig theorie gehouden. Wat kwartierzieken zijn weten jullie natuurlijk. Dat kunnen zijn jongens die hele dagen het bed moeten houden; jongens die kwartierziek te bed na de dienst krijgen, dus die moeten na de dienst direct naar hed en je kunt ook krijgen „kwartierziek". Deze laatsten moeten binnen blijven maar behoeven niet naar bed. Aan alle 3 groepen kan dus gelegenheid worden gegeven dat ze naar de kerk gaan wanneer de dokter daar ten minste geen bezwaar tegen heeft.
Alles is maar een weet en in een voorkomend geval kun je er misschien een goed gebruik van maken. Je kunt het de dokter dus verzoeken ingevolge Art. 45 pt. 2. Onthouden hoor jongens! We krijgen nu pt. 3 van Art. 45. Dit luidt:
„De Compagnies Commandant verleent aan de met licht of verzwaard arrest gestrafte militair, wanneer daartoe ter plaatse overigens gelegenheid bestaat, op diens verzoek vergunning om op Zondagen en op voor hem erkende kerkelijke feestdagen één godsdienstoefening van de godsdienstige gezindte of instelling waartoe hij behoort of waarbij hij is aangesloten bij te wonen. Deze vergunning kan uitsluitend worden geweigerd voor zover de belangen van de dienst zulks eisen, zomede indien er een gegrond vermoeden bestaat, dat van de gelegenheid om een bepaalde godsdienstoefening bij te wonen, misbruik zou worden gemaakt. Hij beslist of het bijwonen van de godsdienstoefening al dan niet onder geleide zal plaats vinden, alsmede op welke tijdstippen de vorenbedoelde militair de kazerne mag verlaten en daarin moet zijn teruggekeerd. Aan de militair die zich in voorlopig arrest bevindt, wordt geen vergunning, als hier bedoeld, verleend."
Dat is een heel punt jongens. Daar staat ook heel wat in. Zullen we eens een paar vragen stellen?
Vraag 1. Welke gestraften mogen niet en welke gestraften mogen op verzoek wèl naar de kerk?
Antwoord: Zij die gestraft zijn met streng arrest of zij die in voorlopig arrest zich bevinden mogen niet naar de kerk. Deze jongens behoeven dus nooit een verzoek in te dienen voor kerkbezoek want dat heeft geen zin. De commandant mist de bevoegdheid deze verzoeken toe te staan.
Wel naar de kerk mogen, licht-en verzwaard* arrest arrestanten.
Vraag 2. Wat moet zo'n gestrafte nu doen om de kerk te bezoeken?
Antwoord: Hij moet tijdig een verzoek indienen bij zijn Compagnies Commandant waarin hij deze verzoekt één godsdienstoefening te mogen bijwonen in de kerk van de Geref. Gemeente, staande van bv. 10.00 uur tot 12.00 uur.
Vraag 3. Kan zo'n verzoek geweigerd worden?
Antwoord: Ja, doch alleen om 2 redenen, le voorzover de belangen van cle dienst zulks eisen en 2e wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat misbruik zal worden gemaakt van de verleende gunst. Zijn geen van deze redenen aanwezig dan kan de Compagnies Commandant zo'n verzoek niet weigeren. Lees pt. 3 nog maar eens goed en let dan vooral op het woordje „uitsluitend".
Vraag 4. Mag ik alleen naar de kerk?
Antwoord: Soms wel en soms niet. De C.C. beslist of de gestrafte wel of niet onder geleide naar de kerk zal gaan. Dat is niet leuk. Neen jongens dat is waar, maar gestraft zijn is nooit leuk.
Nog één tip jongens. Het kan gebeuren dat je op Zaterdag om 12.00 uur gestraft wordt met bv. 6 dagen licht arrest. Wat nu te doen ? De tijd om nog een schriftelijk verzoek in te dienen is te kort. Welnu jongens, dan vraag je het mondeling. Wanneer dit in beleefde toon geschiedt dan weet ik zeker dat succes niet is uitgesloten.
Ik weet echter een beter middel. Jij ook ? Zorgen dat je nooit gestraft wordt.
We gaan eens kijken wat pt. 4 van Art. 45 zegt.
„Aan militairen, die in dienst zijn, wordt desgewenst vergund een godsdienstoefening hunner gezindte of van de instelling, waarbij zij zijn aangesloten, bij te wonen, wanneer gedurende hun afwezigheid in hun dienst door een door belanghebbende te stellen vervanger is of kan worden voorzien en het dienstbelang daardoor niet wordt geschaad."
Dit punt is veel kleiner dan het vorige en toch is het zeer belangrijk. Ik zou nu nog even terug komen op pt. 1. In pt. 1 wordt gesproken van „de godsdienstoefening" maar daai'mee bedoelt men kennelijk „de godsdienstoefeningen" want in pt. 3 en 4 spreekt men over „een godsdienstoefening." En nu pt. 4. Ik ontmoet wel eens jongens die Zondags niet naar de kerk zijn geweest en als ik dan naar de reden vraag dan zeggen ze: „ik had wacht of ik was kamerwacht enz. enz." Als ik hun dan vraag of ze geen vervanger konden krijgen dan weten ze van het bestaan van pt. 4 niets af. Jongens lees dat punt toch eens goed. Als ik b.v. kamerwacht ben en ik kan een andere jongen vinden die genegen is mijn dienst gedurende mijn afwezigheid waar te nemen, welnu dan dien ik hiertoe een verzoek in bij mijn C.C. De mogelijkheid is geopend en maak er dan ook gebruik van.
Dit was onze tweede les jongens. Bewaar je ze goed ? Tot de volgende keer D.V.
„KRIJGSMAN".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1952
Daniel | 8 Pagina's