De goede keuze
„Maar aangaande mij en mijn huis, wij zullen cle Heere dienen." (Jozua 24 : 15b.
Het Nederlandse volk werd dezer dagen opgeroepen om haar stem uit te brengen op de man hunner keuze, aan wien zij het vertrouwen schonk, om zich door hem te laten regeren. Een ieder op zijn wijze maakte reclame, om anderen te bewegen hun stem uit te brengen op hem, die men voor zichzelf begeerde. Moeite noch kosten werden ontzien om dat doel te bereiken. Met grote spanning werd de uitslag tegemoet gezien, welke voor de één bevredigend en voor de ander teleurstellend was. En wat zullen nu de resultaten zijn? ... Er is veel beloofd en de tijd zal het leren, of wij een goede keuze gedaan hebben.
Wanneer wij het alleen van de mens verwachten, zal de teleurstelling groot zijn. Leert ons des Heeren Woord niet, dat wij op de mens ons vertrouwen niet zullen stellen, wiens adem zo spoedig kan worden afgesneden? ... Is het niet tevergeefs, al waakt de wachter, als de Heere de stad niet bewaart? ...
Men hoopt op verandering op maatschappelijk gebied, maar men vergeet, wat de oorzaak der ellende is, nl. het verlaten van de God des heils en het vertreden van Zijn geboden. Zullen Gods rechtvaardige oordelen door mensen kunnen worden afgewend? ... Neen!... Alleen in terugkeer tot cle Heere en het houden van Zijn geboden zal de gunste Gods ons geschonken worden, gelijk Psalm 32 : 5 ons leert:
„Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Maar die op Hem vertrouwt, op Hem alleen, Ziet zich omringd met Zijn weldadigheên."
Onze gedachten worden heengeleid naar de landdagte Sichem, waar Jozua zijn werkzaamheden voor Israël besloot. Daar stelde hij en zijn volk zich voor 's Heerlen aangezicht. Daar opende hij Israëls geschiedenisboek. Hij bepaalt zijn volk bij de leiding des Heeren, welke
Hij met hen gehouden heeft. In onze dagen tracht men God uit de geschiedenis weg te nemen. Een groot deel van ons volk is opgegroeid en groeit op bij een geschiedenisonderwijs, dat God, de Heere, eenvoudig doodzwijgt. Maar zo doet Jozua niet. Hij wist, dat het God, de Heere is, Die de geschiedenis maakt. De daden Gods, die Hij in het verleden gedaan had, worden in herinnering gebracht. En nu wordt het volk voor een beslissende keuze geplaatst.
Hoe wekte Jozua. zijn volk op, om de Heere alleen en onverdeeld te dienen. Was Hij dat niet overwaard en waren zij dat niet duur verplicht?
Velen vinden dat een ramp en trachten de dienst des Heeren uit te roeien.
Mocht dit bij Israël ook zo zijn, dan moesten zij een andere God kiezen. In deze zaak is( niets ellendiger dan halfslachtigheid. Van tweeën één moest het worden: óf de Heere, óf de afgoden.
Het was Jozua niet te doen, om het volk van de Heere af te brengen, want dat zou de grijze Godsman smarten; maar zijn doel was juist, om de neiging tot de afgodendienst geheel te breken en zijn volk in de vreze en de dienst des Heeren te bevestigen. Daarop was geheel zijn betoog gericht.
Vóór dat Israël kan kiezen, maakt Jozua hun zijn keus bekend. Hoe heerlijk klinkt het van des grijsaards lippen: „Maar aangaande mij en mijn huis, wij zullen de Heere dienen."
Niet „mijn huis" zonder mij. Zo zijn er velen, die het wel voor vrouw en kinderen en dienstboden goed vinden, maar voor zich zelf vinden ze het minder nodig. Maar zo was het bij Jozua niet, neen, al zou hij met zijn huis alleen staan. Dat zulks in eigen kracht niet mogelijk was, daarvan was hij ten volle overtuigd. Neen, alleen door de genade en kracht des Heeren was zulks mogelijk. Maar wat zijn keus betrof, die was door Gods genade beslist. Die keus is voor hem onberouwelijk geweest en daarom wekt hij zijn volk daartoe ernstig en welmenend op. Dat is de goede keus voor tijd en eeuwigheid.
Hoe verheugend klonk het in Jozua's oor, toen het volk zeide: „Het zij verre van ons, dat wij de Heere verlaten zouden, om andere goden te dienen."
Mijn lezer, is die keus ook daar u gedaan? ... Met die God komen we nooit bedrogen uit. Zijn dienst zal ons nooit berouwen. Leer dan nog uw dagen tellen, vóór dat het eeuwigheid voor U wordt en het te laat zal zijn.
Van die keus krijgt Gods volk nooit spijt. Die God vrezen, in Christus Jezus, zullen door de kracht des Heiligen Geestes zingen:
„Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1952
Daniel | 12 Pagina's