JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

5 minuten leestijd

Goede werken. Het is ons bekend, dat deze in het leven van de Roomsen een voorname plaats innemen.

Ook in de Middeleeuwen was dit het geval.

Men bedenke wel, waarom deze gedaan worden. Niet zo zeer om deze , , te doen uit dankbaarheid", als wel om de hemel er door te verdienen.

„Om dit doel te bereiken", zegt Rome, ..moeten wij ze doen in staat van genade en ter ere Gods."

D.w.z.: God schenkt genade en de mens werkt met die genade mee. Ieder doet dus wat: God en mens (semipelagianisme).

Wij gaan er niet nader op in, als meer liggend op het terrein der catechisatie, waar het scherp verschil met onze leer der goede werken ter sprake komt. Het aantal „goede werken" was (is) legio: vasten, aalmoezen geven, bedevaarten, kloosterleven, zelfkastijdingen, giften, inz. voor kerkbouw en' kerkherstel, en talloos andere meer. !

Die aalmoezengeverij had tot gevolg, dat het vooral in de late M.E. wemelde van bedelaars (Dr Berkhof).

Aflaat. Het woord is ons al bekend: het begrip is ons echter niet altijd even helder.

In een rooms apologetisch werkje, geschreven door een kardinaal-aartsbisschop, lazen we omtrent die aflaten of indulgenties het volgende: „Er is misschien geen geloofswaarheid, die zo weinig begrepen, of door onze tegenstanders in zulk een verkeerd daglicht gesteld wordt, als de leer der aflaten.

De eigenlijke betekenis van het woord is kwijtschelding, vergiffenis, doch in de opvatting van andersdenkenden verbindt zich hieraan gewoonlijk het begrip van verlof tot zondigen, enz." Daar kunnen we het mee doen! In verband hiermee, gaan we nader op de zaak in. De aflaat is voorgekomen uit de biechtpraktijk, die, zoals bekend is, bij Rome zo'n grote rol speelt.

De voornaamste eis voor een die ter biecht gaat, is: het berouw over zijn zonden.

Deze zonden moet hij met een „rouwmoedige belijdenis" aan de biechtvader belijden. Niets mag opzettelijk achter gehouden worden.

Hierop volgt de absolutie, d.i. de vergeving van de schuld zijner zonden, om Christus' wil.

Maar dan is de biechteling nog niet klaar. Dan komt de eis der voldoening van zijnentwege (de z.g. penitentie).

De priester legt hem (of haar) bepaalde kerkelijke straffen op. B.v. gebeden of andere „goede werken". Maar deze „voldoening" kan in de regel in dit leven niet volkomen geschieden. Er blijft altijd nog wat te vereffenen over en daarom moet het tekort door het lijden in het vagevuur worden aangevuld.

De „voldoening" bestond dus in het voldoen van de opgelegde kerkelijke straffen na de absolutie.

Nu waren er echte» wegen om van die voldoening gedeeltelijk of geheel te worden ontslagen.

Dat noemde men dan indulgentio of aflaat.

In de oude kerk kwam het wel voor, vooral in tijden van vervolging, dat sommigen afvielen. Kwamen deze terug en toonden zij diep berouw, ware boetvaardigheid, dan volgde wel vermindering van boetetijd of vermindering en verzachting der boete. Zoals wij wel begrijpen zullen, moest dit voor elk geval weer opnieuw vastgesteld worden.

Maar in de 11e eeuw, toen de kruistochten begonnen, kreeg men een heel andere regeling. Ieder, die aan zulk een tocht deelnam of een ander in zijn plaats zond en uitrustte, kreeg gehele of gedeeltelijke aflaat.

Het kwaad begon zich nu meer en meer uit te breiden. De aflaten dienden niet alleen voor de kerkelijke straffen der levenden, maar ook voor de straffen dergenen die in het vagevuur zaten.

Het kwaad werd nog erger, toen men ook voor geld aflaten verkrijgbaar stelde. Hierdoor ontstond de gruwelijke aflaathandel, waaraan de pausen, die altijd geldhonger hadden, ijverig deelnamen en allerlei middelen beraamden (jubeljaaraflaat, enz.) tot verkoop.

Was het wonder, dat alle ernst des levens teloor ging, dat de godsdienst een grote sjacherarij werd. Want voor het volksbewustzijn betekende vergeving van straffen vergeving van zonden.

Er was zelfs gelegenheid om aflaten te kopen voor zonden, die nog bedreven moesten worden en dan ingeleverd konden worden bij de biechtvader. Deze kon volle absolutie schenken na berouw.

De officiële kerk was wel zo slim, om de misbruiken niet goed te keuren, maar deed ook geen pogingen het kwaad uit te roeien. De „brave" Johann Tetzel eiste voor iedere persoonlijke aflaat berouw! Maar bij een aflaat voor de overledenen was dat z.i. niet nodig. We kennen de w r oorden: zodra het geld in de kist klinkt, springt de ziel uit het vagevuur!

Natuurlijk waren er ook, die dat goddeloos bedrijf afkeurden; maar afkeuren is nog geen uitroeien. Roomse theologen gingen er in voor de aflaat te rechtvaardigen door middel van bijbelteksten enz.

Alexander van Hales (11e eeuw), een scholasticus, was de eerste, die leerde, dat de kerk in het bezit was van de schat der overtollige verdiensten van Christus en de heiligen. Uit die schat kon de paus het nodige halen en doen uitreiken aan hen wier fondsen van goede werken niet toereikend waren, om de rekening te vereffenen.

In 1343 werd deze leer der overtollige werken als kerkleer verheven.

De misbruiken keurde Rome later op het bekende concilie van Trente af; maar het gebruik der aflaten achtte zij voor het christenvolk ten hoogste heilzaam!

De schrijver van het zoëven genoemde apologetisch werkje gaat zelfs zover, dat hij beweert, dat er van aflaathandel geen sprake is, want de bijdragen moeten vrijwillig gegeven worden!

En dat de paus, door aan de vrome gevers en geefsters van allerlei dingen geestelijke gunsten te beloven, zijn macht niet te buiten gaat, bewijst hij met Dan. 4 : 27, waar hij aldus vertaalt: Koop uw zonden af door aalmoezen en uw ongerechtigheden door milddadigheid jegens de armen; misschien zal God uw misdrijven vergeven." Ergerlijk!

P. J-LAMORé

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1952

Daniel | 12 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1952

Daniel | 12 Pagina's