Kerkgeschiedenis
Heiligenverering. Deze was nog meer toegenomen. De heiligverklaring was natuurlijk het werk van de paus.
Wel maakte men in de kerkleer onderscheid tussen aanroeping (van de heiligen) en aanbidding (van God), maar in de practijk maakte het gewone volk dit onderscheid niet en kwam het alles op het laatste neer.
Voor ieder land, voor iedere stad, kerk, ziekte, nood, stand was er een bijzondere heilige, zelfs voor de dieren in de stal. De varkens hadden de eer Antonius tot hun schutspatroon te hebben, de ganzen Gallus. Anna was voor de mijnwerkers (Luther), Petrus voor de viskopers, Hubertus voor de jacht, Joris „verleende zege en victorie" in de strijd met de aardse vijanden en „na dit lijf de eeuwige glorie." Michiel verloste van 's duivels banden. We zullen er maar mee ophouden.
Mariaverering. Vooral de Mariadienst bereikte een hoge vlucht. Daarvan getuigen de talrijke Marialegenden en de voortbrengselen der kerkelijke kunst.
Zij is de hoogste der heiligen, de „regina coelie, " d.i. de koningin des hemels, de middelares, die met haar verdiensten en voorbeden intreedt voor de zondaren.
Met de zoetste namen benoemde men haar; de Mariagebeden waren overtalrijk.
Zij schonk blinden het gezicht, genas ongeneeslijke ziekten.
Het „te Deum laudamus" (U prijzen wij, o God) uit de oude kerk en de belijdenis van Athanasius werden op haar toegepast!
Enige priesters verstoutten zich zelfs aan de doopsformule toe te voegen: „en ter ere van Maria." Maar dat verwekte toch tegenstand.
Wat denken onze lezers van deze regels uit die tijd?
O, tedre hemelkoningin, U offer ik mijn ziel en zin. O, neig, genaderijke, uw oren; 'k Wil u en u alleen behoren!
Afschuwelijk. Arm volk, dat daarin zijn heil zocht; dat daar mee zijn hoge zielenood trachtte te vervullen.
Wel was de Reformatie nodig!
Dat het aantal Mariafeesten bij dit alles vermeerderde, laat zich gemakkelijk begrijpen.
Reliquieënvereringen en wondergeloof. Het aantal relieken nam in deze tijd ontstellend toe en de verering was grenzeloos.
Wij weten, dat men geloofde, dat er bijzondere krachten in schuilden.
De bekende Thomas k Kempis schreef er dit mooie van: „Geen bedehuis zo arm, of het heeft enige heilige relieken én tot sieraad én wegens devotie voor de zielen der heiligen, die met Christus heersen in heerlijkheid; ant als wij het gebeente der heiligen ootmoedig vereren, vereren wij Christus, daar zijn heilige Geest in hen woonde.
En zo iemand noemen sommigen nog een voorloper der Hervorming! 't Is fraai!
De bekende Frederik de Wijze, Luthers landsheer en beschermer was zulk een verwoed verzamelaar, dat hij tot 1509 5005 exemplaren in zijn bezit had. En zulken waren er meer. Van alles verzamelde men. In 't klooster Diepeveen had men een „heilig" hoofd van een overleden non, waarvan een bloemengeur opsteeg! J
Toch had men wel relieken, waarvan men niet meer wist, van wie ze afkomstig waren. Een monnik had eens vergeten de lijst bij te houden!
Maar doet niet het heidendom van deze tijd met hun mascottes (gelukspoppetjes) feitelijk evenzo?
Ook het aantal wonderverhalen was ontzettend groot. Meestal zat er misleiding en bedrog achter om aan de nodige contanten te komen. Trouwens zgn. wonderbare genezingen doen ook nu nog bij Rome opgeld.
Duivelenlbestryding of exorcisme. Hiermee was het druk gesteld. Men geloofde, dat duivelen in bepaalde delen van het lichaam genesteld konden zijn. Bij één zat er een in zijn grote teen; bij zekere monnik in zijn haar!
De geestelijken hadden het dan ook zeer druk met het uitbannen, waarbij zij het kruisteken sloegen en allerlei spreuken gebruikten.
Men geloofde dat de duivel allerlei gedaanten aannam: met horens, bokken-en paardenhoeven was gezien, maar ook in de gedaante van een magister, van een zwarte hond, enz.
Het is bekend hoe de beroemde Bijbeldrukker en - uitgever Jacob van Liesveldt te Antwerpen in zijn laatste druk (1532) bij Matth. 4 (de verzoeking in de woestijn) de beginletter versierde met een plaatje, voorstellende de duivel in een monnikspij!
In keurig gezin (Gereform. Gem.) te Elspeet bestaat nog gelegenheid kamers te huren; ook met VOLLEDIG PENSION indien dat gewenst wordt.
't Ergste waren echter de heksenprocessen, omdat men geloofde, dat er vrouwen en meisjes waren, die
door de duivel behekst waren. Het was de zeergeleerde Thomas v. Aquino die het geloof aan heksen zelfs een plaats gaf in de kerkleer.
In de 15e eeuw begon de inquisitie werk van de heksenprocessen te maken. Twee Dominicanen uit Keulen schreven er zelfs een handleiding voor, geautoriseerd door paus Innocentius VIII.
Het boek droeg de naam van „Malleus maleficarum" oftewel „Heksenhamer." (1487.)
Die heksenvervolgingen hebben geduurd tot ongeveer 1700. Duizenden vrouwen en meisjes zijn in dat tijdsbestek onschuldig als heks verbrand.
Religieuse volksliteratuur. In de vóórreformatorische tijd (15e eeuw) ontstond een rijke literatuur, die niet naliet invloed uit te oefenen op het godsdienstig leven onzer vaderen, zij het ook dat dit leven zich bewoog in de bedding van de roomse kerk.
Het zijn vooral de Moderne Devoten, die in dezen productief gewerkt hebben.
Na 1200, maar vooral in de onderhavige eeuw was het aantal levensbeschrijvingen, kronieken, groot. Het doel met die biografieën was en daarvan waren onze Devoten overtuigd, „dat vrome doden, wanneer men hun godvruchtige wandel beschreef, in zekere zin na hun dood bleven voortleven, om vele mensen, die levend dood waren, tot het ware leven te wekken."
En zo ontstonden onderscheiden biografieën: van Geert Groote, Florentius Radewijns, Johannes Brinckerinck en veel anderen meer.
Was er veel in het latijn geschreven, ook in het diets (de volkstaal) verscheen veel. Denk maar o.m. aan de sermoenen van pater Brugman.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1952
Daniel | 8 Pagina's