JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VOOR ONZE Militairen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VOOR ONZE Militairen

VROEGER EN THANS

6 minuten leestijd

De lezers van ons blad die soldaat zijn geweest in de jaren 1914—1918 en die mijn artikelen over de Chr. Mil. Tehuizen hebben gelezen, zullen bij zichzelf de vraag wel hebben gesteld: Zijn die Chr. Mil. Tehuizen nu zo geheel anders dan vroeger? " en dan kan ik niet anders antwoorden dan: „Ja, geheel anders dan vroeger."

Vóór ik hier verder op inga wil ik één ding goed vast leggen: We mogen niet generaliseren. Niet alle Mil. Teh. over één kam scheren. Ik heb mij hieraan ook niet schuldig gemaakt en dit is ook zeker mijn bedoeling niet geweest. Ik heb met mijn artikeltjes alléén bedoeld onze jongens ook op dat terrein wakker te maken, voorzover dit nodig was. Ik kan onze jongens niet onvoorwaardelijk het advies geven: „Bezoekt zoveel mogelijk de Mil. Teh." Integendeel, men zij ook hier zeer voorzichtig en beproeve de geesten. Zo heb ik geschreven in ons blad van Vrijdag 4 April 1952.

Ik heb dit advies maar niet lukraak gegeven. De ervaring heeft mij dit geleerd. En mij niet alleen. Ik heb van een vader van een Mil. Teh. een boze brief ontvangen. Hij is het lang niet met mij eens. Op één punt is hij het wel met mij eens, en daarover gaat het nu juist. Hij schreef mij letterlijk: „Dat er Tehuizen zijn die zich Christelijk noemen en aan deze dingen (bedoeld worden film, toneel en cabaret. Kr.) meedoen kan ik helaas niet ontkennen.

Welnu, deze Mil. Teh. bedoelen wij. De Mil. Teh. moeten geen brug worden naar café en bioscoop. Is het dan onredelijk en ongemotiveerd om onze jongens te waarschuwen voor dergelijke zich noemende Chr. Mil. Tehuizen? Wanneer het woord „Christelijk" ergens vóór staat dan heb ik het volste recht dit „Christelijk" te toetsen aan Gods Woord. Voldoet een Chr. Vereniging, een Chr. Mil. Teh. in haar uitleving niet aan de normen welke God in Zijn Woord gesteld heeft dan is het onze plicht hiervoor te waarschuwen. Mijn advies gaat ook niet buiten de opvatting welke onze hogere kerkvergaderingen hebben. Ik mag mijn lezers hiervoor verwijzen naar de „Saambinders" van 22 en 29 Mei jl.

In het verslag van de Classis Kampen lees ik het volgende: „Een andere gemeente vraagt advies in hoeverre militairen aangeraden kan worden gebruik te maken van Mil. Teh. Advies: Men diene in deze voorzichtig te zijn en wel na te gaan, welke geest er heerst in de betreffende huizen. Onze jongens dienen zich te onthouden van die plaatsen, waar de lust tot biljart en dergelijke spelen, alsmede films wordt aangekweekt." Uit mijn hart gegrepen. Ik heb niets anders geadviseerd.

In de „Saambinder" van 29 Mei lees ik dat de classis Amsterdam verzocht het stichten van een Mil. Teh. op de Veluwe in verband met de vele kazerne-bouw. Als de classis Amsterdam het zo goed kon vinden in de thans bestaande Mil. Teh. zou haar verzoek zeker achterwege zijn gebleven.

En wat zegt onze Synodale Commissie in het verschenen „Handboekje voor de Soldaat"? Op blz. 3 lees ik: „Wij willen de waarde van de Mil. Teh. geenszins klein achten, maar het is toch voor onze militairen nodig zich eerst op de hoogte te stellen van de sfeer die daar is." Tot zover de Syn. Coram.

Heb ik anders geadviseerd?

We leven in een tijd dat de afval en het verval zich op alle terreinen hoe langer hoe meer komt te openbaren. Ik geloof dat ik dit mijn lezers, niet nader behoef te ontvouwen. Wie Zondag op Zondag opgaat onder de zuivere bediening des Woords, wie Gods Woord onderzoekt, wie let op de uitleving van de mens zowel in Kerk, School en Maatschappij zal een schrikkelijke afval en verval op alle terreinen des levens kunnen constateren. Daar behoeft men geen geleerde voor te zijn. Zo is er ook een verval te constateren op het terrein van onze Mil. Teh.. Dat is die vader van dat Mil. Teh. gelukkig met mij eens. Hoe waren de Mil. Teh. nu in 1914—1918. Ik ga weer niet generaliseren. Ik heb ook toen Mil. Teh, bezocht en ik kan niet anders zeggen alsdat de sfeer toen een heel andere was. In de toen door mij bezochte Mil. Teh. vond men geen film, toneel of biljart. Men zocht toen meer de gezelligheid in het onderlinge gesprek, lezen en het houden van inleidingen over bepaalde onderwerpen door de vader, de jongens zelf, een godsdienstonderwijzer of een Predikant. Ik heb meegemaakt in 1918 en 1919 dat de t.m. Veldprediker Ds Janse Pred. b/d Chr. Geref. Kerk een bijbellezing hield in het Mil. Teh. en daarna een onderlinge bespreking. Des Zondags kregen we gratis een kop koffie met een sigaar. Ook thans weet ik een Mil. Teh. dat op Zondag niet verkoopt. Als men in dat tehuis des Zondags wat gebruiken wil dan moet men het Zaterdags reeds kopen. Hoe andere Mil. Teh. dit geregeld hebben weet ik niet. Dit om geen vei'keerde conclusie te trekken.

De sfeer vroeger kwam werkelijk korter bij ons eigen huis dan dati dit nu veelal het geval is. Over het algemeen nam men het vroeger nauwer. Tegenwoordig is men gauw ouderwets en erg bekrompen. Men zegt dan: „de tijden zijn veranderd."

M'n waarde lezer, ik kan mij daarin niet vinden en wel om de volgende redenen: God is niet veranderd. Ook de mens is in wezen niet veranderd. En in 1500 en in 1600 en in 1900 zijn alle mensen in zonden ontvangen en geboren. Dat zijn dus 2 dingen die niet veranderd zijn. Wat is dan wel veranderd? Wel veranderd is de „uitbreiding" van de arme mens. Er was vroeger meer beslag op de mens. Men durfde zich vroeger niet zo bruut „uit te leven" als thans. Er ging meer kracht en gezag uit van Gods Volk. Daar was meer een vragen naar God en Zijn instellingen. De verkondiging van Gods Woord maakte meer indruk dan thans. Men is nu soms geneigd te vragen of de verkondiging van Gods Woord nog wel indruk maakt. Heeft het. nog vat op ons? Vele vragen, mijn lezers die ge zelf wel kunt vermenigvuldigen en beantwoorden.

„Daniël" tracht te zijn een leidraad voor onze jeugd. Leiden wil zeggen „wijzen". Wij als medewerkers van dit blad zullen de jeugd van onze Gemeenten moeten wijzen op het goede en het kwade. Of ze het dan horen of niet horen willen, de verantwoording is voor hen.

Jongens, ik heb jullie gewezen op de Mil. Teh. Is er een goed Mil. Teh. in je garnizoenplaats, bezoekt dit veel. Is er een Mil. Teh. wat de toets van „Christelijk" niet kan doorstaan, blijf er weg. Ge hoort er niet.

Ik hoop met dit artikeltje de oude garde van 1914— 1918 tevreden te hebben gesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1952

Daniel | 7 Pagina's

VOOR ONZE Militairen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1952

Daniel | 7 Pagina's