JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

6 minuten leestijd

De beroemdste humanist is geweest Desiderius Erasmus van Rotterdam (1466—1536). Hij werd geboren bij Gouda en was de zoon van een priester uit Rotterdam, Nog geen 13 jaar oud verloor hij zijn moeder en stond hij alleen op de wereld. Te voren was hij leerling van de beroemde domschool van Deventer.

Door het sterven van zijn moeder kon hij in Deventer

niet blijven. Het werd een zwerven en armoeujden, waardoor hij gedwongen werd, zijn intrek te nemen in het klooster Steyn bij Gouda (1488). Op 26-jarige leeftijd werd hij daar tot priester gewijd.

Het kloosterleven was echter niets voor hem; hij was veel te onrustig van aard.

Gelukkig voor hem zou hij kort na zijn wijding als secretaris van de bisschop van Kamerijk met deze een reis naar Rome maken. De reis ging echter niet door. Maar terugkeren in het klooster deed hij niet. Hij voelde zich zo vrij als een vogel in de lucht en begon nu een zwervend leven.

In Parijs volgt hij een tijdlang colleges, maar is bang een ketter te worden. Daarop vertrekt hij naar Engeland; vervolgens naar Nederland. Maar zijn geboorteland is hem te boers.

Dan gaat het via Leuven en Parijs naar Italië; weer naar Engeland, eindelijk naar Zwitserland. Te Basel is hij in 1536 overleden.

Als geleerde genoot hij een buitengewone roem: met geleerden, prelaten en vorsten onderhield hij een drukke briefwisseling.

Karei V e.a, schonken hem rijke jaargelden.

Groot is het aantal werken, dat hij geschreven heeft.

Bekend is zijn Lof der Zotheid. De grootste dienst door hem aan de kerk bewezen is zijn uitgave van het Nieuwe Testament in het Grieks, waarbij gevoegd een eigen latijnse vertaling en korte aanmerkingen.

Luther heeft bij zijn vertaling van het N.T. van Erasmus' uitgave gebruik gemaakt.

Wat zijn godsdienstige beginselen betreft: Christus is voor hem vóór alles de hemelse leraar, die ons de ware wijsheid heeft geleerd. Een enkele keer noemt hij de Heere Jezus wel de Heiland der wereld en Zijn kruisdood onze enige troost in de nood van het sterven; maar vaak gebeurt dit niet.

In de Bergrede bereikt, volgens Erasmus, Christus' leer haar hoogtepunt.

Ook hij zag de noodzakelijkheid van hervorming wel in. Maar in de middelen daartoe en in het grondbeginsel verschilde hij van de reformatoren. Samengaan met deze was dan ook ondenkbaar.

Zeker schrijver merkt op: , .In de grond was hem de rust liever dan de waarheid". Inderdaad.

Feitelijk is hij de vader van het tegenwoordig vrijzinnig Christendom.

Alvorens nu over te gaan tot de behandeling van de 16e eeuw, de hervormingseeuw, willen wij een en ander meedelen over het f godsdienstig volksleven uit de tijd vlak voor de hervorming.

Zoals wij reeds gezien hebben, waren er groepen en afzonderlijke personen, die niet blind Avaren voor de nood der kerk; maar wier stemmen men van officiële zijde zoveel mogelijk trachtte te smoren.

Het gewone volk leefde zijn kerkelijk leventje en onderwierp zich, zonder nadenken, gedwee aan alles, wat de kerk haar beliefde voor te schrijven en voor te kauwen. <

Als dan de geestelijke leidslieden daaraan een leven paarden, dat zeer verdorven was, kon het niet uitblijven, of dit moest zijn terugslag hebben*"op het eenvoudige volk.

dige volk. Leer en leven moeten toch altijd samen gaan.

De Sacramenten. Vóór de dertiende eeuw was het aantal sacramenten onzeker. De één sprak van 4, de ander van 6.

Maar sinds de 13e eeuw telde men er 7, dezelfde, die er nu nog zijn: doop, vormsel, mis, biecht, huwelijk, het laatste oliesel en de priesterwijding.

Langzamerhand verschenen er ook handboeken voor de geestelijken om deze sacramenten toe te lichten. In de 16e eeuw was het getal dier werken zeer groot.

Onder het 7-tal domineren het misoffer en de biecht. De hele eredienst draait eigenlijk om het misoffer, d.i. de onbloedige herhaling van het kruisoffer .

Ook de biecht was (is) van groot belang. Het zou'ons te ver voeren als we die biecht met haar absolutie in ovj zonderheden gingen behandelen. Alhoewel het wel nuttig zou zijn) om Rome in deze te leren kennen.

Dr Berkhof zegt het zeer kort en juist: „Het was een machtig middel in de hand der geestelijken tot volksopvoeding en volksbeheersing. Let op het laatste woord! Bekend' is het, dat Luther de biecht zeer serieus opvatte en daardoor de afschuwelijke praktijken en gevolgen van de aflaathandel leerde kennen.

De prediking. Het centraal stellen der mis moest er wel toe'leiden, dat de prediking des Woords op de achtergrond kwam te staan. Als er nog prediking was, werd die louter betrokken op de sacramenten.

Van de 11e tot de 14e eeuw deed men niets anders dan de sacramenten bedienen, een beetje catechetisch onderwijs geven, de 12 art. des geloofs en de 10 geboden behandelen, enz. Van bediening ' des Woords kan men dus niet spreken.

In de 14e eeuw zijn het vooral de broeders des gemenen levens, benevens de Dominicanen en Fransiscanen, die zich gaan toeleggen op het houden van sermoenen en collatie's. De laatste zijn eenvoudiger dan de sermoenen.

Een onzer bekendste predikers is geweest de meergenoemde pater Brugman (gest. 1473 te Nijmegen). Zijn preekmanier was zeer aanschouwelijk: evenals anderen phantaseerde hij er geducht op los (allegoriseren). Maar geluisterd zullen ze hebben, al duurde de preek wat lang en telde ze soms meer dan 160 punten!

't Is geen wonder, dat men een halve eeuw later in het bisdom Utrecht de bepaling maakte, dat de predikers geen „oudwijfse fabelen" (1 Tim. 4 : 7) mochten gebruiken.

De officiële kerktaal was natuurlijk het kerklatijn; maar de volkspredikers gebruikten het „diets", de volkstaal. De lengte van de preken was verschillend. Er waren er van een half uur, een uur, 3 uur (Geert Groote en Brugman). Eén was er, die 6 uur preekte; natuurlijk pauzeerde hij onderweg even!

Men trekke uit het vermelde nu niet de conclusie, alsof alle volkspredikers zo waren. Geert Groote b.v. achtte alleen hen goede predikers, die, naar het exempel van de oud-testamentische profeten de wereld haar zonden en ongerechtigheden verkondigden en bovenal, volgens het evangelie, dat „Christus de weg naar de hemelse is." Overigens werd sterk aangedrongen op het gebruik van en het vertrouwen op „de genademiddelen der kerk" en gewaarschuwd voor de ketterij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1952

Daniel | 12 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1952

Daniel | 12 Pagina's