JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

10 minuten leestijd

CorresporifJentte voor Jeze rubriek aan: I T. MOLENAAR. Leede 18. Rotte, dam-Zuid |

Jong. Vereen, te L. vraagt iets mee te willen delen over de Hernhutters.

Antwoord: In de dagen der reformatie heeft de Heere in Zijn kerk het licht weer op de kandelaar geplaatst. De ware Christenen werden weer door de band der liefde aan elkander verbonden, zij onderzochten nauwgezet Gods Woord en spraken de waarheid Gods uit in hun belijdenisgeschriften. Ik behoef slechts te herinneren aan de drie formulieren van Enigheid.

Genoot de kerk rust en vrede, dan kwam er meestal een inzinking van het geestelijk leven. Men hield wel vast aan de eenmaal vastgestelde leer, maar dat was hun genoeg. Het vrijmoedig belijden, de blijdschap in het leven des geloofs in een godzalige wandel kwam in verval.

Sommigen vonden dat heel erg en zeiden dat de godsdienst het hele leven moest beheersen. Dat was natuurlijk goed en waar, maar zoals het gewoonlijk gaat, men overdreef. Kennis der waarheid en onder-

zoek der Schriften werd gering geschat en men stelde er een vroomheid voor in de plaats, die men zichzelf •uitgedacht had. Men ging dikwijls zondig en verkeerd noemen, dingen van 't gewone leven, die op zichzelve niet zondig zijn. Men zeilde in de wateren van werkheiligheid.

Daarvan was niet vrij Francke, de piëtist. Een van zijn leerlingen is de Saksische graaf von Zinzendorf. Op 22-jarige leeftijd krijgt hij een hoog staatsambt in Saksen en wordt grondbezitter van een landgoed, waarbij een uitgestrektheid onbebouwde grond om de Hutberg.

In die tijd werden de Boheemse en Moravische broeders weer ten bloede toe vervolgd. Ze weken uit onder leiding van Christiaan David, die bij de Hutberg kwam en van von Zinzendorf de vergunning kreeg zich daar te vestigen. Meerderen volgden. Men noemde nu die plaats Hernhut, d.i. hut des Heeren om te kennen te geven, dat de Heere hun Beschermer was.

Dit is de oorsprong van de Hernhutters of Broedergemeente.

ge-In verschillende landen zijn broedergemeenten sticht. In ons land één te Haarlem en één te Zeist.

Nadruk wordt gelegd op de persoon en het lijden van de Heere Jezus. De rechtvaardigheid Gods en het plaatsbekledende werk van Christus' lijden wordt op de achtergrond geschoven.

Veel heeft de Broedergemeente gedaan voor de zending. In West-Indië trokken zij zich het lot aan van de Bosnegers en de melaatsen.

De leden dier gemeenten hebben afzonderlijke broeder-en zusterhuizen.

Nog zij vermeld, dat aan de viering van het Heilig Avondmaal liefdemaaltijden vooraf gaan, dat bij de begrafenissen een wit kleed de witte kist dekt, dat aan het gezang een grote plaats wordt gegeven en dat de Kerstnacht, Oudejaarsavond en de Paasmorgen bijzonder wordt gevierd.

J.V. te B. vraagt iets te willen schrijven over Flavius Josefus.

Antwoord: Hij heette eigenlijk Jozef, was de zoon van Matthias en stamde uit een aanzienlijk Joods-priestergeslacht.

Hij werd geboren 37 of 38 jaar na Christus. Op 14-jarige leeftijd muntte hij reeds uit in kennis van de wet.

Na zijn 16e jaar doorliep hij de scholen der Farizeeërs en Sadduceeërs en koos op 19-jarige leeftijd de zijde van eerstgenoemden.

Nauwelijks 26 jaar oud maakte hij een reis naar Rome met het doel om vrijlating te vragen voor enige gevangen Joodse priesters.

Hij wist zijn doel te bereiken, doordat hij de gunst wist te verwerven van de keizerin Poppaea. Twee jaar later, het was toen 66 j. na Chr. brak de Joodse oorlog uit, een oorlog die eindigde met de verwoesting van Jeruzalem.

Het schijnt dat Flavius Josefus eerst de opstand van de Joden tegen de Romeinen heeft ontraden, maar later heeft hij aan de zijde der Joden fel deel genomen aan de strijd. Hij was zelfs bevelhebber in Galilea.

Na dö val van Jotapata in 67 werd hij gevangen genomen, naar Rome gebracht en voor Vespasianus geleid. Omdat hij Vespasianus de vleiende voorspelling deed, dat hij keizer van Rome zou worden werd hij door deze begenadigd en twee jaar later, toen zijn voorspelling uitgekomen was, vrijgelaten. In die tijd valt zijn verandering van naam en heette hij naar de Flaviër Vespasianus, Flavius Josefus.

Tijdens het beleg van Jeruzalem werd hij telkens uitgenodigd drang op de Joden uit te oefenen om Jeruzalem over te geven. Toen in het jaar 70 Jeruzalem gevallen was, wist Josefus nog vrijlating te bewerken van vele Joodse gevangenen, onder wie ook zijn broers behoorden.

Na de val van Jeruzalem ging hij met Titus weer terug naar Rome, woonde in het paleis van Vespasianus, die hem het Romeins burgerrecht verleende en hem een jaargeld schonk.

Hoog in gunst stond hij ook bij de latere keizers Titus en Domitianus. Hij stierf in het jaar 110.

Hij is bekend door zijn geschriften, die oorspronkelijk in het Aramees geschreven waren, maar later in het Grieks zijn overgezet.

Zeven boeken schreef hij over de Joodse oorlog vanaf Antiochus Epifanes tot de val van Jeruzalem, 20 boeken over Joodse oudheden, waarin de Babylonische gevangenschap der Joden onder meer wordt behandeld en de geschiedenis der Joden tot de - dood van Herodes de Grote.

Verder is bekend „Levensbeschrijving", waarin hij i.z.h. beschrijft zijn bevelhebberschap in Galilea en zijn „Tegen Apion", waarin hij de Joden verdedigt tegen het vele kwaad over hen verteld.

Hoewel deze boeken als studieboeken dikwijls worden aangebracht, toch zeggen Dr Rullmann en Prof. v. Leeuwen, dat zijn geschriften in alles niet betrouwbaar zijn, omdat Josefus dikwijls partijdig was in het voorstellen der zaken.

J.V. te V. vraagt naar aanleiding van Ps. 2 wat er te verstaan is onder de generatie van de Zone Gods.

Antwoord: De personele eigenschap van de Tweede Persoon is, dat Hij gegenereerd wordt van de Vader. Dit betekent, dat de Vader van eeuwigheid tot eeuwigheid hetzelfde Goddelijk Wezen meedeelt aan de Zoon.

Deze generatie is eeuwig, inblijvend in het wezen Gods en onbegrijpelijk.

Ds Kersten zegt in zijn dogmatiek: Van deze geestelijke en bovennatuurlijke generatie moet dus alle lichamelijke en natuurlijke gedachte uitgesloten; deze toch is onvolmaakt, afhankelijk, brengt vermenigvuldiging van wezens en heeft lijdelijke opvolging. 'Maar de Zoon is niet op zeker tijdstip gegenereerd, doch volmaakt zonder begin en zonder einde. Die generatie brengt ook niet als bij de schepselen een nieuw wezen voort, maar is inblijvend in God, delend hetzelfde Goddelijk Wezen^zonder begin en zonder einde en zonder ophouden de ; Zoon mede. Hij is Gode evengelijk. Joh. 5 : 18. Philip. 2 : 16. De volheid der Godheid is in Hem. Col. 2 : 9."

Da Costa zegt: , , Zo is er ook geen onderscheid tussen Vader en Zoon, dan dat in de Zoon niet het Vaderschap, en dat in de Vader niet het Zoonschap is. Voorts zijrf we ons zelve een geheim en God zou ons geen geheim zijn? "

J.V. te Vr. vraagt wat de verklaring is van Openb. 22 : 11, waar we lezen: Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde, enz."

Antwtoord: Dit vers in het laatste Bijbelboek houdt nauw verband met het 10e vers, waar we lezen: „En Hij zeide tot mij: „Verzegel de woorden der profetie dezes boeks niet, want de tijd is nabij."

Dit openbaar maken van het Boek en het daarmee bekend maken van de toekomst zal zijn uitwerking niet missen. De goddelozen zullen in hun goddeloosheid voortgaan en de rechtvaardigen zullen in de weg van heiligmaking voor do Heere leven. Daarom, die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe en die vuil is, doordat hij zich wentelt in de onreinheid der zonde, dat hij nog vuil worde. Hij ga voort, als hij niet anders wil, met zijn goddeloos leven en wandelen.

Maar aan de andere kant, zal het bekend worden der toekomst voor Gods volk die uitwerking hebben, dat zij eveneens voortgaan en toe zullen nemen in kennis, gerechtigheid en heiligheid zoals er staat: „En die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde."

J.V. te B. schrijft: In de 7e regel van het 4e vers van de Lofzang van Zacharia lezen we: „Die met ons lot bewogen." Hieruit zou je denken, dat God uit medelijden Zich over de zondaar zou ontfermen en hem beke-

ren. In Luk. 1 : 78 wordt echter alleen van de barmhartigheid Gods gesproken."

Antwoord. Hieruit blijkt alweer, dat niets zuiverder en onfeilbaarder is dan Gods Woord. De berijming van onze psalmen is mensenwerk. Het gaat hier dus over Gods barmhartigheid o3 zoals in Luk. 1 : 78 staat over de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods Wat verstaan we onder Gods barmhartigheid? Is dit een zwakke toegeeflijkheid in God? Neen! Het is die volmaaktheid Gods, waardoor Hij de-zondaar, die in de diepste ellende verkeert, goedertierenheid en ontferming wil bewijzen. »

Het voorwerp is dus een ellendige. De barmhartigheid Gods wordt echter niet opgewekt door het aanschouwen van de ellende der mensen, doch haar betoning vloeit voort uit Gods eeuwig welbehagen.

Wijlen Ds G. H. Kersten merkt zo juist op, dat indien het aanmerken van de ellende Gods barmhartigheid zou opwekken, zo zou zeker het naar gekerm der goddelozen in de hel Gods hart moeten breken en de rechtvaardigheid Gods haar uitvoering niet verkrijgen.

Zij is souverein, zij is God Zelf. Zijn hart brandt om de gevallen mens in de staat van zijn ellende Zijn goedheid te betonen.

Jeremia zegt'. , , Zijn ingewand rommelt van barmhartigheid." Wilt u er meer van lezen, dan raad ik u aan het mooie en duidelijke onderwijs van Ds Kersten in zijn dogmatiek en de Redelijke Godsdienst van Brakel.

J. N. te 1U. is in aanraking gekomen met mensen, die een cursus volgen in Bijbelonderzoek. Nu vraagt hij bewijzen, waarom wij de O.T. sabbath niet meer vieren.

Antwoord, : Wees voorzichtig met de „Stem der profetie", die spreekt van Bijbelonderzoek.

Natuurlijk is dat onderzoek noodzakelijk, want de hele Schrift spreekt er van des Heeren Woord naarstig te onderzoeken. De gemeente van Berea werd geprezen boven die van Thessalonica, omdat zij de schriften dagelijks onderzochten of deze dingen alzo waren, nl. de dingen, die Paulus en Silas leerden.

Maar voor de „Stem der profetie" heh ik geen crediet. Het is een blad, dat eenzijdig georiënteerd is en de profetieën uit hun verband rukt. Maar ter zake. *

De sabbath vindt zijn grondslag in de scheppingsordinantie.

Het vieren van de sabbath is derhalve een gebod voor heel de mensheid. Calvijn zegt: „God heeft elke 7e dag voor de rust bestemd, opdat Zijn eigen voorbeeld een voortdurende regel zou zijn."

Sinds de eerste Chr. Kerk is de Zondag gevierd als de rustdag, als de dag des Heeren en de sabbath overgezet van de 7e dag naar de le dag der week.

In Hand. 20 en 1 Cor. 16 kunt u lezen, dat de eerste Christenen op de le dag samenkwamen en Johannes zegt, dat hij was in de geest op de dag des Heeren, d.i. op de eerste dag van de week, toen hem de hemelen geopend werden en de Heere Jezus Zich aan hem openbaarde wat na deze geschieden zou. De eerste dag wordt genoemd „dag des Heeren" als gedachtennisdag aan de opstanding van Christus. Al spoedig" werd deze als rustdag gevierd en wel op de volgende gronden:

le de Israëlitische sabbath behoorde tot de dienst deischaduwen en was een teken van het toekomende. Col. 2 : 16 en 17.

2e de O.T. bedeling eindigde met Christus en wees naar deze rust heen, waarom de week toen met de sabbath eindigde. De N.T. bedeling begint met Christus, vandaar de rustdag aan het begin van de week.

3er het feit van Christus' opstanding is van zo'n grote betekenis, dat de eerste dag gewijd is als Zijn dag.

Deze opvatting wordt bestreden door vele secten, ook door de aanhangers van de „Stem der profetie", die nog altijd vasthouden aan de schaduwachtige dienst des O. Testaments en die het onderscheid voorbijzien tussen Oude en Nieuwe bedeling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1952

Daniel | 12 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1952

Daniel | 12 Pagina's