JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Boekencensuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekencensuur

5 minuten leestijd

ie de oude geschriften van onze vaderen ter hand neemt — en dat zullen de jongens van onze J.V.'s zeer zeker vaak doen — zal bemerkt hebben, dat voorin meestal een approbatie voorkomt, d.w.z. dat het beschrevene, eer het gedrukt werd, door een commissie van Synode of classis werd gecensureerd. Zo heb ik voor mij liggen het A.B.C. van Comrie en zijn „Verhandeling van eenige Eigenschappen des Zaligmakende Geloofs", dat, evenals zoveel oude schrijvers, ook met een approbatie is gemerkt. Meestal komt daar in de passage voor, dat „niets gevonden werd, stiijdig tegen de Lere der Waarheit", benevens een „copie van privilegie van de Staaten van Holland en Zeeland."

Artikel LV van de kerkordening van de Nationale Synode van 1618-1619 handelt over de boekencensuur. Het luidt aldus: „Niemand van de Gereformeerde Religie zal zich onderstaan enig boek of schrift van hem of van een ander gemaakt of overgezet, hande lende van de Religie, te laten drukken, of anderszins uit te geven, zonder dat 'tzelve vooraf door zien en goed gekeurd zijnde, van de Dienaren des Woords zijner classis, of particuliere synode, of professoren der theologie van deze Provinciën, doch met voorweten zijner classis."

De boekencensuur bestond reeds voor de reformatie en was eigenlijk van roomse oorsprong". Na de uitvinding van de boekdrukkunst leerden nl. velen lezen en grepen naar de geschriften van de Hervormers. Rome had toen reeds een lijst van verboden boeken. De protestantse kerken namen dit over en legden de viïjheid van „boekdrukken" aan banden. Niemand mocht een boek over de „religie" schrijven of laten drukken, tenzij het door de classis of door gereformeerde professoren was goedgekeurd.

RONDKIJK

Aan dit punt heeft de Synode van Dordt in 1618-'19 meerdere zittingen gewijd. Bovengenoemd artikel is er het uittreksel van. Nu is er van de boekencensuur in het algemeen niet veel terecht gekomen. De censuur werd uitgevoerd door commissies, van de classis, die een wel zeer zware taak hadden. Er was hier ook plaats voor inkruipsel van hiërarchie en bovendien konden ongelovige schrijvers maar raak schrijven, terwijl gelovige schrijvers beknot werden. Ook ontbrak de waarborg voor een rechtvaardige censuur. Zo verkregen „Sions worstelingen" van Jacobus Fruytier en het „Innige Christendom" van Schortinghuis geen kerkelijke goedkeuring, terwijl het beide zeer goede boeken zijn. Daarentegen verscheen om die tijd (1703) een werk van Frederik Speenhof, getiteld „De hemel op aarde" wat niet vrij was van Spinozistische ketterijen! In 1718 werd deze predikant, door de Synode van Overijssel zelf afgezet!

Aan dit artikel uit de kerkorde wordt dus niet meer a priori de hand gehouden. Het zou ook zeer moeilijk zijn. (De Ger'. kerken hebben op hun Synode van Utrecht in 1905, de oude redactie door een nieuwe vervangen.)

In de kerken waar de tucht wordt gehandhaafd, zou een lid wegens schrijven of uitgeven van een ketters boek, echter altijd kunnen worden gecensureerd. Dies blijft eigenlijk dit artikel van kracht; er is dan geen sprake van vóór-, maar om zo te zeggen van na-censuur!

In dit verband wil ik er nog eens op wijzen, hoe noodzakelijk het is, dat in de gezinnen wordt nagegaan, welke lectuur gelezen wordt. Vaders en moeders moeten dat t.o.v. hun kinderen doen en m.i. dient er bij het huisbezoek naar te worden gevraagd. Onze vaderen zijn daar niet zo licht over heen gegaan. In onze tijd komen er stromen boeken van de pers, waarin veel contrabande schuilt, ook in zgn. christelijke romans. Daar waait vaak een leer doorheen, die ver, ver beneden de zuivere leer der waarheid is. Laatst wees ik er al op, dat in veel gezinnen zonder bezwaar een zgn. neutraal of anti-christelijk blad gelezen wordt. Met klem dient hiertegen opgekomen te w r orden en onze jongere generatie, die zo licht met de geest van de tijd wordt meegevoerd, tegen de verkeerde invloed die er van uitgaat, te worden gewaarschuwd.

RONDKIJKER.

Nu heb ik nog antwoord te geven, op een brief, die ik deze week via onze hoofdredacteur ontving. De lezers weten, dat ik onlangs het wevk van de studenten-vereniging „Civitas Studiasorum Fundamento Reformato" onder de loupe heb genomen en ook hun blad , /Wapenveld" heb aanbevolen. Ik raadde de leden van de J.V. eens een proefnummer van genoemd blad aan te vragen en zo mogelijk met een abonnement hun werk te steunen.

De briefschrijver had dit ook gedaan en een nummer ontvangen, waarin een artikel voorkwam, getiteld: „Het uitgangspunt van onze doopsbeschouwing." Persoonlijk had ik dit artikel eerst later gelezen en ik kan begrijpen, dat mijn briefschrijver het daarmee niet eens is.

Uw Rondkijker vond het in zijn beschouwing prijzenswaard, dat studenten van Geref. gezindte zich verenigen tot onderzoek van cle H. Schrift en onze aloude belijdenis t.o. allerlei doorvloeiing wensen vast te houden. Wie in de studentenwereld enigszins thuis is, weet, dat jongens, soms van streng orthodoxe richting, door cle zuigkracht van de wereld totaal worden meegevoerd, zó, dat ze alles loslaten, hun opvoeding verloochenen en zich om God noch gebod meer bekommeren. Vandaar dat hij schreef het groot te achten, dat er een groep studenten was (w.o. veel van de Ger. Gemeenten) die zich tot dit doel verenigden. Niet tot ijdel vermaak, maar tot Bijbels onderzoek en daarmee in verband het behandelen van allerlei maatschappelijke en allerlei andere onderwerpen. Die mening blijft schrijver dezes toegedaan. Maar hij betreurt het, dat in Wapenveld een dergelijk artikel voorkwam. Wat een strijdpunt vormt op theologisch gebied, daarover moesten onze jongeren niet publiekrechtelijk in hun orgaan polimeseren! Dan wordt het een strijdblad, wat ons niet bevorderlijk lijkt voor hun goed opgezette zaak! Hoogstens moeten zij daarover binnenskamers in hun Civitas debatteren! Ons dunkt, dat hun terrein overigens breed genoeg is, om Wapenveld' met gedegen artikelen vol te krijgen.

R.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1952

Daniel | 12 Pagina's

Boekencensuur

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1952

Daniel | 12 Pagina's