JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

III. De Deugden Gods (d.)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

III. De Deugden Gods (d.)

GODS EENVOUDIGHEID

4 minuten leestijd

Thans vi'agen wij uw aandacht voor een tweede eigenschap Gods, nl. de enkelvoudigheid of eenvoudigheid Gods. Het laatste woord „eenvoudigheid" doet ons wellicht aan eenvoud, aan nederigheid denken. We spreken immers ook van eenvoudige mensen; of van een eenvoudig huishouden; of van een eenvoudig gesproken woord; waarmee we dan bedoelen, dat zo'n mens, zo'n huis, zo'n woord alle opschik en voornaamheid mist en zich kenmerkt door soberheid en geringheid. In vorige eeuwen had dit woord „eenvoudigheid" echter de betekenis van „enkelvoudigheid". Als voorbeeld zou kunnen dienen het eerste artikel van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis, waarin geschreven staat: „Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er is een enig en een-

voudig geestelijk wezen, hetwelk wij God noemen."

Het moet dus voor een ieder duidelijk zijn, dat het hier niet gaat over een zekere geringheid of nederigheid van het Opperwezen, maar dat het hier een deugd of eigenschap Gods betreft, die betrekking heeft op de al of niet samenstelling van Zijn Wezen. Om ter verduidelijking een voorbeeld te noemen, kunnen we zeggen, dat de mens uit ziel en lichaam bestaat; dat betekent dus, in dit verband, dat de mens een tweevoudig wezen is, omdat hij samengesteld is uit twee delen: ziel en lichaam. Op hun beurt zijn echter de ziel en het lichaam ook weer samengesteld. De ziel bezit de eigenschappen van verstand, wil en gevoel, een drievoudige samenstelling dus. En het lichaam bestaat uit hoofd, armen, romp, benen, voeten, enz. enz. en is dus meervoudig in zijn samenstelling. Een mens is dus ge en eenvoudig wezen, omdat hij uit verschillende delen is samengesteld.

Hier nu tegenover staat, dat de Heere wel een éénvoudig Wezen is. Hij is het enige, éénvoudige, niet-samengestelde Wezen. In God zijn geen delen, maar Hij is één; Hij is één in alles.

Bij een mens, ja, zelfs bij een engel is er sprake van samenstelling; want al bezit een engel geen lichaam, toch is zijn geest samengesteld. Doch bij God is dat niet zo. Hij is enkelvoudig. Er is geen scheiding tussen Zijn Wezen, Zijn eigenschappen, Zijn Namen. Ook de drie Personen van het Goddelijke Wezen zijn geen drie delen, die tezamen één geheel vormen. De Drieëenheid is geen samenstel. Ware dat zo, dan zou niet één der Goddelijke Personen zelf God zijn, maar dan zouden de Drie Personen bij elkaar de éne God vormen. Geen van Hen zou dan waarachtig God zijn; want een deel heeft nooit de volmaaktheid van een geheel.

En nu moge dit alles, wat God ons in Zijn Woord openbaart, verre boven ons eindig verstand gaan, niettemin geloven wij dit, omdat de Heilige Schrift ons dit alzo leert.

Oppervlakkig bezien schijnt het, alsof deze waarheid een dor leerstuk is, dat met het geloofsleven van Gods kinderen weinig te maken heeft; doch dit is inderdaad oppervlakkig bezien. Onze Godzalige Vaderen hebben niet voor niemendal het leerstuk van de eenvoudigheid of enkelvoudigheid Gods verdedigd en in de Belijdenisschriften vastgelegd. Wie de eenvoudigheid Gods loochent, raakt aan de hartader van het geestelijke leven. Dit was dan ook de grote dwaling der Remonstranten en dergenen, die eenzelfde gevoelen voorstaan. Door deze deugd Gods te ontkennen, kwam men er toe om in de eigenschappen en in de besluiten en in de werken Gods tegenstrijdigheden te leren. Gods liefde — zo sprak men — wil de zondaar zaligmaken. Maar nu kwam Gods recht en daardoor werd het weer onmogelijk! En toen is God gaan zoeken naar een uitweg. En die uitweg is gevonden in de verzoening door Christus. Zo werden recht en liefde tegenover elkander gesteld. En voort ging men op die heilloze weg door te leren, dat er onderscheid is tussen Gods macht en Zijn wil. God w i 1 alle mensen zalig maken. Maar Zijn macht kan het alleen doen, als de zondaar er zelf in bewilligt.

Door alzo de eigenschappen Gods en eigenlijk aan het gehele Wezen Gods de enkelvoudigheid te ontnemen, kwam men tot de grootst denkbare tegenstrijdigheden; en toch alleen als we vasthouden aan de waarheid van wat de Schrift ons hieromtrent leert, is er vastigheid voor het hart. Bij mensen kan het gevoel met het verstand strijden; kan het vlees anders willen dan de geest, en dan komen de tegenstrijdigheden. Maar bij God de Heere is alles één. Anders zou God onbetrouwbaar zijn en ware zalig worden gans onmogelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1952

Daniel | 12 Pagina's

III. De Deugden Gods (d.)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1952

Daniel | 12 Pagina's