JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

Vele waren dus de tegenspoeden, die de Prins in de laatste jaren zijns levens (1579—1584) over 't hoofd gingen.

Daarbij kwamen allerlei verwijten, die hem naar het hoofd geslingerd werden.

Hij was volgens sommigen veel te verdraagzaam tegenover de katholieken en dat was begunstiging van de roomse kerk.

Zijn aanleggen met Anjou werd uitgelegd als een poging om deze landen onder franse invloed te brengen.

Zijn weigeren van een vredesluiting, die de gereformeerde religie zou ten onder brengen, was niets anders dan een middel om de wettige vorst op zij te zetten en zelf de regering in handen te nemen.

En dergelijke fraaiigheden meer.

De ban. Maar het ergste van alles was de door koning Philips over Oranje uitgesproken ban. (1580.)

In 1579 was kardinaal Granveile aan het hof terecht gekomen en eerste minister van Spanje geworden.

Hij was bezield met een dodelijke haat tegen de Prins, die hij smalend de Zwijger noemde.

Het was zijn vaste overtuiging: als Oranje van het toneel verdwenen zou zijn, zou alle verzet direct gebroken zijn.

Tot hiertoe waren alle pogingen om de Prins om te kopen mislukt; evenals beraamde moordaanslagen.

Daarom raadde de kardinaal zgn meester aan, over de gehate de banvloek uit te spreken. De Prins zou, volgens Granvelle, het stuk lezende, het besterven van de schrik.

Maar dat liep nog al los!

Het was een schandelijk stuk. We willen er iets uit citeren, teneinde een idee te geven, hoe Philips te keer ging.

Eerst werden al de snoodheden van onze Prins opgeteld. En dan volgde er: „Om deze redenen verklaren wij hem voor een verrader en booswicht, een vijand van ons en van het land. Als zodanig verbannen wij hem voor eeuwig uit al onze rijken, met verbod aan al onze onderdanen, van wat rang of aanzien, in het openbaar of heimelijk met hem gemeenschap te houden, hem spijs, drank, brandstof of andere benodigdheden te verschaffen. Wij vergunnen elkeen, hem aan lijf of goederen te beschadigen.

Wij stellen gezegde Willem van Oranje als een vijand van het menselijk geslacht bloot en leveren hem over aan de smaad en de willekeur van een iegelijk en geven zijn goederen aan ieder, die er zich meester van weet te maken.

En zo iemand van onze onderdanen, of een vreemdeling, vroom en edelmoedig genoeg gevonden mocht worden om ons van deze pest te verlossen en hem dood of levend uit te leveren, of wel hem het leven te benemen, «uilen wij hem onmiddellijk na het verrichten der daad 25.000 gouden kronen (= ƒ 75.000) doen uitbetalen; en zo hij enig misdrijf mocht gepleegd hebben, hoe groot ook, beloven wij, hem dat te vergeven en zo hij niet reeds van adel is, zullen wij hem om zijn vroomheid tot de adelstand verheffen." (naar Van Rijsens.)

Het was de moeite, zoals men ziet.

I> e Apologie. De Prins antwoordde met een Apologie, d.i. een wederwoord ter verdediging. Hij werd bij de opstelling er van geholpen door zijn franse hofprediker Villers.

Ook hieruit willen wij een en ander citeren.

„Gave God", zo lezen wij in het stuk, „dat mijn levenslange verbanning of zelfs mijn dood, u voor goed van zovele rampen verlossen kon.

O, hoe troostrijk zou zulk een ballingschap, hoe zoet zulk een dood voor mij zijn! Waarvoor toch heb ik mijn goederen veil gehad? Was het om mij te verrijken?

Waarvoor heb ik mijn broeders verloren? Was het om er nieuwe weer te vinden? Waarvoor heb ik mijn zoon zo lang in gevangenschap gelaten? Kunt gij mij een andere geven? Waarvoor heb ik mijn leven zo dikwijls in gevaar gesteld?

Wat loon heb ik te wachten na mijn langdurige diensten en de bijkans volslagen schipbreuk van mijn werelds vermogen, tenzij de roem van, wellicht ten koste van mijn leven, u de vrijheid verworven te hebben?

Zo gij dus, Mijne Heren en Meesters, oordeelt, dat mijn afwezigheid of mijn dood u van dienst kan zijn, ik ben bereid u te gehoorzamen. Gebiedt over mij, zendt mij tot de uiterste einden der aarde, ik zal u gehoorzamen. Hier is mijn hoofd, waarover geen voi-st, geen monarch, buiten u beschikken kan. Beschikt er over tot uw eigen best, tot behoud van uw Staat doch zo gij oordeelt, dat mijn geringe ondervinding en mijn naarstigheid, dat het overschot van mijn goed en mijn leven u nog van dienst kunnen zijn, bied ik dat opnieuw u en den lande aan." (als boven.)

Het stuk bevatte ook deze fiere woorden: „Ik ben in Gods hand. Mijn werelds goed en mijn leven zijn sedert lang aan Zijn dienst gewijd. Hij zal er over beschikken, zoals Hem voor Zijn eer en mijn heil het beste dunkt."

Het stuk eindigde met zijn zinspreuk:

Je Maintiendrai Nassau.

Zijn wapens en zegels hingen er aan.

Het werd vertaald in de toenmalige talen en de christelijke mogendheden ter kennisneming toegezonden.

Ook werd het alom verspreid.

't Was te begrijpen, dat én de ban én de apologie grote indruk maakten, vooral in de Noordergewesten.

Merkwaardig was, dat de Prins de Staten-Generaal zijn „heren en meesters" noemde en schreef dat geen vorst geen monarch dan alleen zij, over zijn hoofd hadden te beschikken.

De Prins kreeg al spoedig na de indiening van zijn geschrift van de Staten-Generaal een hartelijk schrijven van tevredenheid over zijn leiding met het verzoek om daarin te volharden, een belofte van krachtige hulp, het aanbod van een lijfwacht van hunnentwege.

De Afzwering, 't Was ook te begrijpen, dat de ban met verontwaardiging werd ontvangen en de gevolgen niet uitbleven.

Op 26 Juni 1581 toch kwamen de Staten-Generaal te 's Gravenhage bijeen en zwoeren Philips plechtig als landsheer af.

Natuurlijk moesten de gronden aangegeven worden, waarop dit geschiedde. Deze zullen wij in een volgend artikel vermelden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1952

Daniel | 12 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1952

Daniel | 12 Pagina's