JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Briefwisseling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Briefwisseling

5 minuten leestijd

Boste lieden,

Dr Abraham Kuijper was op vele terreinen thuis. Zo trok hij zich ook de nood aan rcaarin in de vorige eeuw cle arbeiders zich bevonden. Wij hebben allen uit hoeken of uit verhalen van ouders en grootouders wel gehoord hoe moeilijk de sociale positie van de arbeiders was, lage lonen, benepen ongezonde woningen enz. Veel armoede is er geleden al waren dan ook de prijzen laag. Er was maar één Sociale wet, die van 1874, die de kinderarbeid verbood. Want het kwam zelfs voor, zo hier te lande als in het buitenland, dat kinderen van 5 en 6 jaar mede moesten naar de fabrieken om het gezinsinkomen met enkele stuivers te verhogen. De arbeiders konden er niets aan doen, zij waren vrijwel geheel ongeorganiseerd. Ook heeft de kerk al die tijd nagelaten tegen deze onwaardige toestanden haar stem te verheffen.

Kuijper besloot in overleg met enkele predikanten in 1891 een groot congres in Amsterdam te houden. Klaas Kater, een der eerste leiders van „Patrimonium" was er ook in betrokken. Van 9 tot 12 Nov. 1891 wercl dit Eerste Sociaal Congres gehouden in Amsterdam. Men moest om de grote toeloop in diverse zalen vergaderen, o.a. in het gebouw voor de Werkende Stand aan de Kloveniersburgwal en in Frascati. Er is een verslag van in druk verschenen, een lijvig boek dat alle redevoeringen, resoluties en de gezongen psalmen en andere liederen vermeldt. In de grote bibliotheken is het aanwezig: Proces Verbaal van het Sociaal Congres. Latere congressen werden christelijke congressen genoemd.

Kuijper was voorzitter en onthaalde de vergaderingen op een magistrale redevoering. Ds Gispen, Ds B. van Schelven, Ds v. Gheel Guldemeester en anderen leidden te voren een bidstond. Ook Dr H. Bavinck, de latere Professor, was present. Meer dan 1000 mensen hadden zich van toegangskaarten voor-

zien. Bij de ingangen hadden zelfs schermutselingen plaats.

Hat was niet onjuist gezien dat Kuijper zich met de toestanden ging inlaten. Wij mogen nimmer doen alsof de Christus zich de nood van de arbeider niet heeft aan te trekken. Natuur en genade hebben in deze bedeling beide hun roeping en rechten, deze twee mogen niet van elkander los gemaakt worden. Gaat heen en wordt warrn, mag de practijk der Gemeente des Heeren niet zijn. De H. Catechismus biedt ook stof om daarover te spreken. Nader kan ik daarop hier niet ingaan.

Om de situatie van omstreeks 1890 enigszins te tekenen, vermeld ik van dit congres iets uit Kuijpers slotwoord, nl.:

„Dikwijls wordt, en niet zonder grond, de klacht vernomen, dat in vergaderingen waar hogere en lagere standen saamkomen, de lagere vaak door brutaal en driest optreden de hogeren trachten te imponeren. Met blijdschap constateer ik, dat zulks bij ons niet is gezien. Ik dank ook de Dienaren des Woords voor hun goede woorden en hun gezalfde toon in het gebed."

Hogere en lagere standen dus. In onze tijd is men druk doende dat onderscheid uit te wissen. Toch is dat tegen het Woord, dat ons leert dat er armen en rijken naar Gods bestel zijn. Niet alsof wij ons bij armoede als verschijnsel maar onbewogen moeten neerleggen. Gelukkig beoefent de kerk barmhartigheid en onze Gemeenten nemen daarin een krachtig aandeel, en behoeven voor andere kerken te dezen niet de ogen neer te slaan. (Als U de diakenen dan ook maar goed ter zijde staat uit uw open beurs.) Maar de kerk is geen Sociale vereniging, die rechtstreeks de maatschappelijke toestanden verbeteren moet."

Ja, zo was dat dan vroeger. Sprak vader niet soms van „de mindere man" en van „de rijkdom" of: „het rijke volk? " Daar zijn rangen en standen in de ivereld, zei hij, dat heeft God zo gewild. En hij kon dat dus goed aanvaarden, zelf rekende hij zich bij de „mindere mannen." Men durft zoiets thans niet meer uitspreken, want dan komt er onmiddellijk verweer.

Er is in een halve eeuw wel veel veranderd. De loontrekkenden weten nu met hun sociale rechten soms geen weg. Of wij er zoveel op zijn vooruit gegaan is een andere vraag. Ontegenzeggelijk is de positie van de werkers veel verbeterd. Naar wat in de vorige eeuw was moeten we niet terugverlangen, want er is veel geleden onder het liberale regiem. Anderzijds moeten wij wel bedenken, dat het geluk niet bestaat in zeker getal guldens, maar in de zegen op ons inkomen. Het schralere inkomen vormde stevige karakters. Men wist zich veel te ontzeggen en de godsdienstzin ivas meer algemeen dan nu. Wij kunnen ons niet goed indenken hoe men vroeger toch kon „rond" komen van het lage loon. Bij velen lag er een verborgen zegen in, dat is de oplossing. En nu zien wij nog al eens hoe grote lonen worden opgemaakt, althans onoordeelkundig besteed. De armoede vroeger en de duurte thans stellen hoge eisen aan de huisvrouiven. Daarom is het van zo groot nut wanneer moeder haar dochters verstandig en zuinig leert huishouden. Wie zulk een levensgezellin vindt is zeer gelukkig. Is de geliefde hierin niet onderwezen, dan is er geen verdienen aan gemaakt. Heel ons volk heeft bij de degelijke huisgezinnen een uiterst groot belang!

A. J. IC.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1952

Daniel | 12 Pagina's

Briefwisseling

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1952

Daniel | 12 Pagina's