Sneeuw
Uit grau xv, e lucht zo'n zuiverheid de zwarte aarde blankt! Het smetloos wit met tederheid zich luid loos op de aarde vlijt, die lijd'lijk 't schoon ontvangt.
Als ieder tij de wond''re pracht hult 't al in ivinterkleed; als imm, er wordt met zachte dracht wat van de aarde is bevracht, dat 't van geen smet meer weet.
En 'k ben bevreesd hel kleed te treên, zo ongerept en rein: verbreken zouden wrede schreên, die waadden door dc plooien heen, het weefsel wit en fijn.
Zo smet bezoedelende voet al wal van U afdaalt — Gij schenkt het zaligende goed terwille van 't vergoten Bloed,
als eigen werken faalt. ; M. N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1952
Daniel | 12 Pagina's