JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

6 minuten leestijd

I Correspondentie voor de ze rubriek aar i : T. MOLENAAR. Leed e 18, Rotterdam Zuid

I Correspondentie voor de ze rubriek aar i : | T. MOLENAAR. Leed e 18, Rotterdam Zuid \ J

B. V. te Z. vraagt: Gaarne zou ik uw mening eens willen horen over het zitten van mannen onder gebed en dankzegging in de kerk, daar er zoveel jongens zijn, die het als een poos „slapen" beschouwen.

Antwoord: Inderdaad moet onze gebedshouding eerbiedig zijn. Elia legde z'n hoofd tussen z'n benen, en Daniël en zoveel andere bijbelheiligen knielden eerbiedig voor de Heere neer.

En waar het knielen in Gods huis practische bezwaren meebrengt, blijft de staande houding van mannen en jongens de meest aanbevelenswaardige.

Uitzondering op deze goede regel maken echter de ouden van dagen en zij, die een zichtbaar of verborgen letsel omdragen, waardoor het staan bezwaarlijk wordt. A. V. te B. o. Zoom: aar aanleiding van Paulus' bekering lees ik in Hand. 9:4: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? " En hij zeide: Wie zijt Gij Heere? " Als Saulus de Heere Jezus kende, waarom moet hij dat dan vragen ?

Antwoord: Vers 3 en 4 van Hand. 9 geven genoegzame reden om te geloven, dat Paulus van Tarsis aanstonds de Heere Jezus heeft gezien.

Ais degenen, die met hem reisden, door het verblindend licht ter aarde werden geworpen, zag Paulus Hem, Die in de glans verscheen, nl. de verheerlijkte Christus. Als hij vraagt: „Wie zijt Gij Heere? " dan kunt U er achter denken: „dat ik u zou hebben vervolgd."

Dat ligt in de lijn van een andere plaats, in de H. Schrift, waar gevraagd wordt: „Wanneer hebben wij U hongerig gezien, enz.? "

Zo ook hier. De vervolging van de slachtschapen Christi was een vervolging tegen Hem.

Daarom zegt de Heere Jezus: „Ik ben Jezus van Nazareth, Die gij vervolgt, en degenen, die in Mij geloven.

J. v. H. te Z. vraagt een nadere verklaring over Hand. 5 : 3, waar Petrus duidelijk zegt, dat Annanias en Saffira tegen de Heilige Geest gelogen hadden, maar, gaat vrager verder: oen wij dat niet dagelijks? Hoevelen zullen er niet zijn, die iets achter houden of aan de gemeente onttrekken, waar zij recht op heeft?

Antwoord: Hoewel de zonde gruwelijk is, en wij het voor de zonde nooit kunnen opnemen, is er toch een gradueel verschil.

De Heere Jezus, de Waarheid zelve, heeft eens gezegd, dat de zonde tegen de Heilige Geest onvergeeflijk is. M.a.w. dat Hij voor die zonde niet heeft betaald. Als Annanias en Saffira besluiten een deel van het opgebrachte geld van hun verkochte akker te brengen bij Petrus en de andere Apostelen, tot leniging van de nood der armen, dan komt het boze plan in hun hart op, een dubbelhartige rol te spelen.

Eerzucht dringt om iets te geven, geldgierigheid .belette hun alles te geven.

Nu maken zij van een leugen gebruik om én eerzucht én geldgierigheid tevreden te stellen. Een leugen tegen de Apostelen der gemeente door Christus tot het ambt geroepen! Een leugen tegen de Heilige Geest, die in de gemeente woont. Zulk een zonde moest gestraft worden, omdat zij groot was, en omdat zij zulk een oneer en schade voor de kerk was. Die bestraffing was ook een genadige waarschuwing voor anderen. Zij zouden sterven voor het aangezicht des Heeren, evenals Korach met zijn aanhang, evenals Nadab en Abihu, evenals Uza, die zijn hand had uitgestrekt naar de ark.

Uza, die zijn hand had uitgestrekt naar de ark. Daarom is de zonde op het terrein van de kerk zo erg. Aantasting van Gods knechten, het neerhalen van de ambten, het onthouden van gelden, die kerk en armen toebehoren, zal de Heere ernstig straffen, 't Is te verstaan, dat U weieens denkt, als de Heere voor zo'n geval Annanias en Saffira straft, met de dood, waar moet ik dan blijven, die toch ook wel eens lieg, of mij schuldig maak aan iets, dat veel overeenkomst heeft, met de zonde van die 2 mensen. Bedenk, dat de Heere lankmoedig is en in het uitstellen van de straf tot bekering maant. U zult zeggen: „maar waarom in de eerste gemeente dan geen uitstel, maar onmiddellijke strafoefening ?

Omdat na de uitstorting des Heiligen Geestes de Geest des Heeren krachtig werkte, niet alleen tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk, tot troost van de broeders, maar ook tot nederwerping van de machten van de hel.

J. V. te K.: raagt mijn mening over 2 Kon. 9 : 30. Sommige vrienden geloofden, dat Izebel zich blankette om als Koningin te sterven, anderen meenden, dat zij het deed om Jehu te behagen en zo de dood te ontkomen.

Antwoord: Letterlijk staat er: „Zij zette haar ogen in blanketsel."

Het was nl. de gewoonte der Oosterse vrouwen om de wenkbrauwen en de wimpen te verven met een zwartachtig poeder, met het doel de glans der ogen beter te doen uitkomen, of om een jeugdiger voorkomen te verkrijgen. Izebel doet het hier niet om de gunst van Jehu te veroveren want dan zou haar eerste optreden tegen hem anders geweest zijn. Lees slechts het volgende vers, waar ze hem noemt Zimri, doodslagervan Ela, daarmede te kennen gevende, dat Jehu Zimri gelijk was (1 Kon. 16 : 10.) Izebel kan van Jehu niets goeds verwachten, maar indruk wil ze op hem maken, opdat zij als vorstin de dood zou ingaan.

J. V. te M. schrijft: Onlangs hadden we te behandelen Art. 21 N.G.B. Nu werd gevraagd hoe het komt dat de N.G.B. enkel maar spreekt over het lijden van Christus en niet over het doen van de wet, omdat Hellenbroek spreekt dat de voldoening van Christus bestaat in 2 delen nl. het doen van de wet en het lijden van de straf?

Antwoord: Het komt mij voor, dat als het gaat over Christus als hogepriester, dat dan de nadruk gelegd moet worden op Zijn enige offerande, maar dat sluit niet uit het doen van de wet. Ik geloof, dat Zijn lijden en sterven spreken van de onuitsprekelijke liefde tot Zijn Vader, wiens geschonden deugden Hij opluistert en in de tweede plaats tot Zijn volk, door Zich te geven in de dood des kruises. En nu is die volmaakte liefde de vervulling van de wet. Hiermee zouden we kunnen volstaan, maar tevens zij opgemerkt, dat de N.G.B. wel, al is het met andere woorden, spreekt van het doen van de wet. In het begin van Art. 21 lezen wij, dat de Heere Jezus zich voor Zijn Vader gesteld heeft, om Zijn toorn te stillen met volle voldoening. Waarom was Gods toorn ontbrand ? Omdat zijn heilige wet was overtreden. Waarin wordt die toorn gestild? Met volle voldoening, dus ook met het doen van de wet, waarop het eeuwige leven was beloofd, en wat de Heere Jezus inderdaad voor Zijn volk heeft verworven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1952

Daniel | 12 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1952

Daniel | 12 Pagina's