De nieuwe Bijbelvertaling
De nieuwe Bijbelvertaling is geheel gereedgekomen en verleden week in een plechtige bijeenkomst te Amsterdam aan de vertegenwoordigers van diverse Kerken aangeboden. In 1939 kwam het Nieuwe Testament gereed en thans is dan ook de nieuwe vertaling van het Oude Testament een feit geworden. Door de voorzitter van de commissie voor vertaling werd het op die vergadering een gebeurtenis van nationale betekenis genoemd, een gebeurtenis, die ook de aandacht van uw rondkijker niet ontgaat.
In een verslag hebben wij gelezen dat er bij het gereedkomen van deze nieuwe vertaling een vergelijk getroffen werd met hetgeen drie eeuwen geleden is geschied, toen op last van de Staten-Generaal de Bijbel in het Nederlands is overgezet. Hoewel deze Statenvertaling tot op de huidige dag in algemeen gebruik is gebleven, zou deze ondanks haar voortreffelijke hoedanigheden niet voldoen aan de taai-eisen van deze tegenwoordige tijd, waarom deze nieuwe vertaling een dringende noodzakelijkheid zou zijn geworden. Men voert daarvoor aan, dat er sindsdien vele handschriften zijn ontdekt, waarover de vertalers van toen niet beschikten; dat de kennis van de oude talen is verbeterd en dat de Nederlandse taal in deze drie eeuwen zoveel veranderingen heeft ondergaan, dat men dit zeventiende eeuwse Nederlands nu niet meer lezen kan.
Allereerst moeten wij hierover opmerken dat het een zekere vermetelheid kan worden genoemd om een vergelijk te treffen met het gereedkomen van deze vertaling en die van de mannen van onze Dordtse Synode 1618 en 1619. Dat was geen gemaakte maar een geboren vertaling, geboren uit de barensweeën der smart! Wie de geschiedenis van de Statenvertaling kent, zal er van onder de indruk komen hoe kennelijk de Heere daar met Zijn Geest werkzaam was in de hai'ten dier wijze mannen en er Zijn zegen aan gegeven heeft! Wonderlijk was des Heeren beschermende hand over hen. De pest woedde zo vreselijk in de stad Leiden, dat in één week tijds 1500 mensen stierven en niemand hunner, noch iemand uit hun gezinnen werd door de dood weggenomen. Het waren godvruchtige mannen, doorzuurt in de Gereformeerde leer, bedeeld met een rijk geestelijk inzicht. De Statenvertaling is een van God gegeven geschenk en iemand schreef mij over deze aangelegenheid terecht, wanneer God zulk een geschenk geeft, geeft Hij dat maar eens en goed!
RONDKIJK
Het is ook niet waar, dat ons jonge geslacht die Statenvertalingniet meer zou kunnen lezen. Al is de zinsbouw precies dezelfde gebleven, hebben we deze oude bijbel niet meer in gothische letters maar in „waterdruk" zouden onze oudjes zeggen, oftewel in romeinse letters. We lezen ook niet meer , , ende hy seyde" óf: , , ende syn wijf." Ten deze is dus al veel aangepast. En nu moet ge die nieuwe vertaling eens met de Statenvertaling vergelijken, dan is het, of men in een andere wereld komt. Ik hoop daar later eens enige vergelijkingen van te geven, thans laat het de ruimte niet toe. Onze Psalmen, onze Belijdenis, onze Catechismus, onze formulieren voor Doop en Avondmaal behelzen alle de klanken van de Statenvertaling. Geslacht aan geslacht heeft er de God van hemel en van aarde in mogen ontmoeten, Die zich in wilde laten met diep gevallen zondaren, tot hen sprekende in de Nederlandse taal.
Dit alles wil niet zeggen, dat deze nieuwe vertaling niet ergens de tekst zal verduidelijken. Voor studie-doeleinden kan ze zeer geschikt zijn. Maar we zouden het zeer betreuren, dat deze nieuwe vertaling algeheel in onze Nederlandse kerken zou worden ingevoerd. Daar is het om te doen. Het Ned. Bijbelgenootschap heeft tot taak de Bijbel te drukken en te verspreiden maar de kerken hebben er over te besljssen, welke vertaling in de godsdienstoefeningen zullen worden gebruikt. Het is ons opgevallen, dat bij de uitreiking aan de vertegenwoordigers der verschillende kerken, van onze Ger. Gemeenten geen afgevaardigden waren. Of onze kerkgroep daartoe is uitgenodigd weten we niet, maar hoe ook, het verheugt ons, dat ze er van afzijdig staan. Laat ons dan maar tot de conservatieven behoren, die de oude Statenvertaling voorstaan. Ik merk nog even terloops op, dat men bij het vertaalwerk met rooms katholieke en Joodse theologen contact heeft gehouden. Daar had men bij Bogerman, bij Bandartius, Gomarus en anderen eens mee moeten aankomen! Als ze het wisten, ze zouden zich om zo te zeggen in hun graf omkeren! Te zijner tijd kom ik hier D.V. nog eens op terug.
Nu heb ik nog een kleine fout te herstellen. Van meer dan een zijde heeft men er mij op gewezen, dat bij het jaaroverzicht van onze Ger. Gemeenten dat ik gaf, enkele fouten zijn gemaakt. Allereerst is vergeten de bouw van de nieuwe kerk te Veenendaal te noemen die 21 Dec. 1951 in gebruik is genomen. Ds M. v. d. Ketterij sprak daarbij over de woorden uit Mal. 4 : 2. Ook heeft de gemeente Hoofddorp een nieuwe kerk gekregen. En het was ook niet juist, dat de gemeente Amsterdam in Ds Chr. van Dam zijn eerste voorganger kreeg. Dit was volgens het jaarboekje van 1906— 1911 Ds D. E. Overduin en nadien van 1915—1918 Ds W. den Hengst. Wij zeggen de vrienden die ons hierop attendeerden vriendelijk dank. Uw rondkijker kan ook niet alles weten. Tot de volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1952
Daniel | 8 Pagina's