Vragenbus
Correspondentie voor deze rubriek aan: T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid > ^
Correspondentie voor deze rubriek aan: T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid | V > ^
V > J. V. te G. vraagt of het waar is, wat hij eens een dominee heeft horen zeggen, nl. dat Rachel vloekende gestorven is.
Antwoord: 'k Zou bijna zeggen: „Heeft u dat wel goed gehoord? "
Als ik het sterven van Rachel lees in Gen. 35, dan lees ik helemaal geen vloek. Wel noemt zij in haar doodsnood het geboren kind Ben-omi, zoon der smart, maar daaruit volgt toch niet, dat dit een vloek is. We moeten met ons oordeel over Rachel maar wat voorzichtig zijn. Dat komt ons trouwens niet toe. God is Rechter, Die beslist, Die als aller Oppervoogd, Deez' vernedert, die verhoogt.
We maken ons dikwijls al te druk met een ander en we vergeten onszelf.
Het blijft geldend tot de jongste dag: „Strijdt gij om in te gaan!"
J. V. te G. vraagt of de boeken van Ds H. F. Kohlbrügge naar Gods Woord zijn.
Antwoord: Hoewel ik lang niet alles van hem gelezen heb, kan ik toch wel zeggen, dat wat mij van hem in handen kwam, extra goed was.
Het is mij bekend, dat sommige mensen menen, dat hij niet zuiver was in het stuk van de heiligmaking. Maar juist in dat bestreden punt heb ik in hem nooit iets kunnen vinden dat afwijkend was. Hij stelt de heiligmaking zuiver in Christus en snijdt alle werkelijkheid bij de wortel af. Dat neemt niet weg, dat hij soms krasse eenzijdige uitdrukkingen gebruikt, maar dit vindt men bij alle oud-vaders en zelfs wel bij de tegenwoordige theologen, maar dan moeten we de achtergrond der
dingen ook zuiver stellen en oordelen naar strijd, , die zij streden en nog strijden. de felle
Dr A. Kuyper schreef van hem: , , Dr Kohlbrügge is een uitnemend leraar in de Kerke Christi geweest, een der weinige mannen met wie de Heere in Zijn Kerk iets bijzonders voor had en die door bange strijd en rijke geestelijke ervaring in de waarheid van Gods Woord ingeleid, onder alle leraren dier dagen schier alleen stond, als een getrouw prediker der gerechtigheid."
Over de strijd met da Costa zou veel te schrijven zijn, maar ik moet kort zijn. Echter, dit moet mij van 't hart, dat da Costa's tegenbrief in de principiële strijd over Rom. 7 de toets der vergelijking met Kohlbrügge's gespierd en diep doordacht schrijven niet kan doorstaan.
Deze enkele mededelingen over K. betekenen nu weer niet, dat K. feilloos was. Hij heeft ook in woorden gestruikeld. Mij is bekend, dat hij in zijn benarde zielsworsteling tegen de valse toestanden dier dagen soms verder ging, dan de juiste grens gedoogde. Een korte periode is er in zijn leven geweest, waarin zijn ziel verbitterd in hem was en hartstocht in zijn woord vlamde. Maar van wie geldt dit niet? Hij is geweest een geestelijk worstelaar, die de ontzaglijkheden des levens zelf doorleefde en zelf als een brandhout gegrepen is uit het vuur.
A. C. C. te Kr. vraagt welke handleiding ik geschikt
acht' voor de behandeling van de Bijbelse Gesch. op onze scholen.
Antwoord: Het boek, waar ik voor 100 procent achter sta, dus wat ik van harte kan aanbevelen is: „De Bijbelse Geschiedenis verteld voor kinderen door J. Vreugdenhil, uitgeverij W. den Hertog, Lange Nieuwstraat 52, Utrecht.
Verder noem ik U Lankamp, Snoek, en Stock Renkema. Wees echter voorzichtig met sommige uitdrukkingen. Ik hoop, dat U met onderscheid des verstands van handleidingen gebruik maakt. Niettemin staan er leerzame, wetenschappelijke en goed verantwoorde dingen in.
A. C. C. te Kr. vraagt mij of ik iets kan schrijven over de Vrije Evangelische Gemeenten.
Antwoord: Het enige wat ik er van weet is, dat er in ons land 18 van die gemeenten zijn, en dat zij samen vormen een „Bond van vrije Evangelische Gemeenten, " waarvan voorzitter was Ds W. D. Linthout van Dordrecht.
Deze gemeenten houden vast aan de Heilige Schrift als het Woord Gods, en belijden dat er geen zaligheid is dan door het bloed des kruises van Christus. Zij noemen zich Evangelisch, omdat zij de leer der Kerk, met name die der verkiezing en der particuliere genade niet in overeenstemming achten met het Evangelie.
U bemerkt wel, wat een eenzijdige blik zij alzo op Gods Woord hebben, daar zij de leer der verkiezing en der particuliere genade loochenen.
De naam Evangelische Gemeente moge mooi klinken, maar het evangelie heeft toch slechts een zoete klank, voor degenen, die door de Heilige Geest bearbeid, in de spiegel van Gods heilige Wet Zich hebben leren kennen als schuldigen voor een Heilig en Rechtvaardig God en die het de onderwijzer uit de Catechismus leren nazeggen: „Is er nog een middel om die welverdiende straf te ontgaan, en wederom tot genade te komen!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1952
Daniel | 8 Pagina's