VRAGENBUS
I Correspondentie voor deze rubriek aan: T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid
I Correspondentie voor deze rubriek aan: I T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid \
J. W. te S. vraagt of een jongeling uit onze kring op de grote vaart mag gaan, omdat de zeevart' 's Zondags doorgaat en hij zodoende in conflict zou komen met het 4e gebod.
Antwoord. Een schip, dat op zee is, kan onmogelijk 's Zondags stil gaan liggen. Wel moeten de werkzaamheden zoveel mogelijk beperkt worden, opdat er gelegenheid is een openbare godsdienstoefening te houden.
Als aan een jongeling van de Geref. Gemeente verboden zou worden zeeman te worden, omdat hij daarmee het vierde gebod overtreedt, dan zou het ook verboden moeten worden aan passagiers, die lid zijn van de Geref. Gemeente en die een reis maken naar een ander werelddeel.
U voelt zelf wel, dat dit toch niet aangaat. Onze vaderen hebben altijd ruimte gelaten voor werken van noodzakelijkheid. En daaronder valt ook de grote vaart.
Als we door genade de geestelijke betekenis leren verstaan van de wet, die zeker is een tuchtmeester tot Christus, maar ook de vervulling heeft gevonden in Hem, die zal zich hartelijk verenigd weten met het antwoord van de Heidelbergse Catechismus in Zondag 38, dat ons niet spreekt wat we laten moeten, maar wat we doen moeten.
Hiermede vervallen vanzelf de twee andere vragen.
G. v. St. te Kr. vraagt of het geoorloofd is met geweld van wapenen de aanhangers van ketterijen te bestrijden of omgekeerd zich met wapenen te verdedigen als de aanhangers van de ware religie vervolgd worden.
Antwoord: Ik geloof niet, dat geweld van wapenen het middel is voor ketterijen te bestrijden. Van een ieder die dit wil, zou van toepassing zijn: „Gijlieden weet niet van hoedanige geest gij zijt."
De Heere zegt in Zijn Woord: „Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het ge-
schieden." De opdracht van de Heere Jezus aan Zijn discipelen was: „Gaat dan henen in de gehele wereld, predikt het Evangelie in de gehele wereld, enz." Van wapengeweld wordt niet gesproken in Gods Woord of het moeten geestelijke wapenen zijn, die gebruikt worden in de kwade tijd om staande te blijven.
Over de roeping van de Overheid om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst, spreek ik liever niet, want dan komen we op politiek terrein, waar ons blad zich niet voor leent.
Wat de tweede vraag betreft zou ik zeggen, dat het gebruik van wapenen niet altijd te veroordelen is. Ik denk aan de godsdienstoorlog ten tijde van Karei V en Filips II, in Nederland en Duitsland. Toen hebben onze vaderen zich w r el degelijk met het zwaard verdedigd.
In alle gevallen kan ik aanraden het wapen van 't gebed en in sommige gevallen kan de vlucht ook een middel tot lijfsbehoud wezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1952
Daniel | 12 Pagina's