VOOR ONZE Militairen
DE NATIONALE RESERVE (II.)
Mijn geachte briefschrijver is een goed propagandist voor de N.R. Ik geloof dat ik het zo voorzichtig uitdruk en dat ik niet overdrijf. Zeer tot mijn spijt kan ik dat niet zijn, gezien mijn twee grote bezwaren. Ik wil deze nog éénmaal herhalen.
le Lijkt mij de samenstelling en de wijze van werken niet voldoende vruchtdragend en
2e De middelen die men gebruikt om leden te werven stuiten mij tegen de berst.
Ik schreef hierboven , , zeer tot mijn spijt" omdat ik van mening ben dat de Regering over een stevig, goed georganiseerd, goed geoefend en goed gedisciplineerd machtsapparaat moet kunnen beschikken dat in de le plaats bestemd is voor de binnenlandse veiligheid. Ik wil thans verder gaan om mijn briefschrijver te antwoorden.
De zaak, mijn vriend, waarvoor je je inspant is inderdaad een rechtvaardige zaak. En toch zegt hij, ontmoet ik bij „onze mensen" niets dan tegenstand. Ja. wat zal ik daar nu van zeggen. Ik wil er eerst dit van zeggen. Je mag „onze mensen" niet be-of veroordelen naar het handjevol „onze mensen" die daar in R. wonen. Dan ga je generaliseren en daar past ons wel een beetje voorzichtigheid. Anderzijds zou het wel eens kunnen gebeuren dat die mensen dezelfde bezwaren aanvoelen die ik heb en dan behoor ik ook tot „onze mensen" die momenteel niet erg enthousiast zijn voor de N.R. Als ik je brief goed heb gelezen dan maak je jezelf bang voor de argumenten die je gebruikt ten opzichte van je tegenstanders. Ik geloof niet — mijn vriend — dat hiervoor reden is.
Een Hollander is iemand met een zeer apart volkskarakter. Ik geloof dat ik met enige vrijmoedigheid mag zeggen ons volk een beetje te kennen. Allerlei slag van mensen heb ik onder mijn commando gehad. Boeren, slagers, smeden, bootwerkers, mijnwerkers, schippers, ja zelfs woonwagenbewoners. Hollanders zijn een eigenaardig soort volk. Daar doe je nou eenmaal niet mee wat je wilt. Kenmerkend is, dat een Hollander altijd wil weten waarom iets nu moet gebeuren en waarom niet later; waarom zus en waarom niet zo, waarom moet hij dat nu doen en waarom niet een ander. Dat is beslist niet een van de edelste karaktereigenschappen en toch speelt het bij ons volk een grote rol. Ik zeg wel eens tegen mijn jongens dat wij van oorsprong vrijbuiters zijn. Echte zeerovers. Mag ik het eens wat sterker zeggen, net op 't kantje af van tuchteloosheid. Ik zal dit eens nader duidelijk maken.
Wanneer ik in de stad loop en daar passeert mij een soldaat zonder de voorgeschreven groet te brengen, en ik spreek die jongen hierover onderhoudend aan; tien tegen één dat er na minimum van tijd een volksoploopje plaats vindt en weet je welke zijde het publiek kiest ? Niet mijn zijde omdat ik niets meer doe dan mijn plicht, neen mijn vriend, het publiek kiest onvoorwaardelijk de zijde van die soldaat die z'n plicht niet deed. Is dat niet op 't randje?
Wanneer een soldaat met vuile schoenen en de handen diep in de broekzak loopt te sloffen door de stad dan zegt men: „nou dat is me ook een militair zeg!" Wanneer ik nu naar die zelfde soldaat toega, en hem wijst op z'n foutieve gedrag, weet je wat dat zelfde publiek dan zegt? „Dat is ook een dienstklopper zeg! Die jongens zijn nog niet gelukkig met zo een."
Wanneer een troep op een kamer ligt waar het erg rommelig is dan hoor je niets dan kankeren over die geweldige vuile boel. Als er dan een hoop vuil ligt van een halve meter hoog vlak voor de deur met een vuilnisblik en een korte stoffer er naast dan stapt die hele kamer er al mopperende overheen en daar is er niet één bij die uit zich zelf, dat blik met die stoffer pakt om de zaak op te ruimen. Raar volk is de Hollander! Net op 't randje. Voor de aanstaande jonge moeders werden in de bezettingstijd aparte kaarten gedrukt. Wanneer zo'n aanstaande jonge moeder, gewapend met zo'n kaart naar het Distributiekantoor ging dan had ze voorrang, maar o wee, als ze deze kaart eens per ongeluk had vergeten.
Wanneer men in Engeland aan een station komt kan men daar allerlei kranten en tijdschriften kopen zonder dat de verkoper hierbij aanwezig is. Ik kan je niet aanraden dit zelfde in Nederland te proberen want ik geloof wel dat de kranten op zouden zijn maar of het geld zou kloppen daar ben ik niet zeker van. Eigenaardig volk hè! Net op 't kantje af. Ik zou nog veel meer voorbeelden kunnen noemen maar och als je rond kijkt zie je ze zelf ook wel.
Wat heb ik met dit alles willen zeggen. Dat ons volk soms zeer laks is. Het zegt zo dikwijls: „wachten op de vijand, kan ik thuis net zo goed." Dat is een zeer afkeurenswaardig standpunt. Ik ben het met je eens dat de tijd ernstig is waarin we leven. We worden allen, burgers en militairen geroepen tot zeer grote intense waakzaamheid. De vijand is zeer actief en slaapt niet. Daar staan zeer grote en gewichtige dingen op 't spel. Of de Rus zal komen weten we niet m'n vriend, dat is verborgen. Als hij komt hebben we het ten volle verdiend. Ons volk waartoe wij zelf ook behoren, wil niet bukken voor God en Zijn inzettingen. Het kan wel eens te laat zijn als ons volk ontdekt dat wij niet gewandeld hebben in Zijn wegen.
Tot de Wet en tot de Getuigenis, zo ze niet spreken naar dit Woord, ze zullen geen dageraad hebben.
De oorlog heeft ons geen vernedering gebracht en toch geloof ik m'n vriend dat dit voor ons allen, een ieder persoonlijk, onmisbaar is. We hebben God op 't hoogst misdaan en zijn van 't heilspoor afgegaan, ja wij, en onze vaderen tevens.
Naast dit alles moeten we doen wat onze hand vindt om te doen. De zaak is rechtvaardig. Nederland is geen product van onze fantasie. Eenmaal heeft God onze grenzen gesteld en Hij heeft onze geschiedenis geschreven. Daarom zij ons devies: „Er staat geschreven en er is geschied." Dit is de bijl, die al het revolutionair misgewas afhouwt. De zaak is rechtvaardig en laten we dan ook geoorloofde middelen gebruiken. Dat is geen film, geen bioscoop, geen gezellige avondjes, doch laten we de ernst betrachten die de zaak ten volle waard is.
we de ernst betrachten die de zaak ten volle waard is. Zolang dergelijke dingen bij de N.R. nog gebeuren zal men in de kringen van ons volk niet veel enthousiaste vrijwilligers krijgen. De Regering stelle zich op de grondslag van Gods Woord en dan zullen „onze mensen" — kon het zijn in de mogendheden des Heeren — helpen bouwen.
Hierbij wil ik het laten en ik dank je hartelijk voor je brief. Wie volgt?
Met vriendelijke groeten,
„KRIJGSMAN"'.
Zijner handen werk 02)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1951
Daniel | 12 Pagina's