JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GEZANGEN?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEZANGEN?

3 minuten leestijd

Ook in onze Gemeenten horen we wel eens de vraag: Waarom mogen we geen gezangen zingen in de Kerk? Deze vraag is al oud.

Deze vraag is al oud. De kerkvergadering van Laodicéa (363) stelde vast dat men „geen eigengemaakte psalmen in de gemeente mag voordragen."

De kerkvergadering te Braga (561) bepaalt, dat buiten de Psalmen en andere canonische geschriften geen dichterlijk voortbrengsel in de openbare godsdienstoefening mag gezongen worden.

Deze besluiten zijn telkens hei'Jgaald.

Op het convent van Wezel (1568), de Synode van Dordt (1574, 1578, 1619), in afscheiding en Doleantie.

Het was de Remonstrantse Synode van Utrecht, welke in 1612 een bundel van 58 liederen invoerde.

Het was de verwaterde Ned. Hervormde Kerk, welke in 1807 de bundel „Evangelische gezangen" invoerde en kort daarna verplichtend stelde.

En het was in 1934, een eeuw na de afscheiding, dat de Geref. Synode van Middelburg een nieuwe bundel invoerde en artikel 69 van de Dordtse Kerkorde wijzigde.

Tijdens de herdenking der Afscheiding, (1934) werd in de Geref. Kerk te Ülrum een gezang gezongen. Vader de Cock was er om afgezet.'

Hier spreekt dus de geschiedenis.

In 1897 schreef nog Dr Kuyper, dat hij „de vrijheid neemt om ze, in de kerk zittende, niet mee te zingen, al geeft de zuiverste prediker ze op."

Helaas liet hij later ook dit standpunt varen.

Voorstanders der gezangen in de kerk beroepen zich gaarne op Efeze 5 : 19 en Col. 3 : 16.

Het gaat daar echter niet over het Kerklied, maar over het lied in de huisgezinen en onderlinge samenkomsten der gelovigen.

Calvijn schrijft: In de kerk behoren alleen gezongen te worden de Psalmen Davids, die de Heilige Geest gezegd en gemaakt heeft. Wanneer wij die zingen, dan zijn wij zeker, dat God ons de woorden in de mond legt, alsof Hij Zelf in ons zong om Zijne gloi*ie te verheffen."

De Psalmen hebben Goddelijk gezag. Zij zijn daardoor van elk lied der mensen onderscheiden.

Wie zich houdt aan de Dordtse Kerkorde (art. 59) van 1619, laat zelfs niet de Avond-en Morgenzang zingen.

Immers, het luidt duidelijk: „In de kerken zullen alleen de 150 Psalmen Davids, de 10 Geboden, het Onze Vader, de 12 art. des Geloofs, de Lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon gezongen worden.

't Gezang „O, God die onze Vader zijt", wordt in de vrijheid der Kerken gesteld, om het te gebruiken of na te laten. Alle andere gezangen zal men uit de kerken weren, en, waar er enige alreeds ingevoerd zijn, zal men ze met de gevoeglijkste middelen afschaffen."

Dus geen Morgenzang, en geen Avondzang.

Het „O, God die onze Vader zijt" durfde de Synode niet verbieden, omdat dit vervaardigd was door Jan van Utenhove, en door het volk zeer geliefd was.

Men „begrave" met Ledeboer de gezangenbundel. 't Betaamt ons Psalmen aan te heffen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1951

Daniel | 8 Pagina's

GEZANGEN?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1951

Daniel | 8 Pagina's