Kerkgeschiedenis
Hervormingspogingen. Verstandige mannen zagen zeer goed in, dat het Schisma, waarover we de vorige maal schreven, de kerk wis ten verderve zou voeren en dus reformatie zeer noodzakelijk was.
Het is vooral de Universiteit van Parijs geweest, die ging streven naar , , een hervorming in hoofd en leden."
.Deze Universiteit, van internationale betekenis, ondervond dan ook veel schade van het Schisma.
De voornaamste mannen bij deze reformatiepogingen waren Pierre d' Ailly en Jean Gerson.
Maar welke weg moest in dezen ingeslagen worden ? Er waren drie voorstellen: de weg van een algemeen concilie, een scheidsgerecht of een wegzenden van de beide pausen en een nieuwe verkiezen.
Men heeft getracht één der pausen tot heengaan te bewegen, ook beiden; alles tevergeefs. Ja, men wilde, door verschillende landen tot een soort „neutrale bond" te verenigen, door het inhouden der landelijke inkomsten de beide pausen dwingen heen te gaan; maar niets hielp.
Toen riepen de kardinalen van beide pausen gezamenlijk een algemeen concilie samen te Pisa (1409.) Maaide verwarring werd al groter. Het concilie zette de beide regerende pausen af en benoemde een nieuwe, nl. Alexander V. Maar de afgezette pausen gingen met die afzetting niet accoord en zo waren er dan 3 pausen!
Natuurlijk had iedere paus zijn aanhang. Frankrijk en Engeland hielden het met Alexander V, Spanje en Schotland met Benedictus XHI de duitse keizer c.s., benevens Rome en Napels met Gregorius XII.
Men ziet, de krankheid was nog lang niet over. Integendeel. En het werkte het streven naar nationale kerken in Frankrijk en Engeland zeer in de hand. Voorts hadden de ketterse richtingen volop gelegenheid welig te tieren.
Wiclif en IIus. Het optreden van deze mannen valt ook in deze eeuw. Feitelijk is Hus de navolger van Wiclif.
Wij zagen hoe in Frankrijk en Engeland een streven openbaar werd zich los te maken van het algemeen pausdom en meer nationaal-kerkelijke wegen te gaan bewandelen. Reeds sedert 1346 had Kroon en Parlement in Engeland zich tegen het pausdom gekeerd en werden daarbij krachtig bijgestaan door de wereldgeestelijken. Ook de hogeschool van Oxford hielp mee en niet minder het volk, omdat de paus de bedelmonniken zeer begunstigde met allerlei privilegiën.
Te Oxford werkte in die dagen John Wiclif, hoogleraar in de philosophie, later in de theologie.
Ook hij mengde zich in de strijd met de paus en de bedelmonniken.
Doch men merke wel op, dat niet de „theoloog" maar de „patriot" aanvankelijk aan 't strijden was.
Het bezorgde hem de gunst van het Hof en de vijandschap van de clerus. Een geschrift, door hem uitgegeven, deed de maat overlopen. Hij verklaarde daarin, dat 'de wereldlijke macht onafhankelijk is van de pauselijke macht en dat het kerkegoed staatseigendom is.
Dat was natuurlijk te veel gezegd en de bisschop van Londen diende een aanklacht tegen hem in. Gewapende edellieden deden echter tijdens de terechtzitting een inval en beschermden hem.
Toch moet men zijn verklaring omtrent het kerkegoed niet verkeerd opvatten.
Ook hij was nl. een vurig voorstander van het bekende armoede-ideaal (Mt. 10): de kerk moet geen wereldlijk bezit hebben.
Dat hij met de paus in conflict zou komen lag voor de hand.
Deze veroordeelde een aantal van zijn stellingen en weer volgde een proces. Maar adel en burgerij van Londen beschermden hem.
Toch zou het zo niet blijven. Het zou meer en meer worden een theologische kamp, een aanval op het systeem, op de beginselen van Rome.
En zo was deze reformatie een heel andere dan de „reformatie in hoofd en leden."
Echter, het zou Wiclif ook de steun van de adel doen verliezen, die hem op die weg niet wilde volgen.
Hij vertaalde met hulp van zijn vrienden de Vulgata in het Engels. Hij zond reizende predikers uit (Mt. 10), die geen bezit mochten hebben; zij werden door het volk Lollarden genoemd.
Ook gaf hij stellingen in het licht tegen de transsubstantiatie. Menig aanhanger keerde zich nu echter van hem af.
Zo kregen de vijanden de handen weer vrij.
Hij werd door de aartsbisschop van Canterbury voor een kerkelijke vergadering gedaagd. Het opmerkelijke van deze samenkomst was, dat zij door een aardbeving werd getroffen, die natuurlijk grote schrik teweegbracht.
Men veroordeelde een aantal zijner stellingen. Wel wilde het Lagerhuis niet gewelddadig tegen hem optreden, maar in Oxford mochten hij en zijn aanhangers niet blijven.
Zo trok hij naar zijn pastorie-goed te Lutterworth en richtte van daar uit zijn strijdschriften tegen Rome, bijzonder tegen de bedelmonniken.
Zijn uitgangspunt was: De H.S. is „de Wet Gods." Van hieruit veroordeelde hij de hiërarchie, de monnikenorden, de heiligen-en reliquieënverering.
De paus is de Antichrist. De ware kerk is „de gemeenschap der uitverkorenen, " Christus haar enig Hoofd.
Christus heeft nooit aan Petrus het primaat gegeven. Ook de hiërarchie gaat tegen de wet van Christus in; deze kent alleen ouderlingen en diakenen.
De transsubstantiatie is een grote ketterij. Het Avondmaal heeft zinnebeeldige betekenis en alleen voor de gelovigen waarde. Kortom hij viel Rome met behulp van de H.S. aan op zijn kwetsbare punten en wij beluisteren in deze voorreformatorische strijder het voorspel van de Reformatie. Wiclif bleef persoonlijk vrij van vervolging. Zijn aanhangers echter zijn later ten bloede toe vervolgd. De paus daagde hem voor zijn rechterstoel; maar Wiclif berichtte hem, dat hij niet van plan was te komen. Op oudejaarsdag van het jaar 1384 ging hij de eeuwige rust in.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1951
Daniel | 8 Pagina's