GEWIJDE GESCHIEDENIS N.T.
Handeling-en 21 : 17 — 26 : 32
PAULUS TE JERUSALEM EN TE CESAREA
1. Paulus te Jerusalem ontvangen. 2. Paulus te Jerusalem gevangen. 3. Paulus' verblijf in Cesarea.
De ontvangst in Jerusalem na zijn derde zendingsreis, kunnen we niet bepaald hartelijk noemen.
Wel ontvingen hem cle broeders „blijdelijk" (Hand. 21 : 17) maar het samenzijn de volgende dag ten huize van Jacobus, moet voor Paulus pijnlijk zijn geweest.
Zij loven de Heere als zij horen van de grote werken Gods onder de heidenen, maar brengen tegelijkertijd een verdachtmaking ter tafel.
Zij doen een voorstel om aan de Christenen uit de Joden te tonen, dat hij volstrekt niet vijandig staat tegenover de Wet.
Welk voorstel is dit?
Paulus moet openlijk deel nemen aan een ceremonie der Wet en wel aan een plechtigheid, die wegens het puur vrijwillig karakter in een reuk van bijzondere vroomheid stond.
De Wet sprak immers van een vrij, tijdelijk Nazireaat, dat gewoonlijk dertig dagen duurde en waarbij de Jood afstand deed van de wijn en bepaalde spijzen, om zich te beter in heilige teruggetrokkenheid te kunnen wijden aan de dienst van God.
Ten teken daarvan liet men z'n hoofdhaar groeien. Was de voorgeschreven tijd voorbij; dan had het officieel offer plaats in de tempel.
Als dan werd het hoofdhaar afgeschoren en verbrand op het altaar.
Het middel, dat de Jerusalemse broeders kozen om de Judaïsten tevreden te stellen, was op zichzelf beschouwd, niet onverstandig.
Calvijn zegt: „Toch weet ik niet of het niet eer ongereehtelijk dan wel billijk was, om dit van Paulus te eisen.
Het schijnt wel, dat de ouderlingen uit genegenheid voor hun volk tot dwaze toegeefelijkheid vervallen zijn."
Paulus gaat op het voorstel in.
Hij wordt nu door Joden uit Azië, die hem vijandig waren, in de tempel gezien, die hem beschuldigen heidenen in de tempel te hebben gebracht.
Dit was evenwel laster.
Wel had Paulus met Christenen uit de heidenen in Jerusalem gelopen, maar hij had ze niet meegenomen naar de tempel.
Deze beschuldiging was voldoende om geheel Jerusalem in verwarring te brengen.
Men sloeg de handen aan Paulus.
En Paulus zou zeker aan de woede des volks ten offer gevallen zijn, als Claudius Lysias, de Romeinse hoofdman, hem niet gered had.
Geboeid werd hij naar de legerplaats gebracht.
Van de Overste ontvangt hij verlof om het volk toe te spreken.
Staande op de trappen van de burcht Antonia toont hij in een korte rede aan, dat hij de Joden en de Wet niet vijandig is.
Voorts verhaalt hij, hoe hij een volgeling is geworden van Jezus de Nazarener en dat God hem verkoren heeft om de rijkdom van het Evangelie bekend te maken aan de heidenen.
Toen het volk begreep, dat het volgens Paulus met de bevoorrechte positie van het joodse volk gedaan was, kende hun woede geen grenzen.
Lysias geeft Paulus gelegenheid voor de Joodse raad zich te verantwoorden.
De Hogepriester beveelt, dat men Paulus op de mond zal slaan om hem het spreken te beletten.
Daarover is Paulus diep verontwaardigd temeer, omdat Lysias en niet de Hogepriester de leiding heeft. Omdat de Hogepriester zijn Hogepriesterlijk kleed niet droeg, wist Paulus niet, wie dat bevel had gegeven.
Nu werpt Paulus de opstanding der doden als een twistappel in de rechtzaal, om daarmede Lysias te laten zien, dat zijn beschuldigers het over de dingen
waarover hij geoordeeld wordt, zelf niet eens waren. De Parizieërs kiezen partij voor Paulus en de Sadduceën willen zijn veroordeling.
Het twistvuur laait zo hoog op, dat Lysias het raadzaam vindt Paulus naar de legerplaats te laten brengen.
Daar heeft de Heere hem gesterkt. De Joden besluiten om Paulus uit de weg te ruimen.
Een zoon van Paulus' zuster maakte dit aan Lysias
bekend. Deze achtte het geraden om de apostel onder sterk geleide naar de Stadhouder Felix te zenden, die in Cesarea woonde.
Twee jaar lang is Paulus daar gevangen gehouden.
Hoewel Felix Paulus onschuldig vond, hield hij hem ter wille van de Joden, toch gevangen.
Wellicht zou men een hoog losgeld voor Paulus willen betalen.
De advocaat Tertullus bracht twee klachten naar voren.
Op afdoende wijze heeft Paulus deze beschuldigingen weerlegd.
Na Felix kwam de stadhouder Festus, die bekend stond om zijn rechtvaardigheid, doch maar kort de teugels van het bewind in handen had.
Paulus werd weer voor de rechterstoel geleid. Zware beschuldigingen werden tegen hem ingebracht. Ook nu bleek de onschuld van Paulus.
Festus wil nu Paulus naar Jerusalem laten brengen om daar verhoord te worden.
Paulus geeft de stadhouder een ernstige terechtwijzing en beroept zich daarna op de Keizer.
De Stadhouder bewilligt daarin.
Toen Koning Agrippa II en zijn zuster Bernice een bezoek brachten aan Festus, legde de Stadhouder de zaak van Paulus aan de Koning voor, die begeerte had om Paulus te horen.
om Paulus te horen. Met bescheidenheid en tact verhaalt Paulus wat er met hem gebeurd is op de weg naar Damascus.
Welke opdracht hem van Godswege werd gegeven, en dat hij daarom door de Joden werd gegrepen.
Ook laat hij niet na het Evangelie te prediken.
Festus denkt dat Paulus raast, maar Agrippa is bewogen.
De conclusie was, dat hij losgelaten kon worden als hij zich niet op de Keizer had beroepen.
Nog steeds vindt het Evangelie des Kruises veel tegenstand, zowel bij de goddeloze als bij de vrome wereld.
Lezer, bij welke wereld behoort gij ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1951
Daniel | 12 Pagina's