JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

6 minuten leestijd

De finantiële toestand van Spanje. Het loont de moeite kort na te gaan, hoe de finantiële toestand op dit ogenblik was. Men zal dan denken aan de goudstroom, die Alva indertijd beloofde uit de Nederlanden naar Spanje te laten vloeien. Die profetie was niet uitgekomen; integendeel, een zware schuldenlast drukte op dat land.

De staatsschuld bedroeg 34 millioen dukaten, de te betalen rente 2 millioen. In het land was geen geld te verkrijgen en het bankiershuis der Fuggers wilde niet meer bijspringen. Daarom achtte Philips het het beste een besluit uit te vaardigen, dat Spanje zijn rente-betaling staakte! Dit geschiedde op 1 Sept. 1575. Dat kon nu wel voor een ogenblik verlichting schenken; maar daardoor daalde ook het crediet van de Koning.

Voor Requesens was deze toestand al zeer ongunstig. Het liep met de zaken niet slecht, maar o, die geldnood. Daarom riep hij de Raad van State bijeen met de stadhouders der gewesten en de Vliesridders en vroeg om 1.200.000 gulden tot betaling van de achterstallige soldij der soldaten.

Inderdaad was dit een probleem. De geest van muiterij begon meer en meer cle kop op te steken.

Veel zin om te betalen had men echter niet. Men klaagde over armoe. Maar Requesens dreigde met het nog groter kwaad van inkwartieringen en toen stemden de gewesten de een na de ander toe.

De Prins begreep zeer goed, dat dit feit een hevige dreiging voor Holland betekende en ging daarom op zoek naar buitenlandse hulp: eerst bij Frankrijk, vervolgens bij Engeland.

Het eerste mislukte. Het tweede ging al zeer eigenaardig toe. Elizabeth bleek een echte koopvrouw. Trouwens al wat zij deed was puur eigenbelang: zij wilde wel helpen, maar tegelijk bevriend met Spanje blijven. En dat ging natuurlijk niet.

Allereerst trachtte zij de afgebroken onderhandelingen te Breda (1575) te doen hervatten. Deswege ging een gezant harerzijds naar de Prins en ook een naar Requesens.

De Prins bewoog nu de Staten van Holland een gezantschap naar de Koningin te zenden en haar het beschermvrouwschap of cle souvereiniteit op te dragen.

Het eerste wilde zij wel, mits men haar — Walcheren overliet en Holland zelf zijn zaakjes regelde! Dat Holland hier niet veel voor voelde laat zich gemakkelijk begrijpen.

Ook Requesens zond een afgezant, die het mooie voorstel moest doen, de nog in Engeland vertoevende afgezanten van Holland gevangen te nemen en met Elizabeth te onderhandelen.

De zaken van de Prins liepen dus niet bepaald gunstig. Maar weer gaf God uitkomst. Plotseling komt de tijding: Requesens is overleden. (4 Maart 1576.)

De Raad van State. Wel werd binnen een maand een nieuwe landvoogd benoemd, nl. Don Jan, 's konings broer; maar omdat deze nog niet gearriveerd was, nam de R. v. St. zolang de leiding der zaken op zich. De Bloedraad werd opgeheven. Maar verder was de taak van de Raad ver van gemakkelijk door de muiterij onder de spaanse troepen, die waarlijk voor de landzaten „ongedierte" waren. Toen zij namelijk hoorden, dat op betaling der soldij voorlopig niet te rekenen viel, besloten zij zichzelf te betalen.

Het muiten begon in Zierikzee. De grijze Mondragon smeekte zijn soldaten, hem de schande toch niet aan te doen, zijn vaandel te verlaten. Zij trokken zich niets van hem aan; sloten hun veldheer zelfs weken in zijn huis op en trokken naar het rijke Zuiden.

Op de eilanden was toch niets meer te halen.

Roosendaal was het verenigingspunt der muiters en van hier ging het onder eigen gekozen aanvoerders electo's of eletto's op Mechelen los.

Maar deze stad sloot zijn poorten; evenzo Brussel. Toen hebben ze Aalst en een 100-tal dorpen in de omgeving geplunderd.

Het gevaar was groot. Reeds had Brabant troepen geworven om zich te verdedigen. Overal kwam men in beweging.

Toen besloot de Raad van State de muiters vogelvrij te verklaren. Met spanning had de Prins vanuit Middelburg de gang van zaken gadegeslagen, vast besloten z.m. Noord en Zuid te verenigen in de strijd tegen Spanje.

Samenkomst te Gent. De Prins trok daarom naar Gent om tot samenwerking te geraken.

Hij wees op de noodzakelijkheid hiervan en ook van het bijeenroepen der Staten-Generaal.

Maar de Raad van State voelde er niet veel voor. Op aanstoken van de Prins werd nu deze door de brabantse troepen onder Heze gevangen genomen, een andere meer volgzame benoemd en deze riep de Staten-Generaal op ter vergadering in Gent. Een ongehoord stuk; want alles ging buiten de Koning om!

Voor Holland zaten in die Staten-Generaal: Marnix en Paulus Buys, de landsadvocaat. Friesland, Groningen, Drente en Overijsel waren niet vertegenwoordigd, want hun stadhoucfer C. Robles had het verboden.

Hij werd deswege afgezet en vervangen door George van Lalaing, graaf van Rennenberg. Veel plezier hebben ze van deze man niet beleefd.

Men besloot nu troepen te huren en de spaanse soldaten te verwijderen. Maar dat was spoediger gezegd dan gedaan.

Maastricht heeft het danig ondervonden, teen ze de bezetting wilden verjagen. De stad werd geplunderd en uitgemoord. Toch vlotte het op deze vergadering van Gent niet erg. De Staten-Generaal waren in hoofdzaak katholiek en wilden de Koning liever trouw blijven. Zij vertrouwden de Prins eigenlijk niet. Omgekeerd hield de Prins Aerschot c.s., de leiders der katholieken, in de gaten. Zo gemakkelijk konden deze zich weer door spaanse beloften laten paaien en de nieuwe landvoogd was al onderweg. Daarom wilde de Prins voor hij arriveerde alles in kannen en kruiken hebben.

Toen heeft een onverwachte gebeurtenis de heren wat aangespoord. Wij bedoelen de spaanse Furie.

De spaanse Furie. Er werd al lang gefluisterd over een beraamde aanslag op de rijke koopstad Antwerpen, die door de troepen der Staten-Generaal veiligheidshalve bezet werd. Vlak bij de stad stond de bekende citadel, die bezet was door de geregelde troepen van officieren als d' Avila, Romero, Valdez, Verdugo enz., oude bekenden dus.

Omdat de Staten-troepen sterker in aantal waren, dan die van de citadel, besloot men een aanval op deze te doen.

Op Zondag 4 November begon het met een artillerieduel. Dat hoorden de muiters van Aalst en met eikenloof omkranste helmen kwamen zij opdagen. Het was waarlijk een losgeslagen rovers-en moordenaarsbende.

Een historieschrijver meldt, dat zij hun plunderingen begonnen — met gebed! Hun vaandels vertoonden aan de ene zijde de beeltenis van Christus en aan de andere kant die van Maria.

Zij eisten van d' Avila onmiddellijke aanval en deze gaf toe. Met 6000 man stormden zij op de ongelukkige stad los en deze had het hard te verantwoorden. Niets en niemand werd gespaard. Ongehoorde gruwelen zijn gepleegd. Kerken en kloosters, ook het nog nieuwe stadhuis met haar kostbare inhoud gingen in vlammen op. Meer dan 8000 lijken bedekten de straten of lagen in de woningen. Drie dagen duurde deze gruwel.

De machtige koopstad kreeg een klap, die ze na jaren nog niet te boven was.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1951

Daniel | 12 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1951

Daniel | 12 Pagina's