JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Grepen uit de Letterkunde (48)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grepen uit de Letterkunde (48)

4 minuten leestijd

Reeds maukl de herfst met purper en met goud, Met vogeltrek en zilverdraad, met regen. Dan wordt het stil en stiller in het woud, I'eru-ijl de hlciadren ritslen allerwegen.

Het jaargetijde der vergankelijkheid, de herfst, heeft een machtige invloed gehad op het dichterlijk gemoed.

NAJAARSZANGEN

Wij zijn geschapen om te blijven leven. Vandaar dat cle dood ons doet huiveren, en het langzame wegkwijnen grote ontroering teweeg brengt in onze geest. Er is zo'n groot verschil tussen lente en herfst; tussen het ontluikende leven en in het sombere versterven. Afgezien van de godsdienstige gevoelens, zal de herfst, zelfs bij godloochenaars, een diepe ontroering verwekken. En dit temeer in een dichterlijk gemoed. Daarom zullen de meeste herfstdagen staan in het teken van weedom en smart.

Voov hen, die zich laten leiden door Gods Woord, is de herfst een prediking van het vergankelijke. Het najaar, met zijn vallende blaren, is een onderstreping van het Schriftwoord: „Stof zijt gij, en tot stof zult ge wederkeren." Het is een bevestiging van de uitspraak van de Heilige Schrift, dat we hier geen blijvende stad hebben, en dat we, de één meer de ander minder, een tijdsbestek hebben gekregen, om daarin de toekomende stad te zoeken.

Het gehele jaar met zijn wisselende seizoenen is een beeld van 's mensen leven en van de historie van een land of volk: „opgaan, blinken en verzinken." De herfst is dan het verzinken.

Laten we nagaan, hoe de gevoelige naturen de herfst hebben gezien, en welke indrukken het achterliet.

Wat is dat alles buiten stil Onder die parelgrijze lucht, Uit ieder wezen schijnt de wil, Uit ieder ding de kracht gevlucht: Het uitgeweende wilgenloof Valt in het vlakke water traag, De boom. als zonk zijn vreugd-geloof, Bukt over 't water naar omlaag. De koeien loeien langzaam aan Bij 't stappen over 't drassig land; Zij blijven loom en droom'rig staan, Dom-starend, aan de waterkant.

Frans Bastiaanse.

Adama van Scheltema drukt de stilte van het najaar heel duidelijk uit in het volgende:

De bomen zwijgen en peinzen vaag, Van al de twijgen drupt iets omlaag. De zon is henen, geen vogel fluit — Zij zijn verdwenen, het lied is uit. Alleen gelaten wacht alles stil — Wacht het gelaten der wereld wil.

De Vlaamse dichter Karei van de Woestijne spreekt dc herfstontroeringen als volgt uit:

Weer gaat het vege licht der asters bloeien; weer naêrt een herfst. — En dit doorhunkerd hart waar smokend 's zomers toortse gaat vergloeien, wordt huiverend, en mart...

— Ik, in wiens hand de zoele vruchten wogen maar wien de zoen ontzegd werd van de beet; die, waar 'k u weet, - o herfstig mededogen, me des te alléner weet;

weer naêrt de herfst; en weer naêrt wrang het derven dit hart dat, hooploos, steeds verlangen kent; dat, immer hunkrend naar dit herfstlijk sterven, na 't wintren weet een lent'...

— Weer brandt mijn najaarsbloed in smeekgebaren; weer weent het hart waar de oude wonde schroeit...

—Hoe bronst het goud in de kastanjeblaren! De zilver aster bloeit...

Jan Campert, die in 1943 overleed in het kamp Neuengamme, ziet het najaar aldus:

Is dit de laatste dag? Najaar en avondzon en een doorzichtig licht alsof de dag begon, later een ronde maan boven de horizon.

De vlierboom in het duin draagt takken zwart en [naakt, een herfstwind heeft het lage hout hier aangeraakt en wolken stijgen tot een jachtend spel ontwaakt. Schaduwen vegen vliedend over 't schelpenpad. Heb ik nu verloren wat ik toch eens bezat? De grote wind houdt aan. Het hart is afgemat.

Andre herfsten zijn voorbijgegaan, waar bleven van hen de sporen ? Soms wiekt een herinnering daar aan naderbij, langs mij verloren. Zijn zij aan dit najaar tóch gelijk, opgeroepen jaren later, zoals de duindoorn dezelfde lijkt, eender het ruisende water?

Mocht het najaar ons bepalen bij de kortstondigheid van ons leven, opdat wij ons haasten en spoeden mochten om ons levenswil.

De herfsttinten van de bossen kunnen zich verrukkelijk voordoen aan ons oog, maar als we goed doordenken, dan zijn het zieke, stervende blaren, die zo mooi zijn gekleurd. Het is een teken van vergankelijkheid, het vallend blad.

Petrus schrijft uin zijn eerste Brief: „Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdort, en zijn bloem is afgevallen." Doch dan komt de grote tegenstelling: „Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Wooi'd, dat onder u verkondigd is."

Dat het ons tot winst mocht zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1951

Daniel | 12 Pagina's

Grepen uit de Letterkunde (48)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1951

Daniel | 12 Pagina's