Nieuw kerkgebouw te Kampen in gebruik genomen
Het was de 18e September een blijde dag voor de Gereformeerde Gemeente te Kampen.
Had men zich al lange tijd moeten behelpen met het te kleine en bouwvallige kerkgebouw aan de Burgwal; op de avond van deze gedenkwaardige dag werd een nieuw, ruim en fraai kerkgebouw in gebruik genomen.
Er bestond zulk een belangstelling, ook van de zijde
van vele genabuurde gemeenten, dat het kerkgebouw de schare schier niet kon bevatten.
De Weleerwaarde Heer Ds A. Verhagen, die als plaatselijk predikant deze dienst leidde, verzocht te zingen Ps. 84 : 1 en 2 en ging daama voor in gebed.
Met enkele inleidende woorden schetste spreker het laatste samenzijn in het oude kerkgebouw.
Wij hebben, aldus spr., toen de Bijbel gesloten. U daaruit Gods Woord te verkondigen, was daar afgedaan.
Maar nu mogen wij in dit nieuwe Kerkgebouw voor uwe ogen die Bij-Del weer openen. Dat is wel een zeer gewichtig deel van dit bijzondere samenzijn, dat niet het woord eens mensen, maar Gods Woord wordt geopend. Daarvoor vragen wij uw volle aandacht, dat wij het nu openslaan, voor U neerleggen en van deze plaats U dat Woord prediken.
Wij verzoeken U dan ook allen op te staan en te zingen uit Ps. 119 : 65: , Hoe wonderbaar is Uw getuigenis."
Na dit plechtig ogenblik, leest Ds Verhagen 1 Kon. 8 : 22—30 en be-
paalt de gemeente bijzonder naar aanleiding van vers 29 bg:
Het Gebed van Salomo,
daarbij de aandacht vestigend op: le. de tijd, 2e. de inhoud en ten 3e de verhoring van dit gebed.
Het zou ons te ver voeren deze toespraak geheel weer te geven; daarom stippen wij hier slechts enkele gedachten aan.
Het was een geweldig ogenblik, toen Salomo bij de inwijding des tempels voor het altaar zijn knieën boog en zijn handen ophief ten hemel. Hij is met het volk gekomen om Gods gunst en zegen af te smeken. In Salomo's hart leefde het, dat de zegen des Heeren het hoogst nodig was.
En nu zien wij op de hoogte des bergs, waar nu Jehova Zijn tempel heeft het gekroonde hoofd des volks de knieën buigen.
Hij, de eerste des volks, schaamde zich niet in het openbaar in het stof te buigen voor de koning der koningen en de Heere der Heeren.
Een voorrecht voor een staat, zulk een koning te hebben.
hebben. Salomo wist het: als zijn volk God diende, zou het wel gaan, maar wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.
Daarom zocht hij zijn kracht in het gebed. Hij was niet tevreden met deze prachtige tempel zonder meer, maar had innerlijke behoefte aan 's Heeren tegenwoordigheid. Zag hij op zichzelf en op zijn volk dan waren er geen redenen, maar zijn oog was op de bediening der verzoening, op die gezegende Heere Jezus, die schaduwachtig werd afgebeeld.
Ook ons zou het gebed van Salomo passen. Wie had gedacht, gemeente van Kampen, dat we nog zulk een uur zouden beleven. Er zijn redenen te over om verblijd te zijn. Dit kerkgebouw is een sprekend bewijs van wat de kracht der waarheid, de liefde en de eenheid vermag.
Wij mogen grotelijks tevreden zijn, maar het is toch niet voldoende.
Ook voor dit gebouw komt er een tijd, dat niet één steen op de andere zal gelaten worden.
Daarom hebben ook wij zo de Goddelijke tegenwoordigheid van node.
Spreker staat nog even stil bij de bijzondere historie van de Gereformeerde Gemeente te Kampen. Deze gemeente is een kind van de scheiding en dus al meer dan honderd jaar oud.
Ds de Cock heeft in het ontstaan dezer gemeente een groot aandeel had. (Van de geschiedenis dezer gemeente verschijnt, naar ons werd medegedeeld, een boekje met talloze bijzonderheden.)
Maar dit werk is door Gods alvermogen, door 's Heeren hand alleen geschied.
Ook de inhoud van Salomo's gebed mocht wel de onze zijn in deze betekenisvolle ure.
In die bede toch lag de begeerte, dat de Heere Zijn ogen over dat huis zou openhouden, de begeerte om Zijn tegenwoordigheid, opdat de rijkdom Zijner genade mocht ervaren worden.
De tegenwoordigheid des Heeren gaf autoriteit aan alles wat in de tempel geschiedde. Dat geldt ook ons. Wij hebben een kostelijk kerkgebouw, maar 's Heeren tegenwoordigheid moet alles goed maken, het Goddelijk gezag kunnen wij niet in het Woord leggen.
Van welke richting gij ook zijt, zet dat eens even op zij, wij kunnen zo niet sterven, doch moeten wederom geboren worden.
Zonder God in de wereld, vreemdelingen van de verbonden der belofte, zo leven wij van nature. Met min-
der dan die wedergeboorte kunnen wij het niet doen.
Dat hopen wij van deze kansel te prediken. Niet, wat de mensen graag horen, maar wat God zegt. Niet uit de hoogte maar met gevoel van ons hart.
De dwaze maagden begonnen buiten te staan. Daarom is de verantwoording van 's Heeren dienaren zo groot, die het als taak hebben daarop te wijzen en een waarschuwende stem te doen horen. God kan hun werk bekrachtigen. Maar ook in het vertroosten van Gods volk, die dierbare Jezus hun voor te stellen en ze te leiden tot Christus, om in Hem gevonden te worden, hebbende die gerechtigheid, die redt van de dood.
Hij verkwikke dan Zijn volk in Zijn bedehuis.
Dat dan de verheerlijking van Zijn naam moge plaats hebben in dit bedehuis. Hij belooft in hoofdstuk 9, lees het maar na, te horen naar het gebed des volks, als het in Zijn wegen zou w r andelen. Hij zou naar hen horen in tijden van nood, van rouw en van droefheid. Mocht dat ook hier plaats hebben.
Gemeente van Kampen, dat de liefde des Vaders, de liefde des Zoons en de liefde des Heiligen Geestes, de liefde van een drieënig Verbondsgod hier mocht wonen en werken, tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk en tot in lengte van dagen.
Met dat enkel woord, wil ik achten dit kerkgebouw geopend te zijn met deze sleutel des gebeds.
Na het zingen van Ps. 98 : 3 houdt Ds Verhagen verschillende korte toespraken.
Allereerst tot de kerkeraad. Hij maakt gewag van de grote bemoeienissen des Heeren, waarbij wel mag worden gesproken van een , , Eben Haëzer".
Mochten wij maar met de weldaden in de Weldoener eindigen. Vooral voor de ouderen onder U, die zoveel van de geschiedenis der gemeente kennen en zoveel hebben meegemaakt, in het vorige kerkgebouw, is dit een zeer bijzondere ure. Wij hopen ook verder in dezelfde aangename verstandhouding te mogen samenwerken.
Vervolgens wordt de architect, Prof. Lansdorp toegesproken. Wij hebben reeds vanaf het begin onzer relaties hoogachting voor Uw werk gehad. Naast God, aan Wie wij alle dank verschuldigd zijn, zijn wij ook veel aan U verschuldigd, bijzonder wel voor uw meesterlijke leiding bij dit bouwwerk. De Almachtige geve U bovenal zelf een steen te zijn of te worden van dat bouwwerk waarvan Jezus Christus de uiterste hoeksteen is.
Ook de aannemer Kroneman met zijn onderaannemers en staf van personeel zeggen wij hartelijk dank voor de wijze waarop het werk is uitgevoerd. Het is voor U een consciëntiezaak geweest. Temeer dan ook namens de kerkeraad en gemeente daarvoor onze oprechte dank.
Een bijzonder woord van dank spreken wij tot Burgemeester en Wethouders. Als burgemeester is U ons in alles ter hulpe geweest. Dat zijn geen pluimstrijkende woorden, het is de waarheid. Wij hadden uw volle medewerking en konden altijd naar U toe komen.
De kerkeraad heeft mij als taak gesteld B. en W. hartelijk to bedanken.
God gedenke U in uw werk. Salomo boog zijn gekroonde hoofd en zijn knieën. De Heere schenke dat ook U. Deze dagen zijn voor regerende personen van groot gewicht, maar in de handhaving van Gods recht zal zeker zegen te verwachten zijn.
Wij danken ook de afgevaardigden van vele kerkeraden voor hun aanwezigheid.
Eveneens stemt het ons dankbaar dat het militair gezag vertegenwoordigd is door de Garnizoenscommandant met zijn Adjudant. Uw aanwezigheid stellen wij op hoge prijs.
Voor de militairen, die in ons hart een ruime plaats hebben, is in dit kerkgebouw een vrije bank, waar wij ze gaarne zullen zien in onze samenkomsten.
Ook Ds Honkoop, als afgevaardigde van de classis Kampen en ds v. Stuyvenberg als afgevaardigde van de Part. Synode zeggen wij dank voor hun aanwezigheid, eveneens de andere ambtsbroeders. (Aanwezigwaren Ds v. Gilst, Ds Heerschap, Ds Kersten en Ds Vergunst).
Tot onze spijt is Ds Rijksen niet aanwezig. Wij zijn hem dankbaar voor zijn vele adviezen en achten een woord van dank ook aan hem hier zeer op zijn plaats.
Vervolgens sprak Ds Verhagen een woord van hartelijke dank tot allen, die geen moeite en kosten hebben ontzien, om alles goed te doen verlopen o.a. de bouwcommissie, de fin. commissie, de Regelingscommissie en niet te vergeten de koster en zijn vrouw. Alle opofferingen zijn met blijdschap geschied.
Wij zijn er w r el eens verlegen onder geworden als we het binnenkomen der giften aanzagen, inzonderheid wel als wij zager^ van wie en op welke wijze.
Verscheidene geschenken mochten wij ontvangen, zoals een Statenbijbel, stoelen in de consistoriekamer van de catechisanten, een klok van de Zangvereen. en een waterstel van de J.V.
Allen daarvoor onze dank. Mochten wij van de grote offervaardigheid ook nog eens de rijke vruchten zien.
Na al deze toespraken werd het woord gevoerd door de Burgemeester van Kampen, de Edelachtb. Heer Oltenhof.
Spreker merkte op dat het juist 3 jaar geleden is dat het voorstel van B. en W. werd aanvaard grond te verkopen voor deze kerkbouw. De kerkeraad der Ger. Gem. beloofde alles in het werk te stellen een mooi gebouw te zetten.
Deze belofte is men nagekomen. De Geref. Gem. is verrijkt met een prachtig kerkgebouw, maar ook voor-Kampen als stad is het een aanwinst. Vooral omdat vele verbeteringen in Kampen op burgerlijk gebied tot stand kwamen, zou het jammer geweest zijn als uw
gemeente was achtergebleven en een gebouw was verrezen wat uit de toon viel.
Maar gelukkig mag uw gemeente spreken van een krachtig kerkelijk leven en hoewel we het geestelijk gehalte wel niet kunnen afmeten naar de offervaardigheid, is geen offervaardigheid een slecht bewijs van geestelijk leven.
Prof. Lansdorp heeft prachtig werk geleverd. Namens de burgerlijke gemeente bieden wij de Gereformeerde Gemeente de beste wensen aan nu dit kerkgebouw in gebruik is genomen.
Mogen velen zich hier leren kennen als verloren zondaren, maar ook de Zaligmaker van zondaren.
Spreker tekent Ds Verhagen als een zeer werkzaam mens.
Zie ik de indrukwekkende lijst van uw vele functies zowel op kerkelijk-als verenigings-en maatschappelijk gebied hier voor mij, dan verwondert het mij dat U nog tijd heeft gevonden, U zoveel met de kerkbouw te bemoeien.
Het is mij dan ook een eer U te zeggen, dat het H.K.H. Koningin Juliana behaagd heeft, U te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Met ontroering en onder ademloze stilte werd deze mededeling door de aanwezigen aangehoord.
Nadat burgemeester Oltenhof deze mededeling plechtig had doen vergezeld gaan van het aanbrengen van een der waardigheids-emblemen, die aan deze onderscheiding-zijn verbonden, verzocht hij het eerste couplet van ons Wilhelmus te zingen.
Het was een even onverwacht als plechtig moment zo midden in deze toch al belangrijke avond.
Van harte verheugen wij ons als Jongelingsverenigingen erin, dat onze voorzitter van het L.V. en Hoofdredacteur van ons blad een dergelijke onderscheiding is ten deel gevallen.
Meer willen wij daarover niet schrijven daar elders in ons blad onze Briefschrijver op voortreffelijke wijze onze gevoelens heeft weten te vertolken.
Namens de Classis Kampen sprak Ds P. Honkoop, die de gemeente van Kampen geluk wenste met hun schone kerkgebouw.
Ik dacht, aldus spreker, onder de prediking van uw beminde leraar aan Salomo, hoe ook bg hem zoveel werd toegebracht uit liefde tot de dienst des Heeren.
Maar ook hier was er beoefening van liefde tot de waarheid. En waar liefde woont, gebiedt de Heere Zgn zegen.
Dat die liefde blijve, om de zorgen en lasten tesamen te mogen dragen. Waar twist en wrok verdwijnt, zal 't alles tot de vrede bloeien.
Hebt ge niet meer dan deze offervaardigheid, dan is het verloren.
Er is hier blijdschap. Maar als die weldaad wordt verkregen om die bede van de meerdere Salomo, dan is er meerdere blijdschap, dan is er blijdschap in de hemel.
Namens de Particuliere Synode sprak Ds A. van Stuyvenberg, die begon met op te merken dat het hem, en zeker ook allen ontroerd heeft, toen wij Gods Woord zagen openslaan.
Worde het steeds voor U geopend, geliefde broeder, om dat Woord aan arme verloren zondaren en zondaressen te prediken.
Ds Stuyvenberg wenst de kerkeraad toe nog lang met Ds Verhagen te mogen samenwerken. De gemeente stelt hij voor de ernst der prediking. Wij wensen U toe dat heil, dat de tollenaar uit genade verkreeg.
Na in dankgebed te zgn voorgegaan, liet Ds Verhagen nog zingen vers 6 en 7 van de Avondzang, waarna hij de zegen op de gemeente legde.
Na afloop van dit zo plechtig en bijzonder samenzijn bleef de Kerkeraad met de genodigden nog een uurtje gezellig bijeen.
Wat het kerkgebouw betreft, het voldoet aan alle eisen die er aan gesteld mogen worden en biedt plaats aan 1100 personen.
Eenvoud en sfeer vallen onmiddellijk op, als men het degelijke gebouw binnenkomt.
Dhr Kroneman kan met voldoening op een dergelijk werk steeds weer terugzien. Bijzonder vielen ons de fraaie smeed-ijzeren kroonlampen op, die aan het geheel een stemmingsvolle indruk geven.
De smaakvolle banken, geleverd door dhr-Koeken te Utrecht trokken zeer onze aandacht door de mooie houtsoort waarvan deze waren vervaardigd.
Een prachtige offerkist en nog enkele gedeelten der betimmering van de zgn. tuin, vervaardigd en aangebracht door dhr Opschoor te Rotterdam, getuigen van een vernuftig vakmanschap.
Van de centrale verwarming is het niet nodig iets te zeggen. Die is aangebracht door de fa. Schreuder en Zn. te Amersfoort en dat zegt meer dan genoeg.
Een keurige kosterswoning is aangebouwd en daarboven bevindt zich een met zorg ingerichte vergaderzaal, die plm. 150 personen kan bevatten.
De Gereformeerde Gemeente van Kampen is zeer beweldadigd.
De Heere geve veel ware dankbaarheid en gebiede voor alles Zijn onmisbare zegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1951
Daniel | 12 Pagina's