LIVINGSTONE
Slavenhandel
Het zou ons te ver voeren om al de wederwaardigheden, die zich voordeden op de verscheidene tochten' van Livingstone, te vermelden. De voornaamste zaken zullen we aanstippen.
Aan de Zambesi-mond werden de negerstammen, die daar woonden, vreselijk gekweld door de slavenhandelaars. Die omgeving werd wel genoemd: het land der brandende dorpen. Dat zegt ons al genoeg. Livingstone zag op zijn reizen hondarden slaven geboeid en onbarmhartig gestriemd door zwepen. Aan dat vreselijke werk moest een einde gemaakt. Die wilde handelaars moest Livingstone proberen na te reizen om al de goddeloosheid met eigen ogen te doen aanschouwen. Als een ooggetuige zou hij een waar verslag opstellen en dat naar Engeland zenden, opdat er een krachtig halt zou kunnen toegeroepen' worden aan die verhandelingen van arme zwarten. En voorts zouden hij en zijn vrouw, die ondertussen weer bij haar man was gekomen, de ellendigen helpen, zoveel als ze maar konden.
Begin April 1862 voeren zij de rivier op, om dóór te dringen in het donkere binnenland, waar zoveel ongerechtigheid gebeurde. Het klimaat was ongezond, en dat was de ooi'zaak, dat mevrouw Livingstone ziek werd. Geneesmiddelen werden aangewend; trouw werd de dappere vrouw verpleegd; alles werd gedaan om de ziekte te keren. Helaas, niets mocht baten. De beste medicijnen vermogen niets zonder Gods zegen. De ziekte was een ziekte tot de dood. En 't ging zo vlug. Eén week slechts was de vrouw ziek en toen was zij niet meer.
De zendeling was verslagen. Alles liep zo anders uit dan zij samen hadden beraadslaagd. Daar zat hij nu, aan de oevers van de Zambesi, ver van zijn kinderen en ver van zijn geboortegrond. Die kinderen, ze zullen hun moeder niet meer zien. En hun vader? Misschien ook dié niet meer.
Hoe groot de liefde ook mag zijn tussen man en vrouw, de dood brengt scheiding, zodat gezegd moet worden: „Laat ik deze dode van voor mijn aangezicht
begraven." In het verre, vreemde land kreeg Mary Moffat haar laatste rustplaats.
Het is genade van God, om in zulke omstandigheden te mogen en te kunnen zeggen: „Uw wil geschiede." Deze woorden sprak de zwaar-bezochte man. En met grotere vastberadenheid ging hij voort aan zijn moeilijke werk. Hier blijven, zitten ging niet.
Twee jaar duurde deze reis. Rondom het Nyassameer aanschouwde Livingstone de treurigste tonelen. Jongens en meisjes werden aan de ouders ontrukt door snode slavenhandelaars, wier harten van steen schenen te zijn. Mannen en vrouwen werden weggesleurd om verkocht te worden op de slavenmarkt aan de kust.
Dat kon de zendeling-ontdekker niet langer aanzien. Hij zou naar Engelanc] gaan om zijn volk te smeken, hem bij te staan om een einde te maken aan het lijden der arme negers. En... vurig verlangde hij ook om zijn kinderen te zien.
Midden in de zomer van het jaar 1864 kwam hij te Londen aan.
In Engeland hield de „witte dokter" overal spreekbeurten. Van zijn tochten in het oerwoud vei'haalde hij, maar ook legde hij vooral de nadruk op het afschuwelijke bedrijf van de slavenhandel.
Honderd jaar geleden had het Britse Ministerie van Handel verklaard: „Men kan niet toelaten, dat een voor de natie zo zegenrijke handel (slavenhandel, N.) verzwakt of vernietigd wordt." Later begonnen toch stemmen tegen de negerslavernij op te gaan en vooral tegen de handel in negers. Toch werd deze handel in mensen voortgezet. In het begin van cle 19e eeuw had Engeland in zijn koloniën 800.000 slaven!
Er was in Engeland dus heel wat te overwinnen voor Livingstone! Met alle kleuren schilderde de zendeling het vreselijke van het bedrijf. Hij deed dit bepaald op de manier van Mungo Park, dié zich in de binnenlanden van Afrika aansloot bij een handelskaravaan, die naar de kust trok. Mungo Park vertelde, dat de karavaan ook een troep negerslaven bij zich had, die de kooplieden later zou omzetten in Europese rum en tabak. De zwarten waren twee aan twee geketend en een lange ketting verbond al deze paren tot een lange rij. Streng werd gewaakt, dat de boeien niet werden losgemaakt, of dat er gepoogd werd te ontsnappen.
Tijdens de dagenlange mars naar de kust waren cle slaven vertwijfeld van angst. Algemeen werd door hen ondersteld, dat zij, als ze over het zoute water waren gekomen, door de blanken geslacht en opgegeten zouden worden.
Op zekere dag was een slaaf niet in staat verder te gaan en daarom ruilde zijn meester hem voor een jong meisje, in een plaats waar halt werd gehouden.
Mungo Park vertelt dan: „Het arme meisje vermoedde niets van haar lot. 's Morgens, toen de troepen slaven verder gebracht zouden worden, kwam zij met enige andere jonge vrouwen bijeen om cle karavaan te zien wegtrekken, maar toen nam haar meester haar bij de hand en gaf haar aan de slavenhandelaar over. Nooit is de uitdrukking van een gelaat plotselinger veranderd van zorgeloosheid in de diepste vertwijfeling. De angst, die zij aan de dag legde, toen het juk haar op de schouders en het touw om haar hals werd gelegd, en de smart, waarmee zij haar verwanten vaarwel zeide, was in waarheid schokkend."
Soortgelijke voorvallen zal ook Livingstone hebben verhaald in de plaatsen waar hij optrad.
En werkelijk, hij had succes!
M. NIJSSE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1951
Daniel | 12 Pagina's