JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

5 minuten leestijd

Frederik II en de Paus. In 1215 had Innocentius III nog meegewerkt om zijn pleegzoon Frederik II op de duitse troon te plaatsen en reeds een jaar daama stierf de paus.

Hadden de volgende pausen misschien gedacht in Frederik een gemakkelijk hanteerbaar werktuig te vinden voor hun machtswellust, dat zou hun bitter tegenvallen. Vooral paus Gregorius IX (1227—1241) heeft de handen aan hem vol gehad.

En wel won de paus en ging de stauffische macht tenslotte onder, maar ook zijn macht in het duitse rijk was gebroken. De naam „rooms koning" was later niet meer dan een titel.

Frederik II bleek een zeer zelfstandige figuur te zijn, die zijn erflanden zich niet liet ontnemen. Daarom zocht de paus naar middelen om zich van die lastige „tegenspeler" te ontdoen.

Hij vond die in Frederiks mentaliteit. De keizer was nu niet bepaald, wat men noemt een trouwe zoon der heilige Moederkerk, eerder een vrijdenker, die zich van het christelijk geloof niets aantrok.

Ge moet nl. weten, dat hij veel in Z.-Italië vertoefde en daar veel in aanraking kwam met de arabische beschaving. Gregorius beschuldigde hem zelfs, dat hij Mozes, Jezus en Mohammed de drie grootste bedriegers had genoemd.

Ze hebben het echter nooit kunnen bewijzen.

Wat wel waar is: hij noemde de paus de antichrist

en de draak uit de afgrond. De geestelijke en wereldlijke macht moeten gescheiden blijven. De kerk moet afzien van de wereldlijke macht en tot de apostolische armoede terugkeren. (Berkhof.)

Vooral ook over het deelnemen aan kruistochten lag hij met de pausen overhoop. Hij beloofde 't wel, maar deed het niet. Op het 4e Lateraans concilie was besloten tot een kruistocht (de 5e) en in de jaren 1217—21 had deze plaats. Een deel der kruisvaarders onder Andreas van Hongarije en Leopold van Oostenrijk kwam niet verder dan Acco; een ander deel (waarbij de graaf van Holland was) ging via Lissabon naar Egypte, nam na tweejarige belegering Damiate in, maar verloor daarna in de Nijldelta en moest terugkeren.

Frederik ontbrak natuurlijk op het appèl tot grote ergernis van paus Honorius III (1216—1227.) Diens opvolger, de reeds genoemde Gregorius, zou er eens een eind aan maken. Toen er weer een kruistocht plaats zou hebben bedankte de keizer opnieuw; maar nu werd hij in de ban gedaan. Als een — n.b. — geëxcommuniceerde trok hij nu naar het H. Land en wist daar — echter niet met wapengeweld — maar met ónderhandelen (!), zich meester te maken van Jeruzalem, Bethlehem en Nazareth; ja hij liet zich tenslotte kronen tot koning van Jeruzalem! Dat was paus Gregorius toch al te bar: een geëxcommuniceerde met de kroon van Jeruzalem op het hoofd! Hij legde het H. Land het interdict op en viel in 's keizers italiaanse erflanden. Deze kwam terug en noodzaakte de paus vrede te sluiten.

De grote geestelijke heer in Rome was nu niet bepaald een herder zijner kudde geweest maar een echt politicus.

Ook onder Gregorius' opvolger, paus Innocentius IV ging het mis. Deze wist de keizer op een concilie van Lyon (1245) weer eens in de ban te doen en af te zetten. Met behulp van de duitse clerus werd een tegenkoning benoemd (o.a. Willem II van Holland.)

De keizer trok er zich geen steek van aan; integendeel, beschuldigde er lustig op los. 1250 was zijn sterfjaar. Wij willen 't hierbij laten en alleen vermelden, dat in 1268 de laatste Hohenstauffer in Napels onthoofd werd door Karei van Anjou, broer van de franse koning, die door de paus met het koninkrijk Z. Italië en Sicilië was begiftigd.

Zo scheen de paus het gewonnen te hebben. Maar de debetzijde was, dat de roomse stoel meer en meer onder franse invloed kwam.

In 1248 ondernam Lodewijk de Heilige van Frankrijk een kruistocht, veroverde Damiate, maar raakte in gevangenschap. In 1270 trok hij tegen Tunis op, maar stierf op de tocht.

In 1291 viel na langdurig beleg, Acco, het laatste steunpunt der kruisvaarders, in handen der vijanden.

Met dit feit acht men de kruistochten geëindigd.

De bedelorden. In de loop der tijden waren in het Westen van Europa verschillende monnikenorden ontstaan. Tot de 10e eeuw was die der Benedictijnen de enige. Daarna ontstonden andere, hetzij bedoeld als reformatorisch wegens verbastering van bestaande, hetzij uit drang tot kloosterstichting, ook wel als protest tegen de steeds toenemende degeneratie der kerk en haar clerus.

De oorzaak van deze verbastering en degeneratie weet men aan twee dingen: het theocratisch ideaal, dat leidde tot verwereldlijking der Kerk en de wereldheerschappij van de paus; voorts het uit het oog verliezen van het armoede-ideaal, waardoor weelde en zedenbederf toenamen.

Er kon nog wel een persoonlijke armoede-streving zijn, de kerk en de kloosters baadden zich in weelde met al de nadelen van die.

Daartegen richtten zich dan ook de aanvallen der zgn. ketters, welke in bloed gesmoord werden.

Zij toch hielden vast aan de strenge doorvoering van dat armoede-ideaal, i.e.w. van een waarlijk apostolische gang.

Om nu deze ketters te bestrijden (tegemoet te komen kan men het niet noemen) ontstonden, hoewel Innocentius III, gelijk we reeds schreven, het vermeerderen der orden verboden had, een tweetal nieuwe. Het waren bedelorden, die dus alleen van het gegevene zouden leven.

Zij waren streng georganiseerd en hadden als organisatie aanvankelijk geen bezit. Zij leefden niet op het platteland in afzondering, maar in de opkomende steden, waar zij zich bezig hielden met prediking en zielszorg en zo in nauw contact stonden met het volk.

Enkele broeders (Terminanten genoemd) gingen dagelijks langs de huizen om leeftocht te verzamelen. Wij willen nu enkele van deze bedelorden behandelen.

Franciscanen. Men noemt ze ook wel „mindere broeders." (Ordo Fratrum Minorum, afgekort O.F.M.) Wanneer dus een monnik deze letters achter zijn haam voegt, dan weet men, dat hij tot deze orde behoort.

De orde werd gesticht door Giovanni Bernardone, bijgenaamd Franciscus.

P. J. LAMORé.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1951

Daniel | 12 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1951

Daniel | 12 Pagina's