JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Uitwendige en inwendige roeping

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uitwendige en inwendige roeping

6 minuten leestijd

Hoe groot van waarde zijn toch de genade-middelen, die de Heere naar Zijn ondoorgrondelijke barmhartigheid gegeven heeft te midden van een wereld, die in het boze ligt. Hoe behoorden wij ze te waarderen en ook te gebruiken. Gelijk God de middelen gegeven heeft tot instandhouding van het tijdelijke leven, alzo ook voor het geestelijke en eeuwige leven. Al kunnen de middelen alleen het niet geven, nochtans zijn wij er aan gebonden, en het verachten daarvan zal eenmaal tegen ons getuigen. Hoe ontzettend is daarom de lijdelijkheid, waardoor wij in zorgeloosheid voortleven en de schuld op God werpen. Niet dat wij langs de weg van werkheiligheid het eeuwige leven kunnen verkrijgen, want ook dat wordt ons in de Heiilige Schrift duidelijk geleerd. Maar vergeet niet, dat wij geen stokken of blokken zijn, maar redelijke schepselen, die daardoor grote verantwoordelijkheid dragen. Wanneer een leeuw een mens verscheurt, dan wordt hij niet voor de rechtbank gedaagd, maar als een mens een mens vermoordt, dan zal het recht over hem geoefend worden, omdat hij een redelijk schepsel is. Hoe groot is het, dat de genademiddelen niet komen tot de gevallen engelen, maar tot de gevallen mens, en daar draagt de mens verantwoordelijkheid voor, wat hij met die middelen doet. Zie hier het onderscheid tussen de heidenen en zij die leven onder de bediening van het verbond der genade. Hoe zwaar zal die verantwoordelijkheid zijn gelijk de Schrift het ons betuigd: Ik heb geroepen en gij hebt niet geantwoord!" Veel gaan mijn gedachten over die i'oeping, en als wij 's Heeren Woord lezen clan is er toch een tweeërlei roeping, namelijk een UITWENDIGE en een INWENDIGE roeping! Beide zijn het genade-middelen. Hoe nodig is het om daax^omtrent recht begrip te hebben, vooral in onze dagen en voor onze jonge mensen. Toen ik daarover peinsde, sloeg ik het kostelijke boekje op wat wij bij het doen van geloofsbelijdenis aan onze catechisanten ter gedachtenis aan hun afgelegde belijdenis meegeven. Dat boekje, geschreven door wijlen Ds G. H. Kersten, zijnde, KORTE LESSEN OVER HET KORT BEGRIP. Hij geeft daarin een schriftuurlijke eenvoudige uiteenzetting over bovengenoemde zaken. Gij kunt het lezen op bladzijde 114 en 115. Ik geef het hier letterlijk weer, zoals het daar beschreven staat: e uitwendige roeping. Die komt tot allen, die het Woord horen. Zij roept tot bekering; zij nodigt tot de zaligheid; zij biedt verloren zondaren Christus aan. God zelf nodigt daardoor de zondaar en Hij zendt Zijn knechten, die met heilige ernst en getrouwheid, alsof God door hen bade, bidden van Christus' wege: Laat U met God verzoenen" (2 Cor. 5 : 20). De uitwendige roeping is niet licht te achten, zij is Gods boodschap aan ons. Dat zij geen vrucht draagt tot zaligheid, daarvan is de schuld niet 'in het Evangelie, noch in God, die door het Evangelie roept, en zelfs die Hij roept verscheidene gaven mededeelt, maar in degenen die geroepen zijn. Leest eens aandachtig de Artikelen 9—10 van hoofdstuk 3—4 van de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten. Het zal eigen schuld zijn, zo het Woord niet tot bekering dient, (tot zo ver Ds Kersten over de uitwendige roeping.)

Dat de uitwendige roeping niet zaligmakend is, ook dat leert ons des Heeren Woord. Zal het geloof door het Woord gewrocht worden dan moet de Heilige Geest dat Woord vruchtbaar stellen. Hoe nodig is zulks ook voor onze jonge mensen, wanneer zij samen komen om dat Woord te onderzoeken; dat zij daarvan toch ten volle overtuigd mochten zijn en het gebed in hun hart leve:

Heer, ai maak mij Uwe wegen, Door Uw Woord en Geest bekend!

Maar leest ook eens wat op bladzijde 115 geschreven staat. Daar stelt de auteur zelfs een vraag, die ongetwijfeld in vele harten leeft, en door hem op een duidelijke en eenvoudige wijze (wat altijd zijn manier was) beantwoord wordt.

„Hoe kan de Heere dan welgemeend de zaligheid) aanbieden, zelfs aan verworpenen, van wie Hij in Zijn heilige raad bepaalde, dat zij de zaligheid niet verkrijgen zullen? Hoort en leest!

„Dat kan, omdat Gods ere boven onze zaligheid staat. De Heere zoekt Zijn eer, ook door de prediking van Zijn Woord. Hij zal verheerlijkt worden in degenen, die verloren gaan, zowel als in degenen die behouden worden. Zo zegt Paulus in beide een goede i*euke Christi te zijn. (2 Cor. 2 : 15—16). Welnu de Heere beoogt de verheerlijking Zijner deugden in de aanbieding aan allen, tot wie Hij Zijn Woord zendt en die Hij nodigt en roept. ZIJN AANBIEDING is waarachtig en zij zal voeren, tot de verheerlijking zijner gerechtigheid zowel als van Zijn barmhartigheid." En lezer, let goed op wat daar verder staat: Want niemand zal God de schuld kunnen geven, als hij onder het Woord verloren gaat; dat is alleen vrucht van de hardheid en verharding des harten."

Vandaar is de inwendige roeping noodzakelijk tot de zaligheid. Dan zal het Woord vrucht dragen en het geloof er door worden gewrocht. De uiterlijke aanrading heeft geen kracht om onze harde harten te breken. Dat vermag alleen God de Heilige Geest. Hij paart Zich aan

het gepredikte Woord en doet het in de ziel ingaan, die Hij vernieuwt en verbrijzelt. Hij werkt het geloof; het gepredikte Woord is slechts het van Hem. verordineerde middel.

Hoe groot is dat voorrecht van die inwendige roeping! Die roeping is krachtdadig, maar niet gewelddadig; o neen! Dan worden dezulken afgesneden van Adam, met wie wij allen in verbinding staan tot straf, en ingeënt als een rank in de wijnstok, in de levende Christus door het zaligmakende geloof. Dan worden zij uit de Wortel van die Wijnstok bediend, en zullen dan alleen door die bediening Gode vruchten dragen. Dat maakt geen grote, maar wel arme en diepafhankelijke schepselen, die niet uit hum wetenschap of bevinding kunnen leven, maar dagelijks die bediening des Geestes, die het uit Christus neemt en hun mededeelt, nodig hebben en houden. Dan wordt dat woord beleefd:

Zonder niij kunt gij niets doen!

Ik werd innerlijk gedrongen, die gewichtige zaken onder de aandacht te brengen. De Heere stelle het tot zegen voor jong en oud! Zij spreken nadat zij gestorven zijn!

Ds A. VERHAGEN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1951

Daniel | 12 Pagina's

Uitwendige en inwendige roeping

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1951

Daniel | 12 Pagina's