II. Het Wezen Gods (i.)
De tweede Persoon in het aanbiddelijk Goddelijk Wezen wordt genoemd: de Zoon. Met deze Naam wordt de waarachtige Godheid van Christus aangeduid, terwijl gewoonlijk met de benaming „Zoon des mensen" over Zijn ware menselijke natuur wordt gesproken.
In Psalm 2 : 7 lezen we al: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik U gegenereerd!"
En Petrus belijdt in Matth. 16 : 16: Gij zijt de Christus, de Zoon des levendigen Gods!" Ook heeft Christus het zelf voor Pilatus getuigd, dat Hij de Zone Gods was. Matth. 26 : 64. En als Paulus aan de Romeinen schrijft, zegt hij zo treffend: Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, uit de opstanding der doden." (1 : 4.)
Toch zouden we een g-rote fout maken, als we van gedachte waren, dat de Bijbel alleen over Christus, de tweede Persoon in het Goddelijke Wezen, met de titel van Zone Gods sprak. Lezen we niet in Lucas 3 : 38, dat Adam de zoon van God was? En staat er niet in Gen. 6 : 2, dat de zonen Gods de dochteren der mensen aanzagen? En wordt ook het volk Israël niet herhaaldelijk in Gods Woord de zoon van God genoemd? Zie Ex. 4 : 22; Hosea 11 : 1. Ja zelfs worden op verscheidene plaatsen de uitverkorenen Gods met de naam van „zonen Gods" betiteld.
Het ligt op onze weg u het onderschëid tussen die genoemde twee aan te tonen, wat betrekkelijk eenvoudig is. Het is immers wel duidelijk, dat als mensen genoemd worden „zoon van God", dan duidt dit altijd op de betrekking, die door schepping of ambt of roeping in de tij d ontstaan is. Maar als Christus „Zoon van God" heet, dan is dat niiet, omdat Hij het in de loop der tijden geworden is, maar omdat Hij van eeuwigheid als Zoon van God, als Deelgenoot van het Goddelijke Wezen, bestaat.
Daarom is het ook in betrekking tot de zaligheid des mensen van het allergrootste gewicht, dat deze Zone Gods de natuur, het vlees en bloed des mensen heeft aangenomen.
Terwijl God de Vader de Oorsprong, het Begin, de Bronader des heils is, is God de Zoon de Bewerker van het heil; de Middelaar tussen Rechter en schuldige; de Verzoener tussen de beledigde God en de beledigende mens. Beiden, zowel de Vader als de Zoon zijn als de oorzaak der zaligheid te noemen, echter met dit verschil, dat de Vader de bewegende Oorzaak is en de Zoon de verdienende Oorzaak. Waarom het volk des Heeren de Zoon dan ook aanbidt als de Middelaar in het Rijk der genade. Zij hebben verlossing en verzoening door Zijn bloed. Het kruis van Christus is hun dierbaar. Al wat ze zijn en hebben, danken zij aan het Middelaarswerk van de Zone Gods, Die op aarde is gekomen om langs cle weg van diepe vernedering en glorieuze verhoging Zich een gemeente te renigen, ijverig in goede werken. (Titus 2 : 14.)
Hij heeft Zijn gemeente gekocht met de prijs van Zijn dierbaar bloed en uit kracht daarvan is Hij Heere en Koning over Zijn Kerk. Gods eniggeboren Zoon is de Heere der gelovigen. Hij is de Eniggeborene, Die in de schoot des Vaders is, vol van genade en waarhead. Hem te dienen en te mogen liefhebben is de zaligheid van al cle Zijnen.
„Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden!", roept Gods Woord ons toe, en dat is ook de zalige bevinding van allen, die door Hem verlost zijn geworden. Immers, Hem te kussen als de Zone Gods, wil zeggen, zich door de werking van Gods Geest in en door het geloof aan Hem over te geven; uw eigen doodvonnis aan de voet van het kruis te ondertekenen, om dan te mogen ervaren, dat Hij aan datzelfde Kruis, hetwelk Uw dood vraagt, het leven voor u heeft verworven, door het handschrift, dat tegen u was, aan dat Kruis te nagelen.
Zo mag al Gods volk bij tijden en ogenblikken wel eens door de traliën heen zien naar die Koning in Zijne schoonheid. Dan erkennen en belijden ze Hem als die enige Middelaar en Zaligmaker, als hun God en Heere. Welk een voorrecht, want wie waren zij en wat zijn ze nog, na ontvangene genade? Aan Hem, aan Hem alleen, hebben zij die heerlijke omzetting en verandering te danken. Hij, de Zone Gods, verliet kroon en troon, om hun straf te dragen, hun schuld te verzoenen en voor hen een recht ten eeuwigen leven te verwerven.
Welk een gadeloze liefde van die Zone Gods, om Zich zo in de bres te stellen voor snode zondaren! Welk een reden dan ook voor al de Zijnen, om Hem lief te hebben, wijl Hij het dubbel waardig is! Heeft de Vaderde weg der verlossing uitgedacht en gebaand, de Zoon heeft die weg betreden en ten einde toe volbracht. En wat de Heilige Geest gedaan en gewerkt heeft in het werk der herschepping, om van hellewichten hemelingen te maken, hopen wij D.V. in een volgend artikel te behandelen.
J. KRAMP.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1951
Daniel | 12 Pagina's