Zijner handen werk
(21.)
Oe akker 6. (De oogst - vervolg.)
We zetten thans de bespreking van de oogst, die we in het vorige artikel moesten afbreken, voort met
1. Het dorsen. Hiermee begon men zo spoedig mogelijk om klaar te zijn vóór de vroege regen in de herfst viel. Tammoez (Juli) was de eigenlijke dorsmaand. Het dorsen gebeurde op 4 verschillende wijzen:
a. met de stok
b. met runderen
c. met de dorsslede
d. met de dorswagen.
a. met de stok.
De dorsvlegel, die ook bij ons door de voortschrijdende mechanisatie aan het verdwijnen is, was in het oosten een onbekend voorwerp. Wel gebruikte men een min of meer zware stok, om de graankorrels uit de aren te slaan. Deze wijze! van doen werd gevolgd, wanneer
x er weinig graan te dorsen was
ij er in 't geheim gedorst moest worden
z wanneer de vruchten er zich beter voor leenden.
x weinig graan: iervan vinden we een voorbeeld bij Ruth. De aren, die zij op het veld van Boaz heeft opgelezen, zijn de moeite niet om ze naar een dorsvloer te brengen. De materiële positie van Ruth in ogenschouw genomen kunnen we van haar ook niet verwachten, , dat ze met runderen of met sleden gaat dorsen. , , Alzo las zij op in het veld tot aan de avond; en zij sloeg uit wat zij opgelezen had, en het was omtrent een efa gerst." (Ruth 2 : 17).
ij. in 't geheim: at vinden we bij Gideon. In zijn dagen, toen de kinderen Israëls deden dat kwaad was in de ogen des Heeren, organiseerden de Midianieten, de Amalekieten en die van het oosten rooftochten in zijn vaderland tegen de tijd, dat ds oogst rijp was. We kunnen ons voorstellen, dat Gideon getracht heeft te redden wat er nog te redden viel, snel wat tarwe heeft gemaaid, en daarmee gevlucht is naar de wijnpersbak. Daar kon hij moeilijk anders dorsen dan met een stok. , , Toen kwam een Engel des Heeren, en zette Zich onder de eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten." (Richt. 6 : 11.)
z Wanneer de vruchten er aanleiding toegaven. Dit was bv. het geval met wikken en komijn: Want men dorst de wikken niet met de dorswagen, en men laat het wagenrad niet rondom over het komijn gaan; maar cle wikken slaat men uit met een staf, en het komijn met een stok." (Jes. 28 : 27.)
b. met runderen.
Dit was een goedkope manier van dorsen, omdat men hierbij geen „machines" nodig heeft. De armeren volgden dan ook deze methode.
Het koren werd op de dorsvloer een voet hoog uitgespreid en dan joeg men zijn runderen er op. Door het stampen der poten werden de korrels uit de aren getrapt en zakten door het stro heen tot op de vloer. Door de runderen er lang genoeg op te laten lopen, werd bovendien het stro in kleine stukjes gebroken en dat diende dan later weer als veevoeder, want in Palestina wordt niet geoogst.
c. met de dorsslede.
Wie over voldoende geld beschikte, kocht een dorsslede.
Dit is een groot, houten bord, dikwijls samengesteld uit zware blokken hout met aan de onderkant eraan vastgemaakt scherpe stukken steen of ijzer. Een paar runderen worden er voor gespannen en zo werd de slede over de dorsvloer getrokken. Zelf gaat men er op zitten, om hem w r at zwaarder te maken, want juist de zwaarte is een voorname factor. Over zo'n dorsslede lezen we in Jes. 41 : 15: Ziet, Ik heb u tot een scherpe, nieuwe dorsslede gesteld, die scherpe pinnen heeft; gij zult bergen dorsen en vermaken, en heuvelen zult gij stellen gelijk kaf."
d. De dorswagen.
Dit is een groot houten raam met een stuk of 6 of 9 wielen. Deze wielen zijn enigszins scherp, vastgemaakt aan assen, die op hun beurt weer draaibaar zijn bevestigd in de zijkanten van het raam. De voerman zit op een bank boven deze wielen, alweer om het gevaarte zwaarder te maken. Runderen trekken de wagen weer. Evenals met de dorsslede wordt ook met de dorswagen het stro in kleine stukjes gebroken en zo geschikt gemaakt voor veevoeder.
Tenslotte ligt een laag van ongeveer 3 cm dikte, haksel met korenkorrels er tussen op de dorsvloer.
In al de genoemde gevallen is er sprake van runderen. Voor deze beesten, was een gebod gegeven: Een os zult gij niet muilbanden, als hij dorst." (Deut. 25 : 4.) De trekdieren moesten dus vrij van stro en koren kunnen eten. Tegenwoordig muilbandt men de runderen echter wel weer.
2. Wannen. Het is moeilijk om vast te stellen, met welke gereedschappen vroeger het wannen plaats vond. Hierover is slechts weinig in de Bijbel te vinden. Gaan we echter na, hoe de tegenwoordige Palestijnse boer want, voer zover dat niet machinaal gebeurt, dan blijkt ons, dat hij daar twee werktuigen voor gebruikt, een soort schop en een vork met een zevental tanden. Door vergelijking van de Arabische met de Hebreeuwse namen, waarop wij hier niet dieper zullen ingaan, kunnen we met vrij grote nauwkeurigheid vaststellen, hoe het wannen in de Oudheid geschiedde en tevens blijkt dan, dat beide werktuigen hoogstwaarschijnlijk vroeger ook gebruikt werden. Een nadere aanwijzing daarvoor vinden we in Jes. 30 : 24: En de ossen en ezelveulens, die het land bouwen, zullen zuiver voeder eten, hetwelk verschud is met de werpschoffel en met de wan."
Hoe geschiedde nu het wannen?
Hierboven onder „dorsen" is opgemerkt, dat er na het dorsen een 3 cm dikke laag haksel en korenkorrels en daarbij natuurlijk ook grover stro op de dorsvloer blijft liggen.
Nu komt de wanner eerst met de vork. Het gedorste wordt met deze vork omhoog geworpen. Omdat dat met de vork, de werpschoffel gebeurt, wordt in hoofdzaak het grovere stro opgeworpen. Dat wordt met de wind meegevoerd en op enige afstand blijft het liggen. Het fijnere materiaal, stro dus, dat er tussen zat, waait verder weg, terwijl het koren op zijn plaats is blijven liggen. Het meeste fijne haksel en ook de graankorrels blijven dus nog over. De vork dient dus om alvast het grovere stro er uit te halen.
Daarna neemt men de schop, de wan en haksel en koren wordt daarmee opgeschept en omhoog geworpen, hoger of lager al naar gelang de kracht van de wind is. De wind neemt nu het haksel mee en dat waait verder weg dan het zwaardere stro van zoeven. Door hun betrekkelijke zwaarte vallen de graankorrels nagenoeg weer loodrecht naar beneden.
Er zullen dus verschillende hopen ontstaan: van de wanne af gerekend zien we achtereenvolgens liggen:
1 een hoop koren
2 een hoop bestaande uit het grovere stro en de zwaardere delen van de stengel, knopen bv.
3 het fijnere stro.
4 het kaf, omdat dat het lichtste is.
Uit het bovenstaande is wel duidelijk geworden, dat wannen zonder wind ten enemale onmogelijk is. Toch is het lang niet onverschillig, hóe de wind is. Het mag bv. niet te hard waaien, rukwinden zijn ook niet erg
bevorderlijk. Daarom wande men niet op de middag, want dan is in Palestina de heersende westenwind in de zomer te sterk. (Zie artikel over de winden.) Men deed het daarom 's avonds en 's morgens en bij voldoende licht, bv. lichte maan ook wel 's nachts. „Nu dan, is niet Boaz, met wiens maagden gij geweest zijt, van onze bloedvriendschap? Zie, hij zal deze nacht gerst op de dorsvloer wannen." (Ruth 3 vrs. 2.)
Nu zal het ook wel duidelijk geworden zijn, waarom de dorsvloer hoger moet liggen dan de omgeving, zoals in het vorige artikel werd aangegeven. Dat is dan in hoofdzaak noodzakelijk voor de wind bij het wannen.
Het kaf wordt met „onuitblusselijk vuur" verbrand.
Het stro wordt bijeengeveegd om als veevoeder te dienen.
De harde stoppelen, knopen enz. zijn niet voor het vee geschikt: dit dient als brandstof voor de oven, of men mengt ze met leem en bakt er dan stenen van. (Israël in Egypte.)
Het koren wordt veilig opgeborgen. „Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden." (Matth. 3 : 12.)
Gans anders is 't met hem, die 't kwaad bemint; Hij is als kaf, dat wegstuift voor de wind; Geen zondaar zal 't gewis verderf ontkomen, Als in 't gericht door God wordt wraak genomen; Hij, die van deugd en Godsvrucht is ontaard, Zal niet bestaan, daar 't vrome volk vergaart.
W. VAN DIJK.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1951
Daniel | 12 Pagina's