Rome, aartsvijand van het Protestantisme
Het zal mogelijk niet zoveel Daniël-lezers bekend zijn, dat er in ons land een Vereniging bestaat, die zich ten doel stelt de reformatorische beginselen in ons vollesleven te verdiepen en te versterken en het protestantsnationaal karakter van ons volk, dat onder invloed van de Hervorming en onder leiding van Oranje zijn stempel ontving te verlevendigen en zo nodig ook in woord en geschrift te verdedigen. Deze vereniging draagt de naam van „Willem de Zwijger-Stichting" en is gevestigd te 's-Gravenhage.*) De vorm van een Stichting werd gekozen, om daarmee uit te drukken dat het streven niet gebonden is aan enige kerk of politieke actie, terwijl men zich onthoudt van inmenging in, of beoordeling van kerkelijke en politieke aangelegenheden. De arbeid van de Willem de Zwijger-stichting vindt algemeen grote waardering en wordt door een groot aantal Nederlanders uit alle levensklingen moreel en finantieel gesteund. Regelmatig worden er brochures uitgegeven — wanneer men ƒ 2.50 per jaar overmaakt, ontvangt men alle geschriften die vanwege deze stichting verschijnen. Uw rondkijker leest ze regelmatig en het zou ook voor onze jonge lezers nuttig zijn, wanneer ze hiervan kennis namen.
Een der laatst, uitgegeven brochures draagt tot titel: „Nationaal beneden de maat" door Dr J. C. H. de Pater. Eerst zullen we een en ander zeggen, hoe het geschrift tot stand kwam, om daarna van de inhoud iets mee te delen, waardoor men meteen enige kijk krijgt, op het belangrijke werk van de Stichting. In 1948 publiceerde de heer Gilhuis een rapport over het geschiedenis-onderwijs op de Rooms-Katholieke Scholen, wat van roomse zijde fel verzet heeft uitgelokt. Een rooms-katholiek onderwijsman, frater Doodharte, schreef een brochure getiteld: „Nationaal beneden de Maat? (met een vraagteken) waarin hij de in het rapport gemaakte methoden der roomse geschiedenisboekjes onvervaard in bescherming nam en deze in een uitvoerig betoog trachtte te verdedigen. Dr de Pater heeft in het tijdschrift „De Christelijke School" deze brochure beoordeeld en op historische gronden bestreden. Het is goed gezien deze bestrijding in brochure-vonn uit te geven; het is een waardig geschrift, waaruit duidelijk valt op te merken, dat het Protestantisme de doodsvijand van Rome is.
Dr de Pater stelt eerst vast, dat er onder de roomskatholieken twee groepen zijn te onderscheiden, de irenischen en de strijdlustigen. Deze groepen moet men niet al te absoluut voorstellen, het is allerminst een verschil als tussen rekkelijken en preciesen en terecht merkt de schrijver op: „in de leer zijn beide groepen even precies." Het gaat alleen over het verschil in methode, hoe men t.o.v. andersdenkenden zal optreden. Beiden zouden het een genade Gods achten, als ons gehele volk rooms-katholiek zou zijn!
Frater Doodharte noemt de Protestanten religieuze rebellen die het in een rooms-katholiek Nederland zwaar te verduren zouden krijgen. Wel verklaart hij dat bij de geloofsvervolgingen in de 16e eeuw de Staat, onder invloed van het Romeinse recht een strafsysteem huldigde dat in onze nu hoogbeschaafde eeuw afschuw verwekt, maar hij cijfert toch „de plicht van de staat (in < Ve tijd en in die omstandigheden) 1 om de indringende dwaling tegen te gaan" niet weg. Neen, al is die frater dan van pijnbank en brandstapel afkerig, er zijn in onze „hoogbeschaafde eeuw" nog wel andere middelen aanwezig, om dwang uit te oefenen op andersdenkenden!
Fra. Doodharte is van mening wanneer de „ketters" (in die tijd en in die omstandigheden) met behulp van de Staat op de brandstapel werden gebracht, de Staat, die daartoe de hand leende, niet meer deed dan zijn plicht. En hij acht het niet nodig dat aan de roomskath. kinderen op de scholen wordt bijgebracht dat zij door de .Protestanten als martelaren worden vereerd en als dit al zou gebeuren diende er direct te worden bij gezegd, dat zij op de martelaarskroon ten onrechte aanspraak maken! De predikanten, die de vuurdood
stierven, kregen niets anders dan zij verdienden. Het waren volksmisleiders!
Dr de Pater zet nu in zijn brochure uiteen, dat het roomse geschiedenis-onderwijs, zoals dat door fra. Doodharte c.s. wordt gedoceerd, niet.de minste waardering heeft voor de bouwers van de Nederlandse Staat in de 16e eeuw. Op de roomse scholen wordt geleerd, dat de geloofskracht, de heldenmoed en onbaatzuchtigheid, die zij in de strijd tegen Spanje aan de dag zouden hebben gelegd, slechts op een mythe berust, waarin men nationale figuren opblaast en verheerlijkt, tot wat zij nooit geweest zijn. Zo is het volgens fra. Doodharte een mythe, dat het Nederlandse volk .in opstand gekcirnen is tegen de Spaanse tyrannie, in werkelijkheid was het maar een kleine groep, die met allerlei laaghartige middelen een ondragelijke terreur over de goedgezinden en waarachtig gelovigen heeft uitgeoefend. Het is een mythe, dat Willem van Oranje zijn strijd heeft gestreden voor waarheid en recht; alles wat de Prins ondernam was leugen en laster. Willem van Oranje wordt als een „opstandeling" geboekstaafd en het zou paedagogisch niet te verantwoorden zijn hem aan dc roomskatholieke jeugd voor te stellen als een held. Hij rekent Willem van Oranje kort en goed bij de volksmisleiders, die het er alleen om te doen was de massa op te zetten tegen de „wettige" regering.
Ons bestek is te kort om verder uiteen te zetteni, hoe die frater de wordingsgeschiedenis van onze Nederlandse Staat en het aandeel dat Willem van Oranje er in heeft gehad, afschildert. Dr de Pater rekent op waardige maar ook op krachtige wijze met hem af.
We kunnen er uit leren, dat Rome de aartsvijand is en blijft van het Protestantisme en hoe dit de kinderen op de roomse scholen, door een onwaarachtige voorstelling van de feiten uit de geschiedenis, wordt ingepompt. Het verheugt ons, dat de Willem de Zwijger-Stichting openlijk tegen het opdringen van de roomsen stelling neemt. Onze Pxotestantse natie laat zich maar al te veel door Rome in slaap sussen, terwijl wij er langzaam aan door worden overgroeid. Het is niet alleen nuttig maar zeer noodzakelijk, dat onze jongeren daar kennis van nemen.
RONDKIJKER.
*) Het juiste adres is: Willem de Zwijger-Stichting, Postbus 166 's-Gravenhage. Het postgiro-nummer 352347.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1951
Daniel | 8 Pagina's