De toekomst van de Zoon des mensen
alzo zal ook de toekomst van de Zoon des mensen zijn. Matth. 24 : 27.
In deze Schriftwoorden stelt de Heere Jezus zijn toekomst voor ogen. Hij wijst op de droeve toestand van Zijn kerk tegen de tijd van Zijn wederkomst.
Als het middernachtelijk uur van de wereldgeschiedenis zal slaan, zal Gods kerk met de vormendienaars en schijngelovigen in slaap zijn gezonken.
Droevige toestand! De Kerk Gods in slaap met de schijnvromen. Is dat niet zichtbaar in Gods Kerk? Dat des Heeren stem tot ons mocht weerklinken door ZIJN Geest: Ontwaak gij die slaapt en sta op uit de doden en Christus zal over U lichten.
O, dat jong en oud tot God mocht vlieden, gedreven door Zijn Geest en Zijn Woord, dat in wet en evangelie onwederstandelijk is in Zijn werking.
Hoe slaapt bijna alles de slaap der zorgeloosheid. O, wat een gevaren! Buiten Christus is alles in het grootste gevaar, zonder geloof, zonder bekering, zonder verzoening. Gevaar van lichaam en ziel te verliezen, en voor eeuwig; gevaar dat de dood ons plotseling overvalt en daarna de grote dag des gerichts, gevaar om in de zonde en vijandschap te sterven; gevaar om onder al de bemoeienissen Gods verhard en verstokt te worden; gevaar om in satans macht en die der zonde eenmaal als de rijke man de ogen op te slaan in de hel; gevaar dat wij ons zullen bedriegen voor een eeuwigheid op valse of lijdelijke gronden. O, dat er een ontwaken plaats had.
Het is alles echter veilig in Christus, in de ark des verbonds. Veilig, als God, zoals achter Noach, zelf de ark toesluit.
Zeker, de levende kerk is ook diep afgeweken, maar nochtans zal het bij hen blijken waarheid te zijn, wat de Bruid getuigt in het Hooglied: Ik sliep, maar mijn hart waakte. Zij bezitten boven de dwaze maagden de olie des Geestes, nademaal de liefde Gods in hun hart is uitgestort. Daarom zal het van hen gelden: Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van de Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden. God verloochent Zijn eigen werk niet.
Maar in welk een toestand zal de wereld zich bevinden als het einde daar is? Het hoofdstuk, waaruit wij deze tekst namen geeft daarvan opheldering. Lees het maar eens biddend. Vreselijke toestand! In de uiterste zorgeloosheid en lichtzinnigheid levend, zal de grote dag de wereld overvallen als een dief in de nacht. En wat zal dan hun einde zijn?
De Zoon des mensen komt ten gerichte in de laatste trap Zijner verhoging. Lees daarover veel en aandachtig de Catechismus van Vader Vermeer, v. d. Groe en Smytegelt. Zie ook het laatste artikel onzer kostelijke Nederl. Geloofsbelijdenis. De Heere brenge onze jongelingen en jongedochters vroeg in die veiligheid om overgebracht te worden in Gods Koninkrijk, en dat door een staatsverwisseling, door een innerlijke vernieuwing des harten. Wat is het toch zalig God te vrezen, Hem tot ons eeuwig deel te verkrijgen. Het is zulk een weldaad in de dagen onzer jeugd onze grote zielenood, veroorzaakt door de val, te leren kennen en om in en door Christus verlost te mogen worden. Die door Zijn bloed en ontferming met God verzoend worden, ondervinden het hoe het aan de zijde Gods zo meevalt.
Daarom roep ik het U toe: Vlied en vlucht, bid en zucht dagelijks tot de Heere. Ga dagelijk/r met Uw zieletoestand voor Zijn troon, Hij kan U dat uit genade leren.
Onze militairen, die dit lezen wensen wij ook van harte toe, dat God de Heere U moed schenke om de sterke zuigkracht der wereld tegen te staan. Hij mocht U bewaren voor allerlei verzoeking en verleiding en beware U bovenal bij de beproefde Waarheid en de instellingen des Heeren, om Zijn dag te heiligen. Wat is des Heeren volk toch gelukkig. Hun uurtjes zijn geteld, hun kruis is afgewogen. Hij komt! de Zoon des mensen. Eenmaal wordt de ganse kerk verlost van al haar vijanden en worden alle gestorven lichamen verlost van het geweld des grafs. Dan zullen zij die kerker uitstappen en in het nieuwe Jeruzalem eeuwig gekroond en verheerlijkt worden.
Kwelt elkander hier dan niet, maar dient elkander door de liefde. Gods kinderen zijn toch allen met dezelfde dure prijs gekocht, zij wandelen toch alle op dezelfde weg des levens, op hetzelfde nauwe pad der heiligmaking. Zij hebben één Meester, zij reizen naar één Vaderland. Waarom dan zo menigwerf liefdeloos en ontrouw tegen elkander, waarom elkander zo dikwijls verdriet aangedaan? Hebt elkander toch lief, vurig lief in ongeveinsde oprechtheid om tesamen in de Geest en de kracht des Heeren te strijden. De Zoon des mensen komt, doch vermoedelijk zal Gods kerk nog vreselijke dagen tegemoet gaan. Hoe wordt ze reeds vervolgd, buiten onze grenzen. Laat ons dan tot de Heere wederkeren, door Zijn genade.
En als de Zoon des Mensen komt, zal Gods Volk elkander weder ontmoeten voor de troon Gods in de eeuwige gelukzaligheid.
B. ROEST.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1951
Daniel | 8 Pagina's