Les voor ouden en jongen
Onlangs heb ik eens melding gemaakt van het aantal Kerkbode's die onze Geref. Gemeenten telt. Ik neeem van de inhoud van die bladen steeds gaarne notitie, omdat ik wil weten, wat er zo al in onze kerkelijke gemeenten leeft. Naast „De Saambinder" mogen de Rotterdamse Kerkbode en ook de Kerkbode uit Zeist, onder redactie van Ds A. Vergunst, er zijn. Ik ben ereigenlijk een beetje jaloers op, want deze bladen hebben telkenmale een groot aantal advertenties, wat zeer zeker flink bijdraagt in de hoge kosten die aan zo'n uitgave verbonden zijn. Misschien komt dat voor ons blad ook nog eens.
In de Rotterdamse Kerkbode komt o.m. wekelijks een artikel voor van de heer A. J. Kersten, onder het motto „Voor hoofd en hart." Het is een lust deze rubriek te lezen, de heer Kersten heeft een welversneden pen en hij weet dikwijls de dingen zo raak te zeggen.
In het nummer van 23 Juni heeft hij het over de opvoeding, waarbij hij tevens het nut van Jongelings-en Meisjesverenigingen omschrijft en de ouders opwekt, dat hun kinderen die zullen bezoeken. Ik laat de heer A. J. K. hierover even aan het woord.
„Opvoeden is een moeilijk werk. De wijze Prediker zegt: leer de jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs, als hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afweken. En zo zouden dan ook onze meisjes zeker alle als regel in meisjesverenigingen moeten samenleven, zowel als de jongens in de Jongelings-verenigingen. Dat beide soorten nog niet in alle gemeenten bestaan moet naast laksheid ook geweten worden aan het ontbreken van leidende personen. Er komt te veel op de schouders van enkelen neer.
Onze kinderen hebben bij het opgroeien ook behoefte aan vriendschap en verkeer met leeftijdsgenoten; hun leven is niet altijd met bezigheden bezet, zoals dat van de ouders. Voor de jongens geldt dat evenzeer als voor de meisjes. Toch bloeien de jongelings-verenigingen niet overal, hoe nuttig zij ook zijn. Er is nog steeds veel misverstand. Men bedenke echter wel, dat de kerken
der Scheiding, dus die né. 1834, altijd voor jongelingsverenigingen ge^verd hebben, dat de ware vreze Gods, wel onderscheiden van enkel beschouwing, toen nog meer haar zegen verspreidde dan in onze tijd het geval is en dat de oudjes een helder denkbeeld hadden van wat het zaad der kerk nodig had. Zij wisten dat blijkbaar beter dan wij.
Intussen, wij komen er niet met achteruitzien, maar moeten in de tijd waarin wy geplaatst zijn doen wat er nu te doen is. Er is een vreselijke oorlog achter de rug, die ook op het jong gemoed sporen naliet, er wordt door de jeugd veel meer geleerd en gestudeerd dan in de vorige generatie het geval was, hun wordt van velerlei zijde een telkens anders aangeduide leer voorgezet die tot vele vragen aanleiding geeft en daarbij en daarover heeft de kerk toch haar woord mee te spreken. Zo ik al eens opmerkte, men kan de idealen hoog stellen, maar wij moeten anderzijds maar eenvoudig en met veel gebed in onze kring doen wat gedaan kan worden om onze jeugd het enige goede pad voor te houden. Naarmate de jaren voortschrijden, verdubbelt ook de boze de aanvallen op des Heeren kerk. Het belang der jonge mensen mag ons zeker wel veel op het hart drukken."
Het deed mij goed, dit in de Rotterdamse Kerkbode te lezen. Het is eigenlijk een les voor de ouders en tegelijk voor do jongeren. Er is inderdaad veel misverstand t.o. van onze J.V.'s en M.V.'s. Hoe noodzakelijk is het dat de ouders hun kinderen opwekken om de vereniging te bezoeken, om daar in alle eenvoudigheid Gods Woord na te speuren en daarover met elkaar van gedachte te wisselen. Welk een gezegende invloed kan daar van uit gaan! En er ligt Bovendien een zekere vorming in, de jongeren zullen zich vrijer in vergaderingen bewegen en in staat zijn, gemakkelijker het woord te voeren en hun gedachten in woorden om te zetten. Nooit zullen zij er spijt van hebben. Daarom betreuren we het mede, dat er van de zijde van de ouders (de goeden niet te na gesproken) zo weinig medeleven is, dat het nut er niet voldoende van ingezien wordt.
Ook is het jammer, dat zij die in staat zijn leiding te geven, zich achterwege houden. Er schuilen zo hier en daar zeer goede krachten, die helaas hun licht onder de koornmaat zetten. In veel opzichten is het juist, dat een oudere — ik bedoel een gehuwde, dus een niet-meerjongeling — de leiding heeft. Maar hij moet zich weten aan te passen; den jongeling een jongeling zijn. Leiding geven is een aparte gave, indien men het echter machtig is, zullen de jongens van hun voorzitter houden en hem om zo te zeggen op de handen dragen.
De wereld lokt en trekt van alle kanten aan onze jeugd. Laten de ouderen zich wat inspannen, om onze jongeren wat bij te brengen, waar ze hun hele leven dankbaar voor zullen zijn. Niet in eigen kracht, niet om er wat mee te zijn of te worden, maar de noodzaak in ziende, dat alleen Gods Woord en Wet richsnoer is voor leer en voor leven.
„De Wet des Heeren is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des Heeren is gewis den slechten wijsheid
RONDKIJKER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1951
Daniel | 8 Pagina's