VRAGENBUS
r N I Correspondentie voor deze rubriek aan : ^ T. MOLENAAR, Leede 18. Rotterdam Zuid
G. B. te Z.: Uw brief zal ik bespreken op de vergadering van het Hoofdbestuur. Hoewel ik uw plan mooi vind, geloof ik toch niet, dat er iets van kan komen, aangezien het aantal aangesloten verenigingen te klein is.
Met de lijst voor studie-materiaal ben ik bezig, 'k Hoop, dat het niet te lang zal duren, dat deze toegezonden kan worden aan de verenigingen.
G. v. d. Br. te H. vraagt mijn oordeel ever: „Ik zoek een zondaar, " door Annie Ferwerda-v. d. Berg.
Antwoord: Ik heb de moeite genomen dit boek te lezen. U schijnt het nogal mooi te vinden. Ik niet. Met tegenzin heb ik het uitgelezen. Maar om een eerlijk oordeel uit te spreken, gevoelde ik het mijn plicht het meer dan oppervlakkig te bezien.
•Dit boek is voor onze jonge mensen niet aan te bevelen. Zulke lectuur acht ik voor onze jonge mensen verderfelijk. Er staan uitdrukkingen in, die ik in een fatsoenlijk gezelschap niet zou durven voorlezen. En wat de bekering van de hoofdpersoon betreft, ach, als de schrijfster zich had gehouden aan Gods Woord, dan zou ze wat anders neergeschreven hebben.
L. D. te V. vraagt of ik wat van de spraakverwarring wil schrijven.
Antwoord: Uw lange, waarderende brief heb ik met genoegen gelezen. In hoofdzaak ben ik het met U eens. Vergeet echter niet, dat we in een andere tijd leven, dan honderd jaar geleden en dat het van de jonge mensen niet te eisen is zich te kleden in een gewaad, dat verouderd is. Regel voor ons blijft: een voeg'/aam gewaad.
En nu ter zake.
De geschiedenis uit Gen. 11 is U bekend.
De mensen probeerden bij elkaar te blijven, hoewel de Heere uitdrukkelijk tegen Adam en Eva gezegd had: „Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt en vervult de aarde en onderwerpt haar."
Hun poging om hun verspreiding over de ganse aarde tegen te gaan heeft God verijdeld door hun spraak te verwarren.
De Heere verstrooide alzo de hoogmoedigen en noodzaakte hen Zijn wil te doen. De eenheid waarna de bouwers van Babels toren streefden, maakte plaats voor verwarring.
„Die in de Hemel woont zal lachen; de Heere zal hen bespotten."
Een tegenovergesteld wonder van de spraakverwarring is de gave der taal op het Pinksterfeest. Daar zien we een waarborg voor de geestelijke eenheid, die God tot stand bracht en geen mens.
Dromen van één wereldrijk met één taal zijn altijd in rook opgegaan, maar het rijk van de Heere Jezus zal heersen over al de koninkrijken der aarde.
In Stock Renkema kunt U het volgende lezen, wat ik U nie.t wil onthouden, nl.: „Terecht heeft men, wat op Pinksteren in Jeruzalem geschiedde in het taalwonder, gestefd tegenover de spraakverwarring in Babel. Daar bracHt God in de eenheid, de verdeeldheid en de splitsing. Dit geschiedde om der zonde wil. Om de doorwerking der zonde te stuiten. Het Pinksterwonder heft de verdeeldheid niet alleen op, maar het profeteert van een hogere eenheid des Geestes."
C. P. B. te P. vraagt een verklaring over de gave deitalen op de Pinksterdag, (Hand. 2). Er waren op de mannenvereniging twee meningen.
le. Sommigen zagen het als een gehoorwonder d.w.z. apostelen zouden in hun eigen taal gesproken hebben en de buitenlanders zouden het in hun eigen taal verstaan hebben.
2. Anderen geloofden, dat Parthers, Meders enz. (Hand. 2 : 9, 10 en 11) zag op de provincies of delen van Galilea en dat ieder deel zijn eigen dialect had, zodat de discipelen in verschillende dialecten gesproken zouden hebben.
Antwoord: De tweede gedachte is zeker mis. Vers 9, 10 en 11 ziet op de Joden, die in verafgelegen landen geboren en gevestigd waren en die in grote getale naar Jeruzalem waren gekomen. Men hoorde in Jerusalems straten vele vreemde talen spreken, Aziatische, Europese en Afrikaanse.
Delen of provincies van Galilea, wie heeft daar van ooit gehoord. Galilea was zelf een provincie.
Maar is de eerste gedachte dan goed? Ook dit neem ik niet aan.
Dat het een gehoorwonder zou zijn geweest, betwijfel ik, omdat het in strijd is met de uitspraak der Heilige Schrift waarin we lezen: „Ze begonnen in andere talen te spreken. Daarom gevoel ik niet veel voor het gevoelen van sommige hedendaagse theologen, die spreken van een combinatie van hoor-en spraakwonder en dan wel in deze zin, dat de apostelen een hele nieuwe taal gesproken zouden hebben, die door de onderscheidene vertegenwoordigers van verschillende landen gehoerd, beluisterd en verstaan is.
Prof. Wisse is voorzichtig en zegt het toch zo mooi in zijn boek „Van Advent tot Pinkster triumf": „Dat spieken was speciaal een spreken gelijk de Geest aan hen verleende uit te spreken. Dit spreken zelf nu naaide inhoudi was het nieuwe en naar de vorm ten bate van de omstanders."
Het Pinksterwonder te stellen als een gehoorwonder doet aan de eenvoud van het verhaal wel enig geweld aan.
Wij houden het dus bij een spraakwonder en menen daarmee te staan op de bodem van de H. Schrift.
A. v. W. te A. vraagt of de Heere Jezus weieens ziek geweest is.
Antwoord, : Al is het waar, dat sommige oudvaders schrijven, dat de Heere Jezus wel vermoeid maar nooit ziek geweest is, mist dat elke grond in de Heilige Schrift.
Hij heeft als tweede Persoon van de Goddelijke Drieëenheid de zwakke menselijke natuur uit het vlees en bloed van de maagd Maria aangenomen, waarin Hij Zijn broeders in alles gelijk is geworden, uitgenomen de zonde.
Doordat Hij in alles is verzocht geweest, kent Hij of peilt Hij alle moeite er> verdriet, opdat men het in Zijn handen geve. 't Is juist zo'n troost voor het volk des Heeren, wanneer ze in wegen van druk verkeren, waartoe toch ook behoort lichamelijke krankheid, dat ze een Hogepriester in de Hemel hebben, die behoorlijk medelijden met hen kan hebben, juist omdat Hij, tijdens Zijn omwandeling op aarde, Zelf in al die wegen is geweest.
Er staat toch in Jes. 53, dat Hij was de Man van smarten, verzocht in krankheid. En al zal de Heere Jezus geen ziekelijk lichaam gehad hebben, toch werd Hij lichamelijk reeds krank, toen Hij ten achtste dage besneden werd, en als Hij straks aan het vreselijk kruis leed, terwijl Zijn handen en voeten zijn doornageld, om nog maar te zwijgen van de doornenkroon, die Hem op het hoofd was gedrukt, dan kunnen ze toch niet anders geloven, dan dat de Heere Jezus gekweld is geworden door wondkoorts, die Zijn tong deed kleven in Zijn mond en Hem straks doet uitroeepen: „Mij dorst!"
J. v. H. te D. vraagt: as het verbond door Laban met Jakob in Gen. 31 : 44 gesloten, oprecht gemeend?
Antwoord: Als we deze vraag moeten beantwoorden, i9 het nodig te weten wat de inhoud van dit verbond is, en dan is dit saam te vatten in de twee volgende zaken:
le. dat Jakob een goed echtgenoot zou zijn voor zijn vrouwen, haar niet zou beledigen, en buiten haar geen andere vrouwen zou huwen (Gen. 31 : 50.)
2e. dat hij een goede nabuur voor Laban zou zijn. (Gen. 31 : 52.)
Als ik dus let op deze twee zaken, ben ik de meningtoegedaan, dat de verbondssluiting van de zijde van Laban werkelijk gemeend is geweest.
Bovendien spreekt Laban met dit voorstel uit, dat hij in de grond der zaak .Jakob vreest of liever de God van Jakob. 't Was toch de Heere geweest, die Laban uitdrukkelijk gezegd had: „Wacht u, dat gij met Jakob spreekt noch goed, noch kwaad."
Daarom moet dit verbond dienen opdat er volkomen scheiding tussen beide zal zijn.
G. S. te L. vraagt of „Zekerheid des geloofs" geschreven is tioor dezelfde prof. Bavinck, als die ik aanhaalde bij de beantwoording van een vraag in „Daniël" 5e jaargang No. 24?
Antwoord: Inderdaad is dit dezelfde prof. Bavinck. Dat dit boekje een geest ademt, die de onze niet is, kan ik niet helpen. Dat boekje heb ik niet aanbevolen. Ik heb alleen een citaat aangehaald uit zijn oordeel over onze „oudvaders." En daar ben ik het wel mee eens. Zo iets gebeurt wel meer.
't Zou wel heel erg wezen als we degenen, die niet bij ons behoren, niet eens konden aanhalen met uitspraken waarmee we het wel eens zijn.
Ik wil een voorbeeld noemen.
Dr A. Kuyper Sr volgen we niet in zijn uiteenzetting over de doop.
De zgn. „veronderstelde wedergeboorte" is tegen Gods Woord.
Maar als hij Kohlbrügge verdedigt en hij hem noemt een zeer uitnemend leraar in de kerke Christi, een der weinige mannen met wie God de Heere in Zijn kerk iets bijzonders voor heeft en die met nog enkelen door bange strijd en rijke geestelijke ervaring in de waarheid van Gods Woord ingeleid, onder alle leraren dier dagen schier alleen stond, als een getrouw prediker der gerechtigheid, dan zijn we het met die uitspraak ten volle eens.
Het gaat niet in de eerste plaats wie het zegt, maar wat er gezegd is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1951
Daniel | 12 Pagina's