Open vensters
hij nu had in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan (Daniël 6 : 11)
Hoe wonderlijk zijn Gods wegen. Reeds jong wordt Daniël naar Babel gevoerd opdat hij daar aan dat heidense hof getuigen zal van de God Israëls. Hij wordt raadgever en boetprediker tegelijk. Daar zal hij getuigen: Breek Uw zonden af o Koning, door gerechtigheid en Uwe ongerechtigheden door genade te bewijzen aan de ellendigen. Nadat Nebukadnezar gestorven is treedt Daniël enkele jaren op de achtergrond, totdat in de nacht van het feest de hand aan de wand verschijnt en het ontstellende schrift schrijft. Dan is de tijd gekomen dat de Heere Zijn knecht in het openbaar stelt en hem in een positie doet komen, waarvan wij gewis zouden zeggen, dat het totaal onmogelijk is. Ja, mijn vrienden zo doet God nu. Zijn wegen zijn niet onze wegen en Zijne gedachten hoger dan de onze. Daniël wordt de eerste over de honderd en twintig landschappen en stadhouder'des lands. Ja, de koning dacht zelfs hem over het ganse koninkrijk te stellen. Niemand zal toch durven ontkennen dat Daniël die positie niet in de gunste Gods heeft bekleed.
Natuurlijk moest hij ervaren dat de heidense groten met nijd en bitterheid hem nazagen. Konden ze hem maar ten val brengen en een van hen zijn plaats innemen, maar niemand hunner kon dat. Zijn wandel was in de vreze des Heeren. Hij was getrouw in de dienst van de koning. Hij zocht zichzelf niet. Hij roofde niet van des konings bezittingen. Hy trachtte niet ten koste van anderen des konings gunst te verwerven. Al de heidenen mochten Daniël bekijken in zijn leven. Grote genade Gods voorwaar, wat geen vrucht was uit Daniëls natuurlijk leven. Daarin was hij een kind van Adam zoals allen. Wat al schimp en smaad wordt er over Gods kinderen uitgegoten en hoe jammer; zo menigmaal zijn ze daar zelf de oorzaak van. Niet steeds gaat er geur uit van Gods duurgekochte kinderen, daar zo menigmaal een wandel openbaar wordt die niet in overeenstemming is met de hoge plaats, hun van God gegeven. Tenslotte moest er wat anders op gevonden worden. Vallen moest hij, naar het voornemen der groten. Dit plan raakte dan zijn godsdienst. Zó zouden ze het in elkaar zetten, dat het bevel van de koning, in strijd moest komen met het bevel van Daniëls God. De geschiedenis is overbekend. Het bevel van de koning wordt uitgelokt en mede aan Daniël opgelegd. Nu wordt de spionnage groter en het toezicht verscherpt. Toen Daniël dit evenwel vernam, ging hij in zijn huis en hij knielde drie tijden daags op zijn knieën en bad en deed belijdenis voor zijn God. Hij deed dat niet stil en verborgen, neen, maar voor de open vensters, die naar Jeruzalem zagen en zó, dat iedereen het zien kon. O wat groot, indien de vreze Gods ons zó dringt dat we ons Gode en Christus niet schamen. Nog een opmerking: Daniël had open vensters naar Jeruzalem. Mijn beste jonge vrienden: was deze Daniël niet gelukkig met zijn geloofsvrijmoedigheid, zijn toevlucht tot God te midden van de nood, waarin hij verkeerde? Wij leven in een buitengewoon bange tijd. De ware vreze Gods wordt gemist. De noodzakelijkheid van hartvernieuwende genade wordt slechts genoemd, maar practisch niet meer gepredikt. We moeten wat doen. Over de diepe ellendestaat, waarin we liggen krachtens onze gemeenschap met Adam, wordt niet meer gesproken. Verbondskinderen worden we genoemd. O welk een gevaar te midden van het gevaar. Dat het de Heere behage ons niet alleen te bewaren bij de leer der schriften, maar dat Woord aan onze harten heilige, opdat we leerden kennen het gevaar, waarin wij leven buiten de gemeenschap met God. Och! wat ik U bidden mag: vraagt toch de Heere bij dagen en bij nachten of Hij U wil geven die genade, welke Hij ook aan Daniël gaf. Ge leeft nog en het is nog niet te laat. De wereld gaat ten onder en alles wijst er op, dat de tijd rijp gemaakt
wordt voor de komst van Christus op de wolken des hemels. En dan onbereid te zijn! Zoek de Heere en leef, zo zegt Amos, en gaat niet naar Beth-El en Beth-Aven. De wereld lokt en trekt, maar bedenk toch dat het alles naar de eeuwige afgrond voert. De Heere schenke vrijmoedigheid aan alle plaatsen. Op uw werkkring, als soldaat en waar ge U ook moogt ophouden opdat er een sprake van U moge uitgaan door Zijne genade. Dat de Heere Zijn kerk bijeen brenge. Och wat zijn het menigmaal holle klanken welke wij deswege spreken, want dan zijn het anderen, waarover we het hebben. Maar dat het nog eens een persoonlijke zaak mocht worden. Dat wij niet zouden zoeken de eersten te zijn en de hoogsten, doch wij die open vensters tegen Jeruzalem bekwamen, om te midden van alle nood, God te mogen overhouden als de God onzer zaligheid in Christus en de wereld metterdaad zoude bekennen: Ziet hoe lief zij elkander hebben. Hij verwekke de kracht van Zijn heerlijke en almachtige genade om te midden van een wereld die ondergaat er een weinig van te ervaren, dat Hij is die God die helpt in nood, en in Zion groot is. Amen.
Ds J. v. d. BERG.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juni 1951
Daniel | 12 Pagina's