JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

Men zou verwachten, dat de begonnen opstand zich met snelle speed zou uitbreiden over al onze gewesten. Niets was minder waar.

Allereerst was het getal aanhangers van Oranje in de hollandse en overige steden niet bijster groot.

En dan waren de Geuzen begonnen met hele plundertochten naar binnen, waarbij kerken, priesters en kloosterlingen het danig moesten ontgelden.

Dit was nu niet bepaald een propaganda maken voor de goede zaak. Oranje gruwde er dan ook van.

Bossu was middelerwijl in Den Haag aangekomen en was van plan met de benden af te rekenen. Hij besloot daarom de Staten bijeen te roepen en middelen te beramen tot verdrijving.

Wij zullen zo aanstonds zien, dat er van zijn officiële oproep niets gekomen is.

Men zal wel begrijpen, dat ook de steden niet veel vertrouwen hadden in onze „geuskens", ja zelfs aan Bossu gelden verschaften ter bestrijding.

Op 24 Mei kwam er voor Alva weer eens een alarmerend bericht. Lodewijk had bij verrassing het sterke Bergen in Zuid-Nederland genomen: een prachtig punt, want nu kon men met de Hugenoten in bond, de opstand in 't Zuiden beginnen.

De bevolking daar zou wel een handje helpen, zo

meende men, want zij moest niets van Alva hebben. Ja maar, zij moest ook niets van de Fransen hebben en zag ze liever gaan dan komen.

De Hugenoten en ook Oranje zegden echter aan Lo-

dewijk alle hulp toe. Alva begreep zeer goed het gevaar, dat dreigde en besloot in te grijpen. Hij requireerde direct zijn troepen uit de noordelijke steden, teneinde daarmee Bergen te

hernemen. Was hij daarmee klaar, dan zou hij met de Geuzen afrekenen. Niet alleen deze spaanse troepen vertrokken maar ook spaansgezinde ambtenaren en geestelijken; samen wel 4000 mensen, sloegen op de vlucht. Nu, dat was geen wonder, want Lumey was, zoals wij weten, een wild heer. Zo liet hij een 20-tal priesters en monniken uit Gorkum naar Den Briel vervoeren, waar zij gepijnigd en vervolgens opgehangen werden. Rome heeft deze „Gorkumse martelaren" later heilig verklaard en wijst het Protestantisme gaarne op dit feit. Wij mogen deze daad absoluut niet goedkeuren, maar toch heeft ook

Rome te dezen een flinke waslijst. Valenciennes werd dan hernomen en Don Frederik, Alva's zoon, zou nu met 20000 man het zaakje van Ber-

gen opknappen. Lodewijk had het dan ook in Bergen met zijn 2000 man ver van gemakkelijk; maar hij verweerde zich dap-

per. Oranje kwam nu met een leger van 21000 man opdagen. De 7e Juli trok hij bij Duisberg over de Rijn en veroverde kort daarop Roermond. Maar de verwachte

hulp van de bevolking bleef uit. Voorts rukte nog een Hugenotenlegertje van 7500 man op, maar werd totaal verslagen. De bevelhebber werd met vele officieren gevangen genomen. Zijn belangrijke „documenten" e.a. vielen de vijand in handen, zodat Alva, even als vroeger bij Villers, precies te we-

ten kwam, hoe de zaken bij de Prins stonden. Onderwijl rukte Oranje verder op. Maar zijn troepen leken meer op een plundertroep dan op een geordend

leger. Niemand stak dan ook een hand uit om te helpen. Daar bereikt hem begin September het verpletterend

bericht van de afschuwelijke Bloedbruiloft.

, , 't Was", zei hij, „of ik een mokerslag kreeg". Wij kenneft die gruwelijke gebeurtenis, die door geen Protestant vergeten mag worden.

Het is Cath. de Medieis geweest, die Italiaanse duivelin, die haar zoon, koning' karei IX, preste het bevel tot de moord te geven, zodat duizenden zijner onderdanen laaghartig werden vermoord, waarbij noch ouderdom, noch jeugd, noch sexe werd ontzien en waarover het pauselijk hof zijn Te Deum zong.

Ook Gaspard de Coligny, de grote, edele strijder, die juist gereed stond Oranje met een leger bij te springen, verloor in die bloednacht het leven.

Niet alleen zag de Prins de bloem van de frans-protestantse adel gevallen, maar voor hem werd ook een arm verbroken.

Denkt die toestand even in.

Alva paste nu de taktiek van 1568 toe; een slag ontwijken. Toen Oranje echter Bergen wilde ontzetten, werd de bekwame Romero op hem afgezonden met een afdeling ruiters, gekleed in witte hemden.

't Heeft weinig gescheeld of de Prins, die op een veldbed lag te slapen, had het leven er bij ingeschoten. Maar zijn trouwe hondje maakte hem wakker en hij wist op 't kantje af te paard te ontkomen. Een paar zijner dienaren verloren echter het leven.

Lodewijk moest zes dagen later capituleren. De bezetting mocht met vliegende vaandels en slaande trom vertrekken, na beloofd te hebben niet meer tegen de koning te zullen strijden.

Lodewijk was totaal uitgeput en moest in een draagstoel vervoerd worden. Toch bewees Don Frederik hem alle eer als dapper soldaat.

Oranje — wij kunnen 't goed begrijpen — was moedeloos en trok terug.

Weer was de zaak mislukt en geldgebrek dwong hem zijn troepen in Roermond af te danken.

Waar nu heen? Weer naar de Dillenburg? Neen. In deze tijd wordt hij gericht naar het Calvinisme, dat de zenuw van de opstand zal worden, met welks aanhangers hij een kern zal vormen, die, met de hulpe des Heeren onze vrijheden zal mogen bevechten, al heeft hij 't einde niet meer beleefd.

Op dit trieste ogenblik echter sprak hij de profetische woorden: „Ik ga naar Holland en Zeeland en zal er de zaken staande houden, zolang ik kan; daar zoek

ik mijn graf." Via Zwolle en Kampen kwam hij in October 1572 in Enkhuizen, ons vlootstation, aan.

Deze stad had zich (wij gaan nu even in de geschiedenis terug) reeds in Mei voor de Prins verklaard.

De regenten der stad waren er zeer tegen geweest en de regering had met bezetting gedreigd. Maar de schippers trokken zich geen van deze dingen aan.

Ook in andere plaatsen waren 't meestal de inwoners geweest die de Geuzen binnenlieten, aangezet door de weinige aanhangers van de Prins.

De magistraten zelf moesten nog al eens gedwongen worden. Velen gingen zelfs op de vlucht en bergden zich in Amsterdam, Utrecht, Groningen, Leeuwarden, Nijmegen, Arnhem, Bergen op Zoom en Antwerpen.

P. J. LAMORé.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1951

Daniel | 12 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1951

Daniel | 12 Pagina's