EEN LICHT OP MIJN PAD
Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. (Ps. 119 : 105).
Hoe groot is de waarde van het Woord des Heeren voor het tijdelijke en eeuwige leven.
Zolang er geen geordende gemeente bestond, las men in elke dienst een gedeelte van het Woord Gods voor. Soms ging dit met een zekere plechtigheid gepaard, wat zeer indrukwekkend was. Bij dat lezen namelijk hield ieder der gemeenteleden een brandende kaars in de hand. Dit was een stille belijdenis der waarheid, dat Gods Woord licht doet opgaan over de wijze waarop wij door het leven naar de eeuwigheid hebben te wandelen.
Er is geen enkel levensterrein, waar Gods Woord niet voorlicht en de juiste beginselen aanwijst, maar bovenal de weg der zaligheid aanwijst.
Het is als het kompas van de zeevarende, dat hem in mist en donkerheid de weg wijst naar de haven zijner begeerte.
Hoe nodig en zeer profijtelijk, bijzonder wel voor onze jonge mensen, is het dat Woord te onderzoeken, vooral in onze tijd zoals wij die thans beleven. Wat wordt ons leven met alle gevaren bedreigd, gevaren van afgetrokken te worden van dat Woord en van afgevoerd te worden op een pad waarvan het einde het eeuwig verderf is. Wat verwaarlozen wij veelal onze jonge jaren door het grijpen naar het woord eens mensen. Maar dat geeft geen licht op ons pad, dat lost de moeilijkheden in het leven niet op en wat meer, wat alles zegt: dat geeft geen troost in leven en sterven.
De duivel, de mensenmoorder van de beginne komt ook op allerlei manieren met zijn woord, maar het is leugen en bedrog. Schreef hij op de beker, die hij Eva voorhield niet: „Uw eeuwig geluk", ja „als gij mijn. woord aanvaardt, dan, ja dan zult gij als God zijn? " Maar de inhoud was hels venijn en de gevolgen die dit alles met zich heeft meegebracht zijn ontzettend!
Wie kan het wonder van Gods souverein welbehagen doorgronden, dat Hij in Zijn Woord dat grote geheim openbaart, dat in Jezus Christus de weg is, waarlangs God krachtens het verbond der genade het eigendom wordt van de diepgevallen zondaar en hij of zij het eigendom Gods.
En dit is toch de blijmare van het evangelie, wat door de knechten des Heeren mag en moet gepredikt worden. Dat Woord zegt ons, dat de mens nog zalig worden kan, niet uit de werken der wet, maar door het zaligmakend geloof in Christus, wat door de Heilige Geest gewrocht wordt in de harten van Zijn gunstgenoten. Wat moesten wij op zulk een zaligheid acht geven. toch
Hoe groot toch is de waarde van de genadetijd, diq tijd dat voor een doorn (en dat zijn wij alle van nature) nog een denneboom (door vernieuwende genade) kan opgaan. Hoe nodig is het dat Gods Woord onderwerpelijk in ons hart wordt toegepast. Dan zal door dat Woord het licht in ons duister hart opgaan en ons door ontdekkende genade bekend maken in welk een rampstaat wij van nature verkeren. Dan zal het ook duidelijk worden, dat het pad wat wij bewandelen het pad des doods is.
Dat dit alles ons eens werd geleerd in de dagen van onze jeugd.
Want al weten wij volgens schrift en belijdenis dat het zo is, het grijpt ons niet aan, het brengt ons niet tot berouw en droefheid. Maar dat zal ervaren worden als Gods Geest door Zijn Woord U daarmede bekend maakt. Diezelfde Geest zal uit dat Woord het heil ontdekken wat in Christus is. Dat licht is gezaaid voor de rechtvaardigen en vrolijkheid voor de oprechten van hart.
Wat wordt ons dan 's Heeren Woord dierbaar, om ook op alle levensterrein een lamp voor ons te zijn, een licht op ons pad.
Voor welke moeilijkheden wij in ons leven ook geplaatst zullen worden, zal dat Woord een licht voor ons zijn, om de juiste en Gode behagelijke weg te leren kennen.
Denk eens aan de grote moeilijkheden waarvoor vele van onze jongens zich geplaatst zien in verband met de vaccinatie.
Hoevelen aanbidden die afgod en menen de oordelen, die God om der zonden wil over ons brengt, te kunnen bedwingen. Inplaats van naar de oorzaak te zoeken en er een bukken voor de Heere werd waargenomen,
gaat de mens in zijn dwaasheid zich stellen tegen de Almachtige.
Maar zij die buigen voor des Heeren Woord — en gelukkig-worden er nog gevonden! — kunnen zich daaraan niet overgeven. En niet uit een oogpunt van revolutie maar door het licht wat door de lamp van Gods Woord gegeven wordt. Al werden er zeer droevige en wijduiteenlopende maatregelen getroffen (vaccineren zeJfs, terwijl iemand sliep) dan zijn er gelukkig nog die liever buigen voor 's Heeren Woord — met aanvaarding van alles wat er aan verbonden is — dan voor de afgod der vaccinatie. Al werden zij dan beschouwd als dwepers en opgesloten alsof zij de grootste misdadigers waren; zij hadden vrede in hun gemoed, omdat de lamp van Gods Woord het licht op hun pad
was. Geve de Heere het ons tesamen, opdat jong en oud de gunste Gods in zulk een weg mocht ervaren tot Zijne heerlijkheid.
Ds A. VERHAGEN.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1951
Daniel | 12 Pagina's