JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

R. v. B. te V. schrift: „Toen de Heere Jezus opgestaan was uit de doden en zich openbaarde aan Maria Magdalena verbood Hij haar Hem aan te raken, zeggende: „Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijnen Vader enz." terwijl Hij tegen de discipelen zei: „Tast Mij aan en ziet", en tegen Thomas: „Breng uw hand en steek ze in Mijn zijde". Om welke oorzaak zou de Heere Jezus in het eerste geval verboden hebben Hem aan te raken en in de andere gevallen het toegelaten?

AntwóorcV. De discipelen dringt de Heere uitdrukkelijk om Hem te betasten, opdat zij zich overtuigen zouden, dat zij geen spooksel voor zich hadden, maar aan de al te levendige discipelin verbiedt hij elke aanraking, waarin Hij haar leren wil, dat de vroeger e aardse omgang opgehouden had te bestaan.

De Heere Jezus zegt, dat Hij een hoger doel heeft, dat Hij moest opvaren tot Zijn Vader en als dat geschied zou zijn, zou iets groters beginnen. Dit zou daarin bestaan, dat zonder aanraking een blijvende gemeenschap tussen Hem en de broeders een aanvang zou nemen.

Da Costa zegt: „Maria was blijkbaar een vrouw van innige, maar tegelijk heftige gemoedsbewegingen. Aan 's Heeren voeten gezonken, had zij die omklemd en vastgehouden, en dat mocht niet. Vandaar het schijnbaar harde woord: „Raak Mij niet aan." Een zacht woord zou niet geholpen hebben. Sterke aandoeningen moeten met krachtige middelen tot hun evenwicht gebracht worden."

J. B. te G. vraagt of het geoorloofd is een Roomse begrafenis van a tot z bij te wonen.

Antwoord: Aleer ik mijn mening weergaf is het nodig te vermelden wat er precies gebeurt als een Roomse gestorven is.

Ter inleiding zij vermeld, dat het voor 1940 althans in Rotterdam voor een protestantse begrafenisondernemer haast niet mogelijk was een Roomse begrafenis uit te voeren.

In ieder geval moest hij gebruik maken van rooms personeel, dat aan de Roomse begraafplaats was verbonden. Een protestantse drager mocht geen dienst doen op de begraafplaats. Na 1940 is dit veranderd, niet omdat het principe veranderd is, maar omdat het voordeliger is. 't Is nl. te duur om vast personeel voor dé begraafplaats in dienst te hebben.

Als de Roomse overledene thuis wordt opgebaard, moet de ondernemer zorgen voor kandelaar met kaarsen, een kruisbeeld, een bakje wijwater en een takje groen, (gewijde palm.) De avonden voor de begrafenis komt de familie in de rouwkamer samen om te bidden. De aanwezigen sprenkelen dan met het natgemaakte takje in het wijwaterbakje een weinig water op het glazen deksel van de kist. 's Avonds voor de begrafenis of 's morgens vroeg op de dag van de begrafenis wordt het stoffelijk overschot van de overledene naar de kerk gebracht en achter in de kerk geplaatst. Na wijdingdoor priester, die begeleid wordt door 2 of 3 koorknapen, wordt de kist voorin de kerk geplaatst, vlak voor het altaar, met aan weerszijden 3 kandelaars met brandende kaarsen. De familie neemt 's morgens 7 uur, zonder gegeten te hebben, plaats in de voorste banken, waar zij hun cummunie kunnen doen. Daarna volgt de requiem-mis. Dit is de mis, die in de Roomse kerk gehouden wordt voor de zielerust van hen, die in hun gemeenschap zijn gestorven. De ziel-mis is voor de overledene ter bekorting van zijn verblijf in het zgn. vagevuur.

Na de mis gaat de priester zich verkleden en gaat hij de uitvaartgebeden lezen, welke worden beantwoord door het koor met orgelbegeleiding. Na bewieroking en besprenging met wijwater wordt de kist uitgedragen. Op de begraafplaats wordt het lijk aanstonds in het graf neergelaten. (Als het graf niet gewijd is, dan wordt het eerst door gebed van de priester gewijd.) Daarna besprenkelt hij de kist met wijwater zeggende:

„Heden zij in vrede uw stede en uw woonplaats in het Heilig Sion. Door Christus, onze Heer."

Nu neemt hij het kruis en maakt met de schacht 3 kruisen op de kist, zeggende: „Ik teken dit lichaam met het teken van het H. kruis, opdat het op de oordeelsdag verrijze en het eeuwige leven hezitte."

Nadat hij driemaal een weinig aarde op de kist heeft geworpen, ook weer onder het uitspreken van de nodige godsdienstige formules, is de begrafenisplechtigheid ten einde.

Het komt mij voor, dat het nu voor vrager niet moeilijk meer is de vraag zelf te beantwoorden.

Ik geloof, dat wij daar niet horen. Smijtegeld maakt er zelfs bezwaar tegen om in een Roomse kerk te komen. Het is te begrijpen.

Onze catechismus spreekt, wanneer het gaat over de „paapse mis", dat die is een vervloekte afgoderij omdat zij loochent de enige offerande van de Heere Jezus.

Welnu, dan is mijn antwoord beslist afw r ijzend en kan ik geen ruimte laten noch voor protestantse familie noch vcor hen, die in zakenrelaties met de familie staan.

Voor Roomse mensen mag men bidden, maar men zij gewaarschuwd voor de Roomse leer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1951

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1951

Daniel | 8 Pagina's