JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Rondkijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondkijk

4 minuten leestijd

Stille ommegangen

De herdenkdag der gevallenen op 4 Mei en de Nationale Feestdag van 5 Mei is weer voorbij. Het is traditie geworden, dat men op de meeste plaatsen in ons land op de avond van 4 Mei stille ommegangen naar de graven der gevallenen houdt, om alzo de nagedachtenis aan de verzetstrijders te eren. De vlaggen hangen dan de ene dag halfstok ten teken van rouw en wapperen de andere dag voluit, omdat dan de bevrijding wordt gevierd.

Op zichzelf genomen is het goed, dat aan onze mannen en jongens, die goed en bloed veil hadden voor ons Vaderland, nog eens wordt gedacht. Hun namen mogen gerust met ere worden genoemd. Maar die stille omgangen stoten ons af, ze lijken ons veel op roomse processies. Ik heb al menige stoet voorbij zien trekken en ben van mening dat wij daarmee in roomse vaarwateren verzeilen. Uw rondkijker zou willen adviseren dat onze jongens daar beslist niet aan mee moeten doen. De waarachtige erkenning aan God de Heere, die ons land de vrijheid schonk, wordt er in gemist. Het humanisme viert er hoogtij in, waarbij men de mens eert, de mens in het middelpunt plaatst. Dat is Gode niet aangenaam; verootmoediging des harten ware beter op z'n plaats. En dezelfde mensen, die de ene dag zo'n stille omgang meemaken, huppelen de andere dag achter tetterende muziek, dan is men de doden allang weer vergeten! Dat even stilstaan bij de dood, is dus maar een dode vorm, zonder enig wezen.

Het is er mee, als met begrafenissen met militaire eer. Met omfloerste trom trekt men naar het kerkhof, zacht speelt men de dodenmars. Maar bij de terugkomst gaat het direct al een beetje luchtiger, men marcheert weer hurry up, op de tonen van muziek. Dienst is dienst, het hoort er bij. Wie neemt er een indruk mee van het kerkhof ? Wie heeft het besef, dat het een wonder is, dat hij daar niet ligt, waar zijn kameraad ligt, maar dat hij nog mag verkeren in het vriendelijk heden der genade? Zeker, er zullen er onder zijn, maar die zullen de fanfares van de muziek niet zo bekoren.

Een van onze jongens, die in Indië was, vertelde mij, dat bij een der politionele acties, een zeer intieme vriend van hem werd doodgeschoten. Dezelfde dag nog werd hij met militaire eer begraven. En weet ge, wat er bij die soldaat omging, toen hij daar stond, aan de groeve van zijn vriend? , , Ik heb U op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst, klaagliederen gezongen en gij hebt niet geweend!" De beide vrienden hadden het er niet zo best afgebracht. Hoe menigmaal was tot hen het welmenende aanbod van genade gekomen, wet en evangelie hen gepredikt en wat hadden zij zich er van afgekeerd. En nu stond hij daar nog levend, terwijl over zijn vriend het lot was beslist. U voelt mijn lezer, dan is er geen oog en geen oor voor de vorm, dan wordt de mens eens voor de werkelijkheid geplaatst. Groot, als het een middel mag worden, om aan zijn diepe doodsstaat te worden ontdekt en te leren roepen en schreeuwen tot de levende God. Uit zo'n sterven zou eeuwige winst kunnen geboren worden.

Ik kan voorts best begrijpen, dat ouders, die een droevig verlies trof en wiens zoon die militair was, vanuit het ouderlijke huis werd begraven, beleefd verzochten de militaire eer achterwege te laten. Hoe goed ook bedoeld, zij zagen liever dat het in alle eenvoudigheid zou geschieden.

Wij zijn van nature dood voor de dood. Als de levendmakende Geest Gods er niet aan te pas komt, kunnen we heel de wereld zien sterven, als we zelf maar blijven leven.

Ge weet dat verhaaltje van die apen? Aan de rand van een gebergte bevond zich een bos, waar takken van meerdere bomen over de afgrond hingen. In die bomen huisde een kolonie apen, die zich speels van tak

op tak slingerden. Ook waagden ze zich wel aan die takken boven het diepe ravijn. Lange tijd ging het goed, er gebeurde niets. Maar plots liet er een jonge aap los en stortte in de diepte. Verschrikt keken de overige apen een ogen blik in de donkere afgrond. Het duurde echter maar even. Weinige minuten later hervatten zij hun zelfde spel en herhaalden dezelfde gevaarlijke toeren.

Zo is het ook met de mens. Met de dood kan men niet leven — we gaan spoedig over tot de orde van de dag.

Totdat ja, totdat de dood ook onze vensteren binnen klimt. En dan zullen wij bereid moeten zijn.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1951

Daniel | 8 Pagina's

Rondkijk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1951

Daniel | 8 Pagina's