JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

6 minuten leestijd

Van deze agenten noemen wij Sonoy, v. d. Werff (later burgemeester van Leiden), Hendrik Wessels, een IJsselschipper, de ossenkoper Herman dé Ruyter (bekend als de Emissario of Boodschapper).

Zij trokken heen en weer met brieven, geschreven in geheimschrift, de namen verdicht, vele ontleend aan de griekse en romeinse godenleer.

Het plan was enkele plaatsen in deze gewesten te bezetten, zcals Deventer, Venlo, Gorcum, Loevestein en een aantal hollandse steden. Dan zou de opstand in Holland volgen. Oranje zou met duitse ruiters aanrukken, de Watergeuzen van de Eems moesten ook troepen aanvoeren en 's Prinsen zwager, de graaf van den Bergh zou met een legertje Gelderland binnenrukken.

Oranje zou dan het bewind in zijn eigen gewesten (Holland enz.) op zich nemen en aan het hoofd der Calvinisten tegen Alva oprukken.

't Was juist dit laatste punt, dat een stremming veroorzaakte. De Calvinisten waren het nog niet vergeten, hoe de Prins in 1566 pertinent geweigerd had, zich aan het hoofd van hen te stellen. Zou hij soms weer proberen de Calvinisten over te halen de Augsb. Confessie te ondertekenen?

Immers, men kon dan rekenen op krachtige hulp van

de duitse vorsten. Maar dat weigerden vooral de Calvinistische predikanten, met name Dathenus en Van der Heyden, de „preciesen".

Zeker, er waren onder de Calvinisten nog wel „rekkelijken". 't Is gelukkig voor Oranje geweest, dat in deze tijd een man voor altijd aan zijn persoon en dienst verbonden werd, die het volle vertrouwen der calvinistische predikanten had: de grote Geus, Philips van Marnix, heer van St. Aldegonde. Hij is het geweest, die de groepen trachtte samen te brengen en te verbinden met de Prins, zulks in samenwerking met de calvinistische edelen Culenborg en Van Zuylen van Nijevelt. Men zal begrijpen, dat duitse hulp voor de Calvinisten helemaal uitgesloten was.

Ook met de geldmiddelen liep het maar schraaltjes. Noch de uitgewekenen, noch de hier geblevenen toonden zich erg scheutig.

Men was ook 1568 met zijn militaire teleurstelling nog niet vergeten. En nu stond de Prins nog niet eens in 't veld. Hoe vasthoudend, om maar geen ander woord te noemen, de Nederlanders waren, tonen de krasse woorden, door Oranje in 1572 tot de steden gesproken, toen de opstand nog wel in volle gang was!

„Hecht u toch niet zo aan een som gelds, dat gij haar „stelt boven uw eigen leven, dat van uw vrouwen, uw „kinderen, uw ganse nakomelingschap, tot uw grote „schade en eeuwige schande, op het ogenblik, waarop „wij met een genegenheid, die uit het hart voortkomt, „ons inspannen om u te helpen en te bevrijden".

Wonderlijke gang in het leven van Oranje en — wij mogen er bijvoegen in het leven van onze natie. Niet het buitenland maar het Calvinisme zal hier onder aanvoering van Oranje de leiding krijgen.

Nu gaat het nog tegen Alva, niet tegen de heer der Nederlanden. Ook dat zal anders worden en tenslotte uitlopen op de geboorte van de beroemde Republiek der 7 Verenigde Nederlanden. Maar zover was het nog niet.

Oranje had nog een bondgenoot: de Hugenoten; ook deze zou hij moeten verliezen. Alle menselijke hulpmiddelen worden hem uit de handen geslagen; toch gaat ons scheepje niet onder in de golven en branding; telkens duikt het weer op; telkens grijpt God op het juiste moment in, ons ten goede.

Zijn leven is een voortdurend offer geweest. Smartelijk wordt hij in zijn huwelijksleven getroffen door het wangedrag zijner vrouw. Anna van Saksen, die zich schuldig maakt aan dronkenschap en echtbreuk, zodat hij haar in 1571 gevangen moet zetten.

En daarbij de belagingen van Alva's kant.

Oranje ging door te trachten naar alle kanten contacten te leggen, vooral naar de zijde van de Hugenoten, waar Lodewijk van Nassau vooral de tussenpersoon was. Gelijk reeds vermeld was de burgeroorlog tussen Hugenoten en Katholieken in 1570 geëindigd. Karei IX kwam geheel onder de invloed van de Coligny en Lodewijk van Nassau, 't Leek alles even gunstig! In 't voorjaar van 1572 was het veldtochtsplan, boven reeds genoemd, geheel klaar.

Maar terwijl die voorbereidingen getroffen waren, was er in 1571 in onze gewesten weer iets fraais gebeurd.

In Aug. van dat jaar waren nl. de bekende afkoopjaren van de 10e en 20e penning om, en het gebrek aan contanten was nijpend. Daar verschijnt plotseling op 31 Juli een plakkaat, houdende mededeling: de heffing van de twee belastingen zal met enkele wijzigingen zijn voortgang hebben.

Dit plakkaat was afgekondigd, ondanks de waarschuwingen van de bisschop van Yperen en het tegenstemmen van Noircarmes en Berlaymont. Zelfs Viglius, zegt zeker schrijver zeer geestig, overwon zijn hazennatuur en trok de leeuwenhuid aan!

Alva ging hevig te keer tegen deze heren en de laatsten werden er zelfs aan herinnerd, dat hun hoofden evenmin vast stonden, als indertijd die van Egmond en Hoorne. Het plakkaat was dus verschenen en werkte als een barstende granaat.

Overal heftige tegenkanting. De Staten der Gewesten kwamen in actie. Zij wisten maar al te goed, dat het tussen Alva en enkele machtige heren aan het spaanse hof allesbehalve boterde.

Deze heren hielden een nauwkeurig „waslijstje" bij en zouden niet nalaten, als zij de kans kregen, de hertog een hak te zetten.

Brabant en Vlaanderen stelden een andere finciële regeling voor. Anders ging de hele handel kapot.

De Watergeuzen deden vreselijke schade; roofden erlustig op los en maakten de hele nederlandse kust onveilig. Nergens was rust.

onveilig. Nergens was rust. Maar Alva hield koppig vol. 't Moest geschieden, zoals hij 't wilde. Goed, dan zouden Vlaanderen, Brabant en Henegouwen hun bezwaren bij de Koning indienen.

En het antwoord? De koning beval, dat de heffing moest doorgaan: de treurige toestand der financiën eiste het.

Nieuwe onrust; nieuwe smeekbrieven. Niets hielp. Alva had zijn zin en was natuurlijk zeer in zijn sas. Hij zou die lastposten wel krijgen.

In Brussel, zijn residentie nog wel, stond de hele boel op stelten. De kooplieden weigerden te verkopen en sloten hun winkels.

Dat ging te ver. Alva zou een afschrikwekkend voorbeeld stellen e'n een aantal stakende winkeliers aan hun eigen deurposten doen ophangen. „Meester Karei", de beul van Brussel, moest de nodige voorbereidingen treffen.

De heren hebben echter niet door het hennepen venster gekeken.

Daarvoor zorgden de Watergeuzen.

P. J. LAMORé.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1951

Daniel | 12 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1951

Daniel | 12 Pagina's